Cynthia Willemsen | Onderzoeksredactie
In 2019 gaf de consument volgens De Nederlandse Cosmetica Vereniging 2,7 miljard euro uit aan cosmetica. Maar in veel van die verzorgingsproducten zitten volgens Stichting Tegengif hormoonverstorende stoffen. Dit wekt de vraag op is jouw skincare wel zo goed voor je?

“De criteria waaraan de verzorgingsproducten moeten voldoen is te licht”, vertelt Suzanne Kröger Tweede Kamerlid voor GroenLinks. Stichting Tegengif bracht in 2020 een onderzoek naar buiten, waaruit bleek dat 60% van de 111 populairste verzorgingsproducten één of meer hormoonverstorende stoffen bevat. Dat terwijl de Europese Commissie in 2018 een rapport publiceerde, waarin bevestigd wordt dat het veilig gebruik van cosmetische ingrediënten met hormoonachtige eigenschappen door de strengste eisen in de Cosmeticaverordening en REACH worden gewaarborgd.

Wat zijn de schadelijke stoffen die in de producten zitten?

Loading...

Loading…

Butylparabeen is één van de stoffen die gevonden is in het onderzoek. Opmerkelijk aan deze stof is dat het in juli 2020 werd toegevoegd aan de lijst zeer zorgwekkende stoffen (ZZS) van het RIVM, vanwege haar hormoonverstorende eigenschappen. De stof is te vinden in bodylotion en lipbalsem. Ook het Europees Agentschap voor Chemische stoffen (ECHA) ziet Butyl 4-hydroxybenzoate als een zeer zorgwekkende stof, omdat het aan de criteria voldoet die staat in artikel 57 f van REACH. Butylparabeen voldoet aan de criteria van het artikel 57 f, omdat de eigenschappen van de stof waarschijnlijk ernstige gevolgen hebben voor de gezondheid van de mens. Ook op de Subsitute it now lijst (SIN-list) is Butylparabeen sinds mei 2011 te vinden.Volgens de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) zijn er nog ruim 800 potentiële hormoonverstorende stoffen, waarvan 19 chemische stoffen maar onder de Europese wetgeving zijn gereguleerd.

In de uitzending van RADAR wordt vooral vertelt dat de hormoonverstorende stoffen problemen kunnen geven bij zwangere vrouwen. Volgens toxicoloog Marjorie van Duursen is dit terecht, maar kunnen ook verschillende leeftijdsgroepen last hebben van de hormoonverstorende stoffen. “Het is jammer dat de nadruk altijd bij zwangere vrouwen wordt gelegd.” Van Duursen vertelt dat dit soort stoffen veel effecten kunnen hebben op de ontwikkeling, een voorbeeld hiervan zijn embryo’s en foetussen die daar heel gevoelig voor zijn. Maar dat neemt niet weg dat jongere kinderen en pubers, waar ook veel ontwikkeling en rijping plaatsvindt hier niet gevoelig voor zijn. De hormoonverstorende stoffen hebben ook effecten op mannen en hun sperma. Die kunnen het op hun beurt weer doorgeven via de vrouw als ze zwanger wordt en zo aan het kind. Volgens van Duursen wordt dit vaak onderbelicht wat volgens haar niet terecht is, maar wel begrijpelijk. De risico’s zijn voor volwassen wel kleiner, dan voor de leeftijd van een embryo tot de leeftijd dat ze klaar zijn met ontwikkelen. “Het blijft wel een probleem wat de hele samenleving aangaat.”

Parabenen boosten het hormoon oestrogeen na, wat wellicht de werking van de anticonceptiepil zou kunnen beïnvloeden. Van Duursen vertelt dat je naar de hele combinatie van effecten moet kijken. “Het is het continu onder druk zetten van je systeem wat schadelijk is. De anticonceptiepil slik je meestal al als je volwassen bent.” De pil bevat niet alleen oestrogeen, maar ook progestageen die de schadelijke effecten van oestrogeen weer tegenwerken. “Dus daar zit balans in, maar het zou kunnen dat een combinatie van de pil en hormoonverstorende stoffen de werking van de pil kunnen beïnvloeden.” Volgens van Duursen is hier alleen nog te weinig tot geen onderzoek naar gedaan om het zeker te weten.

Hoe zit het met de wetgeving?

