| Onderzoeksredactie


Een debat waarvan de strijdbijl begraven leek te zijn, duikt weer op. Sinds 1984 zijn vrouwen baas in eigen buik en is abortus legaal in Nederland, maar de afgelopen jaren is er iets veranderd. We hebben het er weer over. Het aantal berichten in media over abortus is sinds 2015 met 183,9% gestegen. Een groei die niet in lijn loopt met de verdeeldheid in Nederland. Waar komt deze groei vandaan? En hoe beïnvloed deze berichtgeving onze mening over het onderwerp?

Door Marieke Beekmans en Daan Boeren

“Discussie over abortuswet laait weer op, 36 jaar na de invoering ervan”, een bericht met deze kop werd op 8 november 2020 op de website van RTL Nieuws gepubliceerd. Het debat over abortus is blijkbaar nog niet uitgestreden. Echter zeggen de cijfers wat anders. Sinds 2008 gaat de acceptatie van abortus omhoog. Steeds meer mensen vinden deze medische handeling in de meeste gevallen gerechtvaardigd. Maar waarom is er dan een discussie?

| Onderzoeksredactie

Quita Muis, professor bij Universiteit Tilburg, onderzocht in 2019 het opkomende conservatisme bij jongeren over onder andere het onderwerp abortus. Dit deed ze met cijfers verkregen uit brononderzoek, afgenomen bij verschillende leeftijdscategorieën. Daar ziet ze iets opvallends: jongeren kijken kritischer naar abortus in vergelijking met hun ouders.
Maar de zogenaamde opgelaaide discussie heeft volgens Muis een andere verklaring:
“Deze discussie is weer naar boven gekomen door een bepaalde soort framing. Het is niet zo dat er opeens onwijs veel conservatisme weer opkomt. De protesten bijvoorbeeld, deze worden sterk in beeld gebracht terwijl de cijfers laten zien dat deze groepen niet meer tegenover elkaar staan dan hiervoor.” De onderzoeker denkt dat actie-reactie een grote rol speelt. “Een groep ziet hier een protest, daar reageren andere groepen ook weer op. Vervolgens wordt dit geluid weer versterkt door een krant.”

Invloeden van buitenaf spelen ook een grote rol in hoe we abortus zien in Nederland. We vergelijken onszelf graag met andere landen, zoals de Verenigde Staten, maar volgens Muis schuilt daar gevaar:
“Keer op keer zien we in de wetenschap dat de contexten van de VS helemaal niet te vergelijken zijn met die van Nederland. Hier zijn we helemaal niet zo gepolariseerd in vergelijking met de VS.” Muis ziet de abortusdiscussie als een self-fulfilling prophecy. “Veel mensen denken dan: ‘kijk nou hoe erg het is, hoe conservatief die mensen worden. Hier moeten we iets aan doen.’ Terwijl, in de cijfers staan we dus helemaal niet zo erg tegenover elkaar. We reageren op het idee dat het wel zo is. Dit zorgt ervoor dat mensen uiteindelijk weer een kant gaan kiezen.”

Belangengroepen treden steeds actiever op. Pro-life stichting Schreeuw om Leven heeft flyers door de brievenbus, billboards langs de weg en spotjes op tv. “Ik denk zeker dat hoe meer het in beeld komt, hoe dichterbij de discussie komt, hoe meer mensen weer bij zichzelf te raden gaan wat ze hier nou eigenlijk van vinden.” Aldus Muis. “De activiteit van deze belangengroepen hebben veel impact.”

Deze impact is terug te zien in de hoeveelheid berichtgeving over abortus. Deze is de afgelopen 5 jaar enorm gestegen. Met de opvallende piek in 2019 is deze groei uiteindelijk in 2020 183,9% gestegen in vergelijking met 2015.
In het nieuws is zichtbaar dat in 2019 veel gepubliceerd werd over staten in de VS die abortus wilden beperken, de legalisatie in Ierland en Thierry Baudet die zich uitsprak over abortus. Deze gebeurtenissen zouden deze piek kunnen verklaren.

