Door: Jennifer Smit en Ruud Smolders

Er wordt altijd gekeken naar het onderwijs en hoe dit verbeterd kan worden. Zo werd er onder andere gesignaleerd dat het selectiemoment waarop kinderen naar de middelbare school gaan nadelig uitpakt voor sommige kinderen. Daarom werd de tienerschool in het leven geroepen. Via de tienerschool, ook wel het 10-14 onderwijs genoemd, hebben leerlingen twee jaar langer de tijd om hun potentieel waar te maken. Van leraren tot onderzoekers en van directeuren tot de leerlingen zelf hoor je louter positieve geluiden. Toch zal de landelijke politiek niet snel overgaan tot een definitieve invoering van de tienerschool als standaard, vertelt Janny Rijks van gemeente Gorinchem.

Foto ter illustratie | Bron: Pixabay

De overstap van de basis- naar de middelbare school is spannend voor kinderen. Ouders willen natuurlijk het beste voor hun kind, waar wat is dan de beste keuze? Die vraag stellen niet alleen ouders zich al jaren. Ook wetenschappers, docenten en politici zijn altijd op zoek naar de ideale overstap en leerweg voor de schoolloopbaan van kinderen. Hieruit werd onder andere het 10-14 onderwijs geboren.

Via een tienerschool krijgen leerlingen les in een doorlopende leerlijn. Zij stappen niet na groep 8 of als zij 12 jaar zijn over naar de middelbare school, maar blijven tot zij 14 jaar zijn op dezelfde school. Leerlingen krijgen hiermee meer tijd om te ontdekken wat zij willen, kunnen en wat bij hen past. De scholen zijn altijd een samenwerking tussen een basisschool en een middelbare school.

Ton Bruining van onderwijsadviesbureau KPC Groep geeft aan dat het feit dat docenten van het primair onderwijs en het voortgezet onderwijs in gesprek zijn met elkaar erg belangrijk is. ‘’Het zijn altijd twee gescheiden groepen geweest. Nu de groepen met elkaar in gesprek zijn over het 10-14 onderwijs, hebben zij veel meer begrip voor elkaar en hoe iets tot stand komt. Dit is een positieve ontwikkeling die het 10-14 onderwijs met zich meebrengt’’, vertelt Bruining. Docenten van verschillende tienerscholen bevestigen deze uitspraak van Bruining in de tussenrapportage van Oberon. Zo geven de docenten aan dat zij meer inzicht krijgen in elkaars lesstof, en volgens hen draagt dit ook bij aan het realiseren van de doorgaande leerlijn.

 

Vroege selectie en ongelijkheid tegengaan  

Uit Onderzoek van de Onderwijsraad blijkt dat een deel van de leerlingen door vroege selectie op een verkeerd schoolniveau terecht komt. Door het uitstellen van deze selectie zou het probleem verholpen kunnen worden. Dr. Henno Theisens, hoogleraar met expertise educatie, legt daarbij uit dat naarmate je vroeger selecteert, het belangrijk is wat leerlingen hun sociaal-economische achtergrond is. ‘’Als de selectie later komt hebben leerlingen langer de kans om zich aan elkaar op te trekken. Deze leerlingen uit verschillende milieus leren zo van elkaar. Bij vroege selectie komen die verschillende groepen apart van elkaar te zitten op de middelbare school’’, aldus de hoogleraar. Hij vult aan dat de tienerschool voor iedereen moet worden ingevoerd, voordat dit een goede oplossing kan zijn voor de vroege selectie. ‘’Als je alleen de ‘probleemgroepen’ selecteert, kunnen zij zich niet optrekken aan de andere leerlingen.’’

Volgens onderwijsdeskundige Gertjan Kleinpaste moet de selectie zelfs worden opgeschoven, zodat er gerichter kan worden gekeken waar de kwaliteit van een leerling ligt. Hij denkt dat dit voorkomt dat er veel uitval is van te vroeg geselecteerde kinderen. ‘’Een ander pluspunt is dat je door het bij elkaar zetten van die leeftijden ook aan het programma kan gaan werken om veel gerichter voor te sorteren op waar de talenten liggen van kinderen, wie zij zijn en wat zij willen gaan doen. Hoe eerder je daarmee begint, hoe beter het is’’, vertelt Kleinpaste. 