Hoe kan het dat er nog hormoonverstorende stoffen in verzorgingsproducten zitten, als meerdere instanties het gevaar ervan inzien. Voordat de verzorgingsproducten de markt op mogen moeten ze aan een heleboel eisen voldoen. In Europa moeten namelijk alle cosmeticaproducten voldoen aan de eisen van de Cosmetica verordening 1223/2009/EG. De verordening moet ervoor zorgen dat de verzorgingsproducten die de Europese burgers gebruiken veilig zijn. Om ervoor te zorgen dat de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) de verordening kunnen handhaven in Nederland, is er een Warenwetbesluit cosmetische producten gepubliceerd. Wanneer een ingrediënt verdacht wordt een risico te vormen voor de gezondheid, wordt dat ingrediënt beoordeeld door het Wetenschappelijk Comité voor Consumenten Veiligheid (SSCS). Dit is het onafhankelijke wetenschappelijk adviesorgaan van de Europese commissie. Zij beoordelen of het ingrediënt veilig gebruikt kan worden, zo niet wordt het via de wetgeving verboden.
Het SSCS heeft in een oktober 2020 hun opinie naar buiten gebracht over Propylparabeen, na de bezorgdheid over mogelijke hormoonverstorende eigenschappen. Eén van de schadelijke stoffen die in het onderzoek van Stichting Tegengif naar buiten kwamen. In de opinie verklaarde het SCCS propylparabeen veilig, zolang de concentratie in cosmetische producten niet hoger is dan 0.14%. Dit omdat het huidige bewijs van de stof niet voldoende is om het als hormoonverstorend te zien, aldus het SCCS.

Volgens professor Pieter-Jan Coenraads lid van het SCCS valt het nog wel onder discussie of de stoffen die in het onderzoek van Stichting Tegengif gevonden zijn hormoonverstorend werken. En als ze dan hormoonverstorend zijn is het volgens Coenraads ook de vraag of het gevaar levert bij de lage hoeveelheden die in de consumentenproducten zitten. “De concentratie die in de verzorgingsproducten zitten zijn veilig, er is daar al heel veel onderzoek over gedaan.”

Cocktaileffect

In de verzorgingsproducten die je koopt kunnen dus potentiële hormoonverstorende stoffen zitten. Maar is het volgens het SCCS veilig, door de maximale concentraties. Van Duursen is het hier deels mee eens. “De gehaltes die in de producten zitten zijn behoorlijk laag, dat het niet zo schadelijk is dat het acuut van de markt gehaald moet worden.” Zij ziet het probleem van de hormoonverstorende stoffen vooral, omdat je er op allerlei manieren aan wordt blootgesteld. “Het is eigenlijk de gecombineerde blootstelling en de combinatie van stoffen die het grootste risico opleveren”, aldus van Duursen. De effecten zijn als volwassen vaak nog wel terug te draaien, maar in de ontwikkeling zijn ze permanent en kunnen ze ervoor zorgen dat je lichaam anders ontwikkeld wat tot kan grotere problemen kan lijden. Ook Annelies de Boer van Stichting Tegengif maakt zich hier grote zorgen over. Een skin care routine bestaat meestal niet uit één product maar uit meerdere. Zij stelde in het onderzoek dat je op een dag met maar liefst 23 hormoonverstorende stoffen in aanraking kunt komen, het zogenaamde cocktaileffect.

Kun je verwachten dat al jouw crèmepjes goed zijn?

Volgens de brancheorganisatie Nederlandse Cosmetica Vereniging hoef je je niet af te vragen of een product veilig is of niet. De verzorgingsproducten ondergaan een veiligheidsbeoordeling die wordt uitgevoerd door bijvoorbeeld een toxicoloog.
“Wij maken ons geen zorgen dat er slechte producten op de markt zijn. Waar wij en iedereen in de cosmetica wereld achter staan is dat onze producten geen hormoonverstorende effecten hebben”, vertelt Max Hellinga van de NCV. “Vooraan staat dat we veilige producten op de markt zetten.” Volgens Hellinga wordt dit gewaarborgd door de veiligheidsbeoordeling op elk product en de beoordelingen van het SSCS op specifieke ingrediënten. “Men gaat uit van de huidige wetenschappelijke kennis.” Hierdoor lijkt het SCCS wel een hele grote rol te spelen, als het gaat om welke ingrediënten in de verzorgingsproducten mogen zitten.

Veiligheidsbeoordelaar Jeltrimar vertelt dat hij als enige de veiligheidsbeoordeling doet en dat niemand controleert of het goed is. “Men neemt aan dat het goed is, maar daar heb je eigenlijk geen zekerheid aan.” De enige controle die naast de veiligheidsbeoordelaar wordt gevoerd is die van de NVWA’s. Die hebben naast de beoordelaar het recht om documenten op te vragen over de producten. Zijn beoordeling strekt zich uit over de papieren informatie die hij krijgt. “Als ik uit China een analysecertificaat krijg van een bepaalde stof ga ik ervan uit dat die klopt. Als die Chinese producent een certificaat levert die niet helemaal klopt. Kan ik dat niet controleren.”