De Volkskrant
Een van de kranten waarbij een flinke stijging in berichtgeving van dit onderwerp is te zien is over de afgelopen vijf jaar, is de Volkskrant. Vooral op de website is de stijging goed te constateren. Het medium had in 2020 een aandeel van 8,6%  in het aantal berichten over abortus, in 2015 was dit 4,6%. Maar, waarom is deze toename er?

Bij het onderzoek naar de toename van abortus-berichtgeving bij de Volkskrant, is het ten eerste van belang om een indruk te krijgen over wat voor soort berichtgeving het gaat. Uit een turf van de meest recente 989 online-berichten die op de website beschikbaar zijn, komt naar voren dat er het meest wordt bericht over abortus met een nieuws-functie (hierbij zijn de berichten van de voorpagina meegeteld). Op de tweede plaats wordt het onderwerp veel behandeld in Opinie&Column, op de derde plaats staat Cultuur&Media. Zie voor alle soorten berichtgeving afbeelding 2.

Figuur 2. Soorten berichtgeving Volkskrant. Dit is gebaseerd op 989 berichten online.

Om de groei in berichtgeving bij dit medium te verklaren, is er een analyse van de berichten uitgevoerd in krantendatabank LexisUni. Hierbij is gezocht op de zoekterm ‘Abortus’. Dit zijn berichten van zowel de reguliere krant als van de website, gefilterd uit een tijdsbestek van 2015 tot en met 2020. Dit leverde een resultaat van 922 berichten op, waarbij vermeld moet worden dat de berichten die vaker zijn gepubliceerd dan één keer, niet dubbel zijn geteld. De analyse is uitgevoerd over 200 van deze resultaten, waarbij genoteerd is waar het bericht is gepubliceerd (krant of website), tot welke categorie dit artikel behoorde (nieuws, opinie, et cetera), waar het over ging, wie het geschreven had, wat het standpunt van de auteur was over abortus (als deze in het stuk naar voren kwam) en wanneer het bericht is gepubliceerd. Hierbij stonden de resultaten niet in chronologische volgorde, waardoor er een gebalanceerde representatie is weergegeven.

Uit deze analyse zijn er een aantal conclusies te trekken. Ten eerste is vast te stellen dat er regelmatig over één actualiteit meerdere berichten worden gepubliceerd, in verschillende vormen.
Wat opvalt is dat er een grote aandacht was voor ontwikkelingen in de Verenigde Staten. Hierbij ging het vaak over inperking van abortuswetten en over gebeurtenissen in de presidentsverkiezingen, waarbij abortus een terugkerend onderwerp was.
Een tweede conclusie die te trekken is, is dat er veel berichtgeving was over landen als Ierland, Polen en Argentinië. Dit is te verklaren doordat er de afgelopen jaren in deze landen veel is veranderd met betrekking tot abortus.
Berichtgeving van ontwikkelingen in eigen land waren veelal reacties op standpunten van bepaalde groepen of personen. Zo zijn er meerdere reacties gekomen op het gegeven dat Baudet kritisch tegenover abortus staat en op de Mars voor het leven, een initiatief van pro-life organisatie Schreeuw om Leven waarin er aandacht voor het ongeboren kind wordt gevraagd.
Naast nieuws over abortus staat ‘Opinie&Column’ op de tweede plek op de lijst van berichtgeving. Van deze stukken (ingezonden lezersbrieven meegerekend) was het overgrote deel geschreven door personen met een pro-choice standpunt.
Als laatste is de voorzichtige conclusie te trekken dat het overgrote deel van de berichtgeving een ondertoon had dat liet merken dat het medium abortus een goed gegeven vindt. Dit in combinatie met de hierboven genoemde conclusie geeft een beeld welk standpunt de krant zelf inneemt in het maatschappelijke debat: namelijk pro-choice.