Angelie Ackermans, projectleider van tienerschool Spoor 10-14 in Den Bosch, denkt daarentegen wel dat de tienerschool enkel een oplossing is voor de tekortkomingen in het huidige onderwijsstelsel, en maar voor een specifieke doelgroep. ‘’Ieder kind kan opbloeien op een 10-14 school, maar er is niet voor ieder kind plaats. Het zou heel mooi zijn als er over 5 jaar geen tienerscholen hoeven te zijn, omdat er een mooie doorlopende lijn is of dat het schooladvies gewoon wordt uitgesteld naar 14 jaar. De tienerschool is een tussenvorm die je creëert voor een bepaalde doelgroep kinderen die dat nodig heeft, als je die tussenvorm kunt weghalen doordat de overgang voor alle kinderen een vloeiende lijn kan zijn, dan heb je de tussenvorm ook niet nodig’’, vertelt de projectleider. 

10-14 onderwijs biedt volgens directe betrokkenen veel oplossingen

Lenie van Lieverloo is de projectleider van het 10-14 onderwijs. Zij geeft aan dat het 10-14 onderwijs draagvlak van onderop heeft, iets wat de tienerschool in haar opinie sterk maakt. ‘’Het grootste verschil met andere onderwijsvernieuwingen, zoals bijvoorbeeld de middenschool, is dat dit een ontwikkeling is die vanuit het onderwijs zelf komt. Wij werken al aan dit concept vanaf 2008’’, aldus de projectleider.

De belangrijkste doelen van 10-14 onderwijs, zoals blijkt uit de onderzoeksrapportages van Oberon.
De succesfactoren
De succesfactoren
De knelpunten
De knelpunten

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Een doorgaande leerlijn tussen PO en VO

Een van de belangrijkste doelen van het 10-14 onderwijs is het creëren van een doorgaande leerlijn tussen het primair onderwijs (PO) en het voortgezet onderwijs (VO). Op die manier wordt een leerling niet al op jonge leeftijd op een bepaald schoolniveau geplaatst, terwijl dit niveau wellicht niet aansluit bij het kind. 

De PO-raad laat weten dat zij het 10-14 onderwijs een goede ontwikkeling vindt, omdat het zorgt voor een doorgaande leerlijn en het goed is voor kansengelijkheid. ‘’Kinderen lopen zeker niet achter als ze naar de 3e klas gaan op het voortgezet onderwijs, omdat ze ook les krijgen van docenten op middelbare schoolniveau. Leerlingen krijgen meer tijd om te kijken wat bij hen past. Ook voor leerlingen met een taalachterstand of problemen thuis kan de tienerschool een uitkomst zijn, omdat zij simpelweg wat meer tijd krijgen om de taalachterstand bij te spijkeren’’, aldus de raad.

Gertjan Kleinpaste vertelt dat leerlingen tussen de 10 en 14 jaar op een reguliere school zelfs een jaar aan onderwijs verliezen. ‘’In groep 8, zoals de huidige structuur nu is, wordt er vooral gefocust op de eindtoets en op het repareren van lengtes in de leeropbrengsten die daarvoor lagen. Dus eigenlijk is na groep 7 het leren op de basisschool al klaar. Groep 8 zie ik daarom als een inefficiënt jaar. Dit is vooral een verloren jaar op het vraagstuk van wie ben ik en wat wil ik nou precies gaan doen’’, aldus Kleinpaste. Volgens Kleinpaste kan een tienerschool hiervoor een oplossing zijn.

 

Vakoverstijgend werken

Bij vakoverstijgend werken heb je het over het beschrijven van de samenhang tussen verschillende vakken. Hierbij blijven echter de verschillende vakken wel herkenbaar. Leerlingen geven hierbij aan meer gemotiveerd te zijn omdat ze beter begrijpen waarom ze iets doen, zo blijkt uit de rapportages van Oberon. Ook de scholen zelf signaleren dit. Een knelpunt hierbij is het ontwikkelen van het onderwijscurriculum, dit kost veel tijd in de opstartfase. 

