In het Klimaatakkoord van Parijs is vastgesteld dat landen binnen de Europese Unie in 2030 de CO2-uitstoot met minimaal 40% moet verminderen ten opzichte van 1990. Nederland heeft zich aangesloten bij dit akkoord en moet dus ook maatregelen treffen om de doelen te halen. Maar bij wie ligt deze verantwoordelijkheid en wat nou als het doel niet wordt gehaald. Een gemeente die zich volop inzet voor het behalen van de doelen is Eindhoven. Maar is het realiseren van die CO2-reductie als gemeente wel mogelijk?

In het klimaatplan van de gemeente Eindhoven staat dat er per 1 juli 2030 55% minder CO₂-uitstoot is ten opzichte van 1990. De gemeentelijke doelstelling ligt dus nog 6% hoger dan de nationale doelstelling. Rolf van der Vleugel, adviseur duurzaamheid bij de gemeente Eindhoven: “De totale CO2-uitstoot in Eindhoven is aan het dalen. De daling begon pas in 2013/2014, dus dat is nog helemaal niet zo lang geleden. Daarvoor was er nog een stijging. De daling zet zich mooi voort, maar moet nog ongeveer drie keer zo snel gaan om ons doel van 2030 te halen.”

Op dit moment wordt er nog onvoldoende gerealiseerd om de klimaatdoelstelling te halen. De voornaamste reden hiervoor is dat het veel tijd kost om projecten op te starten. De hele structuur, organisatie en coördinatie van projecten moet eerst opgesteld worden voordat een project echt kan beginnen. Daarnaast zijn de projecten eerst relatief klein, daarna kunnen deze pas echt worden opgeschaald. Als voorbeeld geeft Rolf van der Vleugel de verbouwing van het stadhuis van Eindhoven. “We willen een bepaalde voorbeeldfunctie zijn, maar ook extra kennis vergaren met hoe je bepaalde dingen aanpakt. Ons stadhuis hebben we circulair verbouwd. Het energielabel is van G naar A++ gegaan. De techniek van circulair verbouwen kunnen we toepassen op de woningen in de stad. Op deze manier schalen we de projecten op.”

Technische Universiteit Eindhoven
De gemeente Eindhoven werkt nauw samen met de Technische Universiteit Eindhoven (TU/e). Zij zijn continu bezig met innoveren en dragen zo ook hun steentje bij aan het halen van de klimaatdoelen. Niet alleen theoretisch, maar ook in de praktijk. Erwin Kerkhof, adviseur duurzaamheid aan de TU/e, legt uit hoe dat gaat. “Op de TU/e zijn we bezig met wetenschappelijk onderzoek naar hoe we onder andere de gemeente kunnen helpen met het reduceren van de CO2-uitstoot. Het lastige is dat de gemeente graag projecten wil hebben die al af zijn. Vaak is het onderzoek nog niet zo ver dat het meteen kan worden ingezet in de praktijk. Op de campus kunnen wij wel projecten starten waar we zelf ook nog onderzoek naar doen, dit noemen we living labs. Een ambitie die de TU/e, maar ook de gemeente Eindhoven heeft is om deze living labs ook buiten de campus toe te passen. Het is lastig om dit daadwerkelijk plaats te laten vinden, omdat het dan om een grootschalig project gaat.”

Ondanks dat de living labs buiten de campus nog lastig te realiseren zijn, is er op de campus zelf al wel een hoop gerealiseerd. Zo vertelt Erwin Kerkhof dat de campus in steeds grotere mate aardgasvrij is en er in de gebouwen standaard wordt gekozen voor energiezuinige toepassingen. “Op deze manier dragen wij in de praktijk bij aan de vermindering van CO2-uitstoot. Daar hebben wij ook regelmatig contact met de gemeente over om te kijken of zij van ons kunnen leren. Bijvoorbeeld of zij dan weer dingen toe kunnen passen in de stad die wij al toepassen op de campus.”

Hulp van bewoners
Niet alleen de hulp van de TU/e is welkom, maar ook die van de bewoners. Rolf van der Vleugel vertelt hoe bewoners bij kunnen dragen aan het reduceren van de CO2-uitstoot. “Wat is belangrijk is, is het verduurzamen van je woning. De bebouwde omgeving stoot uiteindelijk ongeveer 50% van de CO2 uit. Kleine maatregelen kunnen al helpen, bijvoorbeeld het gebruik van ledlampen en tochtstrips. Hetzelfde geldt voor mobiliteit. Kom op de fiets, lopend of gebruik het openbaar vervoer. Denk ook na of je een product daadwerkelijk nodig hebt voor je het koopt. Op nummer één voor ons persoonlijk als mensen staan materialen en grondstoffen van de producten als het gaat om de CO2-uitstoot per persoon.” De bewoners spelen dus een essentiële rol in het behalen van de doelen. De gemeente stelt zelfs dat de doelen niet haalbaar zijn zonder de hulp van de bewoners.