De toename van berichtgeving over abortus bij de Volkskrant lijkt dus mede verklaarbaar te zijn door ontwikkelingen in het buitenland en het standpunt van de krant zelf met betrekking tot het maatschappelijk onderwerp. Maar het punt wat nog steeds onduidelijk is, is waarom er meerdere berichten worden gepubliceerd over dezelfde actualiteit.

Maar wat heeft een toename van berichtgeving nu precies voor rol in het maatschappelijke debat en, misschien nog wel belangrijker, hoe beïnvloeden media hiermee de opinie en denkwijze van het publiek?

Media en maatschappelijke debatten
Volgens media-ethicus Huub Evers hebben media het maatschappelijke debat in hun handen. “Als we er vanuit gaan dat mensen het nieuws volgen en artikelen lezen, dan heeft een stortvloed aan berichten een grote invloed op het maatschappelijke debat. Dit kan ook het denkproces van mensen veranderen.” Volgens Evers hebben media dus een opinievormende, agenda-zettende werking. Dit kan ervoor zorgen dat “media met de werkelijkheid uit de pas lopen”. Evers: “Het kan zijn dat in de media onderwerpen op de agenda staan, terwijl daar in de maatschappelijke-werkelijkheid geen sprake van is. Iets wordt belangrijk omdat de media dat belangrijk gemaakt hebben, niet omdat dit in de samenleving belangrijk is of omdat mensen daar op dit moment over discussiëren.”

Dit bevestigt wat onderzoekster Muis op het begin van dit artikel al stelde: er is sprake van een self-fulfilling prophecy. Evers: “Een self fulfilling prophecy is dat iets werkelijkheid wordt. Niet omdat het een werkelijkheid is maar puur omdat we dat ervan maken. Je kunt van te voren inschatten zonder het nieuws uitgebreid te volgen wie er in de avond aan tafel schuiven bij de talkshows.”

Belangengroepen die de media opzoeken hebben hier ook een rol in. “Het kan zo zijn dat actiegroepen aandacht zoeken van media, opiniestukken insturen, bij Op1 aan tafel zitten, waardoor het beeld ontstaat dat het nu heel nadrukkelijk speelt. Terwijl dat niet het geval is. Sterker nog, het kan zijn dat het na zo’n uitzending wel het geval wordt.”, aldus de media-ethicus. “Actiegroepen willen in de belangstelling staan en dat kunnen ze doen door onder andere opvallende dingen te roepen. Voor een talkshow is dit interessant omdat ze misschien op die manier weer meer kijkers kunnen trekken. Provoceren doet het altijd goed, of dat nou positief of negatief is.”

Schreeuw om Leven
Eén van deze belangengroepen is stichting Schreeuw om Leven. Zij zijn een christelijke pro-life organisatie, waarvan de doelstelling is ‘dat er een einde komt aan abortus en euthanasie in Nederland’.  De stichting is uitgegroeid tot het gezicht van de pro-life-beweging in Nederland. Hierdoor komen ze ook vaak terug in de media.
“Wij worden best wel vaak benoemd in berichten in de media. Ik denk dat dat komt omdat wij de grootste organisatie binnen de pro-life beweging zijn”, aldus Chris Develing, communicatiemedewerker bij de christelijke organisatie. “We hebben veel donateurs en de mars die we jaarlijks hebben is ook erg groot. Als je met 14 duizend mensen door Den Haag loopt, val je wel op.”

Volgens Develing wordt de stichting vaak negatief afgebeeld in de media. “Wij worden gauw neergezet als mensen die de keuze bij vrouwen willen ontnemen. Ze zeggen dat wij erg verwerpelijk bezig zijn. Daardoor krijg je vaak gekleurde berichtgeving en kom je niet lekker uit de verf.”

