Fontys-studenten die per 1 september jongstleden zijn begonnen met studeren, zijn de eerste die dat tot nu toe volledig in ‘coronatijd’ doen. De meeste zijn aan hun studie begonnen zonder eindexamen te hebben gedaan. Uitzicht op normaal onderwijs dit schooljaar is er nog steeds allerminst. Hoe lastig is het om te studeren in ‘coronatijd’? In hoeverre heeft het overwegend online onderwijs invloed op de uitstroom onder eerstejaars?

Dat er in online onderwijs ook een kans lag was al wel bekend. Voor de coronacrisis kreeg de laptop een steeds prominentere plek in het onderwijs. Zo konden colleges bijvoorbeeld al online worden gevolgd en werden boeken minder belangrijk. Niemand het echter verwacht dat vrijwel volledig online onderwijs al zo snel realiteit zou worden. In het begin van de coronacrisis werd gevreesd voor de invloed van online onderwijs op de resultaten van studenten. Maar uit onderzoek van de Unie van Universiteiten bleek dat mee te vallen. Sterker nog: voor de zomervakantie vielen de resultaten van de online tentamens zelfs iets hoger uit dan de tentamens die voor corona werden gemaakt.

Dat online onderwijs dus zal zorgen voor een verschil in studieresultaten is allerminst bewezen. Er zijn echter wel andere grote zorgen. Onder meer van onderwijskundige Louise Elffers. Zij vreest voor een grotere uitstroom onder eerstejaars studenten dan normaal. ‘’Deze lichting heeft het zwaar. Zij zijn de eerste die moeten beginnen in een tijd waarin alles anders is. Het is ontegenzeggelijk moeilijker voor hen. Normaal gesproken kom je bijvoorbeeld al mensen tegen op een introkamp of een kennismakingsweek. Dat missen deze studenten, zij beginnen met een veel minder of misschien wel geen sociale contacten aan hun opleiding.’’

De driehoek van studentsucces

‘’We weten uit onderzoek dat sociale- en inhoudelijke binding samen met de eigen inzet heel belangrijk zijn voor het studiesucces. Als er een van die drie gaat haperen, wordt alles zwakker en we weten dat dat een grote relatie heeft met studiesucces.’’ Dat zit volgens haar logisch in elkaar en is al in meerdere internationale onderzoeken aangetoond. ‘’Als jij goede vrienden op je opleiding hebt is de kans groot dat je vaak naar je opleiding gaat. Als je vaak aanwezig bent bij de colleges is de kans groter dat je een inhoudelijke binding krijgt en onderhoudt met je opleiding. Als je het zowel leuk hebt in sociale zin en je vindt de opleiding interessant is de kans ook groot dat je bereidt bent om daar tijd en aandacht in te steken.’’

Elffers vreest dat vooral die sociale binding moeilijk tot stand komt vanwege het grotendeels online onderwijs. ‘’Het is lastig om die sociale binding tot stand te brengen als het moeilijk is om elkaar te ontmoeten. Veel opleidingen geven, als het mogelijk is, eerstejaars voorrang bij fysiek onderwijs, maar die studenten moeten natuurlijk alsnog afstand houden van elkaar. Ze kunnen daarna ook niet naar een terrasje gaan om wat te drinken. Dat maakt het allemaal moeilijker om die sociale binding te realiseren.’’ Elffers geeft aan dat ze natuurlijk snapt waarom die maatregelen genomen moeten worden, maar het blijft volgens haar kiezen tussen twee kwaden.

‘’Er zijn echter niet alleen maar negatieve gevolgen van online onderwijs, gaat Elffers verder. Voor mensen die eerder moeilijk aanwezig konden zijn bij colleges vanwege bijvoorbeeld een mobiliteitsprobleem schept het online onderwijs mogelijkheden. Ook voor studenten die bij introkampen welllicht moeilijker mee konden komen omdat die kampen zo gefocust zijn op het consumeren van alcohol zullen zich nu misschien wel meer op hun plek voelen.’’ Dat geld volgens de hoogleraar echter wel voor een kleine groep: ‘’De overgrote meerderheid zal vooral nadelen zien.’’

Volgens Ellfers is het krijgen van die sociale binding de grootste uitdaging, maar dat betekent niet dat die andere twee componenten, de inhoudelijke binding en de eigen inzet, wel makkelijk zijn binnen het overwegend online plaats vindende onderwijs. ‘’Je ziet wel dat veel hogescholen het bindend studieadvies tijdelijk hebben afgeschat of verlaagt. Dat zou studenten die overwegen om te stoppen misschien nog kunnen overhalen op toch te blijven. Uiteindelijk denk ik echter niet dat dat voor de grootste groep  zal gelden. Het is al zo vaak in onderzoek aangetoond: als een student geen sociale- en/of inhoudelijke band heeft met zijn opleiding is de kans op succes zeer gering en de kans op uitstroom hoog.

 

‘Niet afwachten, alles doen wat we kunnen’

Dat die drie eerder genoemde componenten zeer belangrijk zijn onderschrijft ook Johan Struik, bestuursadviseur van het college van bestuur van Fontys. Als secretaris ondersteunt hij eveneens verschillende commissies waaronder de commissie studentsucces. Ook hij is van mening dat het tot stand brengen van de sociale binding nu het lastigst: “Normaal gesproken kennen studenten elkaar van introweken en zien ze elkaar op school. Dat gebeurt nu veel minder. Door alle maatregelen is het ook lastiger voor studenten om elkaar buiten hun opleiding te zien. Dat betekent echter niet dat wij maar kijken of het goed komt, wij proberen van alles om zowel de sociale als de inhoudelijke bindingen toch zoveel mogelijk tot stand te brengen en in stand te houden.’’