Zo legt Angelie Ackermans, de projectleider van Spoor 10-14 in Den Bosch, uit dat deze tienerschool voor de basisvakken werkt met een digitaal leerplatform. Voor andere vakken werkt deze school met thema’s, die worden ontwikkeld door leercoaches en het ontwikkelteam. ‘’Wij vullen de thema’s in op basis van de leerlijnen die door de overheid zijn vastgesteld. Wij zijn begin januari bijvoorbeeld begonnen met het thema ‘mijn omgeving en ik’’’, vertelt Ackermans. 

 

Gepersonaliseerd leren

Leerlingen kunnen hun eigen doelen stellen en in hun eigen tempo leren. Er wordt niet meer zo zeer in groepen, maar in individuele niveaus gedacht. En het kan zijn dat een leerling een vak op een hoger niveau doet dan het andere vak. Gepersonaliseerd leren is voor ouders een belangrijke reden om hun kinderen naar een tienerschool te laten gaan. Het spreekt ze aan dat kinderen eigenaar zijn van hun eigen leerproces. Wel zouden ouders in de toekomst meer duidelijkheid en communicatie vanuit de school willen hebben. Ze begrijpen dat het onderwijsconcept hier minder op gericht is, maar toch zouden ze het fijn vinden een beter overzicht te hebben van waar hun kind staat qua onderwijsniveau en prestaties.

Zo vertelt de projectleider van Spoor 10-14 dat de tienerschool voor de basisvakken werkt met een digitaal platform. Op dit platform zijn alle leerlijnen van de vakken van groep 7 tot en met het 2e jaar van het voortgezet onderwijs toegankelijk, op ieder niveau. Het programma is adaptief: kinderen krijgen vragen, en het systeem past zich aan op het niveau van het kind. 

Leerling Deen van de tienerschool in Gorinchem vertelt gepersonaliseerd leren leuker te vinden dan les op een reguliere school, omdat de opdrachten hier moeilijker zijn: ‘’Op mijn oude school verveelde ik mij soms, omdat de opdrachten te makkelijk waren.’’ 

Een knelpunt dat vanuit de tienerscholen naar voren komt in de rapportages van Oberon is het feit dat leerlingen niet ineens gewend zijn aan het concept van gepersonaliseerd leren. Een aantal initiatieven geeft aan dat zij aan het begin hebben onderschat hoeveel aansturing de leerlingen nodig hebben. Sommige leerlingen kunnen moeilijk omgaan met de vrijheid en gaan achterover hangen. Tevens hebben leerlingen niet altijd de intrinsieke motivatie om tijd te besteden aan de vakken waar ze niet goed in zijn, of ze vermijden deze vakken (on)bewust.

 

Persoonlijke begeleiding

Belangrijk voor de persoonlijke begeleiding van leerlingen is een goede band met de leerling en een prettige sfeer binnen de school. Er wordt gekeken naar de talenten van elk kind. Er wordt niet alleen gefocust op de cognitieve talenten, maar er wordt ook gekeken naar bijvoorbeeld creatieve en sportieve talenten. 

Mees is een oud-leerling van het Tiener College in Gorinchem, en hij vertelt erg blij te zijn met de extra aandacht die hij kreeg. ,,Ik had bijvoorbeeld veel moeite met de d, t of dt regels. Op de tienerschool heb ik dit vervolgens wel geleerd, omdat de docenten meer individuele aandacht voor mij hadden. Op het reguliere onderwijs kwam het niet binnen’’, vertelt Mees. Op dit moment zit Mees in de eerste klas van de middelbare school, en hij vertelt dat hij voor zijn gevoel veel heeft gehad aan het 10-14 onderwijs. Door deze manier van onderwijs had Mees het idee dat hij helemaal klaar was voor de middelbare school. 