Develing ontkent dat de stichting zelf ook vaker de publiciteit opzoekt. “We zoeken de afgelopen tijd niet meer de voorgrond op. Hoe we dat nu doen, zo hebben we het altijd al gedaan. We zijn een activistische ideologische gedreven stichting en één van onze kerntaken is opinie beïnvloeding.” Ook geeft de communicatiemedewerker aan geen mediastrategie te hebben: “We hebben geen streven dat we een bepaald aantal keer in de media zichtbaar moeten zijn. Dat zou misschien wel moeten, maar zo handig zijn we er niet in.” Develing geeft wel aan hun mening naar voren te brengen wanneer ze hier de kans voor krijgen. “Dat kan zijn door opiniestukken te schrijven en die naar kranten te sturen, die worden overigens nooit geplaatst. De christelijke kranten zijn wel vaker bereid dit te doen. We hebben daarin niet het doel dat we persé willen opvallen.”
Op sociale platformen laat de stichting wel meer van zich horen. “We zijn een stuk actiever geworden op verschillende platformen zoals YouTube, Instagram et cetera. Dit is een hele bewuste keuze geweest. We vinden het belangrijk dat mensen ons beter weten te vinden. Dat hebben we ook gedaan met ons magazine.”

In de berichtgeving van Schreeuw om leven komt feministische vereniging De Bovengrondse vaak terug. “Heel vaak worden wij als actiegroep genoemd bij berichten van Schreeuw om leven”, aldus Paula van Laar, medewerker aan het Abortusbuddy-project van de feministische stichting. In dit project biedt De Bovengrondse vrijwilligers aan die met vrouwen meegaan naar de kliniek als zij het proces niet alleen willen ondergaan. “Ze vinden ons misleidend omdat we niet spreken over het ongeboren kind. Daarnaast vinden ze ook dat wij abortus promoten. Dat klopt natuurlijk niet: we zijn voor het keuzerecht.”
Van Laar laat weten dat de beide belangengroepen  geen contact met elkaar hebben. “Ik zie die demonstranten als agressief en zij zien het als vriendelijke hulp. Daartussenin zit een grote kloof. Zij zien abortus als moord, dus kijken ze ook heel negatief onze kant op. Van beide partijen heerst er gewoon heel veel onbegrip.”

Ook Van Laar merkt dat de discussie weer oplaait. “Wij hebben ook vrouwen bij onze organisatie die in de tijd van Dolle Mina’s heel actief waren. Zij vragen zich af: waarom nu weer? Was dit gesprek niet al klaar?” Volgens de medewerker van de feministische organisatie heeft het een beangstigend effect. “In Polen is de wet nog meer ingeperkt en ik zie dat dat hier ook weer angst zaait onder de mensen. Je gaat nadenken over je eigen recht en realiseert je dat die ook hier niet zo stabiel staat.”

“Als de jongeren generatie steeds kritischer kijkt, is het nu nog meer van belang om te strijden voor dit vrouwenrecht. Want als die beweging doorzet, dan weet ik niet hoe Nederland hier verder in gaat.”

 

Toekomst
Of dit doorzet, is volgens onderzoeker Quita Muis ook nog onduidelijk. “We moeten echt nog even kijken hoe het zich ontwikkelt. Het kan ook zo zijn dat het een periode-effect is, we weten het niet.”
Het is in ieder geval wel duidelijk geworden dat de invloed van media groot is op de publieke opinie en op de manier waarop mensen met elkaar omgaan.
Volgens de onderzoeker hebben mensen een perceptie van de tegenoverstaande groep, wat helemaal niet op de werkelijkheid is gebaseerd. Media hebben hierin een grote verantwoordelijkheid. Het zou bijvoorbeeld in sommige gevallen de neiging tot spugen op kunnen wekken. Hierdoor hebben ze het idee dat ze niet met de tegenoverstaande groep om kunnen gaan.  Deze perceptie is kwalijk. Muis: “Als we in de toekomst te erg deze perceptie volgen, kan dat leiden tot echte polarisatie.”