Zo is Fontys onder andere bezig met extra steun geven aan studieloopbaan begeleiders (SLB’ers). Zij staan dicht bij studenten die zij begeleiden en kunnen op die manier snel hulp bieden. Maar dat is volgens Struik niet het enige: ‘’Vanaf Fontys is er altijd de mogelijkheid om te praten met een studentenpsycholoog en er zijn meerdere programma’s vanuit de commissie studentsucces die een zo goed mogelijke leerweg moet creëren voor de eerstejaars studenten.’’

Als bestuursadviseur van het college is Struik niet alleen betrokken bij de commissie studentsucces, maar ook bij de commissie kwaliteit. ‘’Die onderzoekt, zoals de naam al doet vermoeden, de kwaliteit van het onderwijs. Natuurlijk zijn we nu ook veel bezig met onderzoek naar online onderwijs en we merken dat we daar absoluut stappen in gezet hebben sinds maart vorig jaar, maar er is altijd nog ruimte voor verbetering’’

Hoewel Fontys van alles in gang heeft gezet op eerstejaars studenten zo goed mogelijk te helpen is het volgens Struik een illusie om te denken dat corona geen effect zal hebben op hen. ‘’Ik hoop natuurlijk dat het mee zal vallen, zowel op mentaal vlak als op het gebied van studiesucces, maar ik vrees echter dat de uitstroom dit jaar wel eens een stuk hoger kan zijn dan normaal.’’

 

Wat vinden studenten zelf?

Naast experts zijn natuurlijk ook de studenten zelf geraadpleegd. Dit werd gedaan door middel van een enquête. In deze enquete werden eerstejaars studenten zoveel gevraagd naar hun prestaties en hun motivatie als het mentale aspect. Van de 53 respondenten was ongeveer de helft man en de helft vrouw. De meeste studenten waren tussen de 18 en de 21 jaar.
De meerderheid van hen geeft aan dat hun opleiding goed of redelijk goed met hen communiceert over corona.

Casper van Dijk

Een opvallende discrepantie ontstond later in de enquête. Van de 53 respondenten gaven er 25, bijna vijftig procent, aan slechts een beetje motivatie te hebben voor hun opleiding. Elf respondenten hadden zelfs geen motivatie meer, wat neerkomt om ongeveer twintig procent. De over grote meerderheid van de studenten geeft echter wel aan het jaar af te willen maken.
Het lijkt er dus op dat het gebrek aan motivatie geen invloed heeft op het willen stoppen. Als studenten problemen ervaren geeft het een wisselend beeld. De een praat er liever niet over, de ander zoekt hulp. Soms bij vrienden, soms bij een psycholoog.

Casper van Dijk

Zoals Johan Struik en Louise Elffers eerder al zeiden is de sociale band met een opleiding heel belangrijk. Hieronder is goed te zien dat de overgrote meerderheid weinig betrokkenheid voelt met zijn of haar medestudenten. Ook zitten de meeste respondenten niet op kamers. De meerderheid van de respondenten geeft wel aan dat zij zowel voor- als nadelen zien. Iets dat onderwijsdeskundige Elffers eerder al zei. Zij ziet echter wel een probleem. ”De betrokkenheid bij de medestudenten is ontzettend belangrijk. Dat is een groot onderdeel van de sociale band met de opleiding. Het betekent natuurlijk niet dat al deze respondenten uit zullen stromen, maar het baart met wel zorgen.”

Casper van Dijk

Landelijke studentvakbond

Zowel onderwijskundige Elffers als bestuursadviseur Struik vrezen voor een hogere uitstroom onder Fontys studenten als de sociale band onvoldoende gelegd kan worden. Lyle Muns, voorzitter van de landelijke studentenvakbond (LSVB) is daar niet zo stellig in.

“Wij krijgen ontzettend veel meldingen van eerstejaars studenten. Ze geven vaak aan dat het binnen krijgen van stof nog wel gaat, maar dat het online vooral erg moeilijk is om in discussie te gaan en echt diep op de stof in te gaan. Dat, en het continue achter de laptop zitten zorgt er zeker voor dat mensen minder gefocust en gemotiveerd zijn.’’

Maar Lyle maakt zich niet het meeste zorgen of dat toch slechtere resultaten of een hogere uitstroom gaat lijden. ‘’Wij krijgen heel veel meldingen van eerstejaars studenten die eenzaam zijn. Ze hebben weinig sociaal contact en zitten uren achter hun laptop te luisteren naar mensen die ze amper of nooit hebben gezien. Het welzijn van studenten staat enorm onder druk. Normaal zou ik zeker zeggen dat dat tot een hogere uitstroom zou lijden, maar de crux is, wat moeten ze anders?’’

Werk vinden als student is volgens Lyle lastig en ook een (half) tussenjaar nemen of reizen ligt nu niet voor de hand. ‘’Veel studenten vinden hun opleiding minder interessant dan ze vooraf hoopten, omdat ze grotendeels achter hun laptop zitten, maar van studie verwisselen gaat dat niet beter maken. Een grote uitstroom zal mij zeker niet verbazen, maar er zullen zeker ook studenten zijn die wel willen stoppen, maar dat toch nog maar even afwachten. Op 1 februari is een groot meetmoment.”