De schoolleiding van enkele initiatieven wijst er ook op dat de leraren en coaches zeer gemotiveerd en enthousiast zijn. Dat is absoluut een voorwaarde van het 10-14 onderwijs volgens de schoolleiding, want het vraagt veel van het onderwijzend personeel. ‘’Men moet geloven in het concept’’, zegt Lenie van Lieverloo.

 

Persoonsvorming en sociale competenties

Alle 10-14 initiatieven streven naar algemene persoonsvorming als doel van het onderwijs. Daarnaast is de opbouw van sociale competenties een belangrijk doel. Bij algemene persoonsvorming besteden initiatieven voornamelijk aandacht aan zelfstandigheid, betrokkenheid bij het eigen leerproces en zelfvertrouwen. Bij sociale competenties ligt de focus bij de meeste initiatieven op samenwerking en presenteren. 

Natasja van Meer, oud-docente en coördinator van de tienerschool in Gorinchem, vertelt dat je als docent in groep 8 soms het idee hebt dat een leerling een niveau aankan, maar nog net een stapje mist. Op de tienerschool krijgen deze leerlingen de tijd om dat stapje nog te zetten. Volgens Van Meer zijn leerlingen vooral sociaal nog niet uitgegroeid. ‘’Wij kijken op de tienerscholen niet naar groepen, maar echt naar de leerlingen. We geven veel aandacht aan het persoonlijke aspect van kinderen, en niet alleen naar het cognitieve. Wij zijn natuurlijk een school, maar we zijn er niet alleen om leerlingen les te geven. We zijn er ook om een persoon te ontwikkelen’’, aldus de coördinator. 

 

Politiek wordt nog niet warm

Ondanks de vele positieve geluiden is de politiek moeilijk warm te krijgen voor het landelijk invoeren van de tienerschool. Janny Rijks, beleidsmedewerker onderwijs bij gemeente Gorinchem, weet waarom. ‘’De wet- en regelgeving moet aangepast worden, en dit kan nog wel lastig zijn. Dit kan namelijk lang duren. Als je het alleen al hebt over de wetswijziging duurt dat vaak al 4 tot 6 jaar en dat is dan nog vrij snel. En dan heb ik het alleen nog maar over het wijzigen van de wet.’’ Ook denkt Rijks dat de politiek nog niet overtuigd genoeg is om de tienerschool landelijk in te voeren: ‘’Ze zijn er nog niet uit of het zinvol is en of het toch niet net zoiets is als de middenschool.’’

Gertjan Kleinpaste is onderwijsdeskundige en zit ook in de lokale politiek in Dordrecht. Hij denkt dat het grootste knelpunt in de politiek is dat mensen het lastig vinden om datgene wat zij gewend zijn, los te laten. ‘’Tienerscholen vragen veranderingen in het basisonderwijs en het voortgezet onderwijs en daar heerst wat koud water vrees over. Ook omdat het een andere vorm van samenwerking inhoudt dan dat men gewend is’’, aldus Kleinpaste. 

Een tijdlijn van de tienerscholen en belangrijke momenten in de ontwikkeling hiervan.

Veel aanknopingspunten, te vroeg voor een conclusie

Ondanks de vele positieve geluiden bij leraren, leerlingen en specialisten, is de tienerschool lastig in te voeren. Volgens onderzoeker Anne Luc van der Vegt van onderzoeksbureau Oberon, die ook meewerkt aan de monitoringsrapportages, is het nog te lastig om te zeggen dat het 10-14 onderwijs in het algemeen een goed idee is: ‘’Het 10-14 onderwijs bestaat uit veel verschillende initiatieven en die gaan ook allemaal anders om met deze vorm van onderwijs. Daarnaast zijn deze scholen er nog niet lang, het is nog lastig om te zeggen of het effect van de tienerschool positief werkt tijdens het verloop van hun verdere schoolloopbaan.’’

 

In het voorjaar van 2021 verschijnt het eindrapport voor de pilot van het 10-14 onderwijs. Hieruit moet blijken wat de succesfactoren en knelpunten zijn.