Het voorzorgsprincipe

Volgens Suzanne Kröger Tweede Kamerlid voor GroenLinks moet er in Nederland meer vanuit het voorzorgsprincipe gewerkt worden. Volgens Kröger is het nu echt een probleem, hoeveel er aangetoond moet worden voordat een stof verboden wordt. Ook gebeurt het dat stoffen individueel worden beoordeeld en niet op groepsbasis. Hierdoor kan het dus dat van een stof bekend wordt gemaakt dat het bepaalde slechte eigenschappen heeft. Die wordt dan verboden, maar dan zijn er andere stoffen met nagenoeg dezelfde chemische samenstelling die wel nog gebruikt mogen worden. Deze stoffen moeten dan opnieuw het hele traject door wat heel lang duurt. “Er zijn stoffen waar wel al meer van weten en er zijn stoffen die tot een groep behoren dat is het lastige. Onze regelgeving is niet ingesteld op de chemische realiteit, maar meer de juridische realiteit”, vertelt Kröger. In de chemische realiteit zijn sommige stoffen heel erg aan elkaar verwant en hebben dezelfde eigenschappen. Juridisch is dat niet zo en moet dat allemaal apart worden beoordeeld.
Wat volgens Kröger en de Boer het probleem is, omdat de regelgeving heel langzaam gaat.
“Terwijl wij wachten op betere regelgeving, worden mensen elke dag weer blootgesteld aan stoffen die potentieel hormoonverstorend zijn of zoals sommige mensen zeggen hiervan verdacht worden”, verteld Annelies de Boer van Stichting Tegengif.

Naast de regelgeving zou voorlichting volgens Kröger een goede stap kunnen zijn in de bewustwording. Zeker bij producten voor kinderen en baby’s waar volgens Kröger nu nog heel weinig over bekend is bij de consument. “Alleen al dat mensen het weten is al belangrijk.” De overheid heeft een website https://waarzitwatin.nl waar je meer te weten kunt komen over chemische stoffen in verzorgingsproducten. Kröger verteld dat de staatsecretaris zich een beetje achter de website schuilhoudt en dat het volgens hem genoeg zou zijn. “De website is echt belabberd, heel onduidelijk en helemaal niet specifiek op bepaalde producten. Het is gewoon niet goed”, aldus Kröger.

Nederland volgt de richtlijnen van de Europese Unie, maar andere Europese landen onder andere Frankrijk nemen zelf nog nationale maatregelen tegen de hormoonverstorende stoffen. Zo heeft het land een verbod op de stoffen in kinderverzorgingsproducten. Nederland heeft zelf nog geen nationale maatregelen getroffen en dit ligt volgens Kröger, omdat Nederland bij milieuregelgeving best traag is. “Er is hier een heel groot vertrouwen dat dingen wel meevallen.”

“Als een stof ook maar verdacht wordt hormoonverstorend te zijn, hoor je daar de consument niet aan bloot te stellen”, aldus Kröger. “Zeker niet aan kwetsbare groepen zoals vrouwen of mensen die ziek zijn.” Wat volgens haar genoeg aanleiding geeft om de stoffen te verbieden, omdat er al heel veel over bekend is. “Er zijn ook zoveel alternatieven die je als cosmeticafabrikant kunt gebruiken.”

De toekomst van hormoonverstorende stoffen in cosmetica

Volgens Kröger liggen er in Europa nu wel kansen, omdat de Europese Commissie een nieuwe Chemicals Strategy for Sustainability heeft gepubliceerd. Het Europees Parlement wees de Europese Commissie erop dat burgers onvoldoende beschermd worden tegen hormoonverstorende stoffen. Met deze strategy hoopt de EC de inwoners en het milieu van Europa beter te beschermen en het stimuleren van de innovatie voor veilige en duurzame chemicaliën. Volgens Kröger is de volgende stap dat Nederland gaat voorlopen op de Europese regels. “Er liggen heel veel kansen doordat de strategy nog moet worden uitgewerkt in concrete stappen.”

Hoe kun je hormoonverstorende stoffen het best vermijden?

Als je geen zin en tijd hebt om bij alle producten te checken of er hormoonverstorende stoffen inzitten. Kun je volgens de Boer kijken of het product een ecolabel bevat. “Dan loop je veel minder risico dat je schadelijke stoffen binnenkrijgt.”