Samenspel
Kan de gemeente deze verantwoordelijkheid wel bij de bewoners leggen. Als het aan Jeroen Windt, persvoorlichter van Klimaatakkoord.nl, ligt niet. “De verantwoordelijkheid ligt op allerlei niveaus. Met het tekenen van het klimaatakkoord in 2015 is er eigenlijk een wereldverplichting opgelegd. Het Kabinet heeft het vertaald naar een Nederlands Klimaatakkoord in 2019. Dat is nu in uitvoering waarbij alle partijen die dat getekend hebben zich committeren om die doelen te halen. Dat zijn soms bedrijven, soms brancheorganisaties, maar heel vaak is dat ook iets wat je gezamenlijk  doet.”

Waar de gemeentes wel een belangrijke rol spelen zijn de energiestrategieën. Nederland is opgedeeld in 30 energieregio’s die allemaal hebben gekeken hoeveel energie er kan worden opgewekt in een regio en op welke manier. Een gemeente aan de kust kan misschien veel meer met windenergie doen en de gemeentes in het binnenland veel meer met zonne-energie of met aardwarmte. Dat verschilt per regio. En zo zijn er meer dingen die de gemeentes zullen gaan uitvoeren als onderdeel van dat hele grote geheel. Toch blijft er een uitspraak duidelijk naar voren komen: “Het hele samenspel moet ertoe leiden dat we in 2030 in Nederland 49 procent minder CO2 uitstoten.”

Verantwoordelijkheid
Ook Frans Rooijers, woordvoerder van Klimaatcrisis Beleid Team, vindt niet dat de verantwoordelijkheid bij de burgers ligt. Volgens hem ligt dit bij de Rijksoverheid. “De regering heeft onvoldoende beleidsmiddelen en geld ingezet om de klimaatdoelen te halen. De verantwoordelijkheid ligt bij de Rijksoverheid. Ook wel bij de gemeente, maar een gemeente heeft niet de mogelijkheid om dingen af te dwingen. Ze hebben die klimaatdoelen gekregen, maar daarbij onvoldoende middelen. De nieuwe regering zal echt extra beleid en extra geld ervoor moeten uittrekken om het te gaan halen.”

In 2018 is vastgesteld dat het kabinet jaarlijks 300 miljoen euro beschikbaar stelt tot 2030 voor maatregelen die bijdragen aan het reduceren van de CO2-uitstoot. Tijdens Prinsjesdag 2021 is bekend gemaakt dat er 6,8 miljard euro extra wordt uitgetrokken om de klimaatverandering aan te pakken. Op deze manier worden Nederlanders door middel van subsidies gestimuleerd om een bijdrage te leveren aan het verduurzamen van het land. Op deze manier kunnen gemeentes aansporen om bijvoorbeeld hun huis te verduurzamen.

De Rijksoverheid neemt hier dus de verantwoordelijkheid waar Frans Rooijers het eerder over had. Toch is hij niet heel positief over het verdere verloop. “Of een gemeente, in dit geval Eindhoven, zich nou wel of niet inzet voor de klimaatdoelen maakt niet uit. Nederland heeft een klimaatdoel. Het is een beetje een rare situatie dat gemeentes doelen stellen die ze niet in de hand hebben”

Consequenties
Mocht een gemeente de doelen niet halen, dan zitten daar geen directe consequenties aan. Jeroen Windt legt uit hoe dat precies zit. “Het is niet zo dat het de Rijksoverheid Eindhoven voor de rechter zal slepen als zij doelen niet halen. Het beleid is wel afgesproken. Je maakt beleid omdat je je doelen wil halen. Als een beleid niet wordt gehaald, moet je gaan sturen met normering en stel je normen bij om de doelen wel te halen. Daarnaast zijn de klimaatdoelen goedgekeurd door de Tweede Kamer en is het dus een democratisch besluit. Wetgeving is vrij dwingend en daarom is het zo belangrijk om ieder jaar te kijken waar we staan.”

Het belangrijkste punt om de CO2-reductie in 2030 te realiseren is samenspel. De Rijksoverheid kan niet zonder de gemeentes, en de gemeentes kunnen niet zonder de bewoners. Als Eindhoven de doelen wil halen moet er nog een hoop gebeuren, maar het lijkt de goede kant uit te gaan. Helemaal met het extra geld dat beschikbaar wordt gesteld. Hiermee kunnen er ook projecten vanuit de gemeente gesubsidieerd worden. Eindhoven komt hiermee ieder jaar een stapje dichter bij een CO2 vrije gemeente.