Telefoongebruik in het verkeer neemt nog steeds toe, ondanks de maatregelen en campagnes. Alleen onder de categorie fietsers neemt het niet toe. Met uitzondering van de jongere generaties fietsers, daar zit wel een stijging in. Volgens verkeerspsycholoog Gerard Tertoolen zijn de huidige maatregelen en campagnes voor telefoongebruik in het verkeer nog niet efficiënt genoeg waardoor het gebruik blijft stijgen.  

Uit cijfers van de enquête uit 2021, ingevuld door 202 respondenten, blijkt dat 70,3 procent van de verkeersdeelnemers hun telefoon gebruikt in het verkeer. SWOV heeft in opdracht van Interpolis in 2017 en 2019 hier ook onderzoek naar gedaan; de Barometer. In 2017 bleek het telefoongebruik in het verkeer 66,1 procent te zijn. In 2019 is dit gestegen naar 68,1 procent. In vergelijking met 2019 is het telefoongebruik in het verkeer in 2021 dus met 2,2 procentpunten gestegen.

Maatschappelijk geaccepteerd

Volgens Tertoolen wordt telefoongebruik in het verkeer nog maatschappelijk geaccepteerd. Dit is volgens hem een van de oorzaken dat het telefoongebruik tijdens deelname aan het verkeer onder de jongere generaties stijgt: “Als je tegen mensen zegt dat je dronken in de auto stapt word je echt aangekeken alsof je een debiel bent, mensen vinden dat echt niet kunnen. Maar als je vertelt dat je op je telefoon zit achter het stuur, dan zegt niemand daar wat van.”

Tertoolen zegt dat je het telefoongebruik in het verkeer kan vergelijken met roken. “Dertig jaar geleden was het nog de normaalste zaak van de wereld dat je rookte. Daar is een enorme omslag in gekomen. Dat kunnen we denk ik ook voor elkaar krijgen met telefoongebruik, er zitten mooie parallellen aan”, aldus Tertoolen.

Stijging onder jonge fietsers

De enquête uit 2021 heeft ook onderzocht wat het telefoongebruik is per vervoermiddel. Hieruit blijkt dat telefoongebruik in het verkeer onder de categorieën automobilisten en voetgangers de afgelopen jaren is gestegen. Daarentegen is telefoongebruik onder de categorie fietsers de afgelopen jaren gedaald. In 2021 was dit percentage 51,5 procent. Uit de Barometer 2019 blijkt dat 55,7 procent van de fietsers weleens zijn of haar telefoon gebruikt in het verkeer.

De jonge generatie fietsers wijkt af van deze daling. Uit de enquête van 2021 blijkt dat 64,7 procent van de jongere generatie (leeftijd van 15 tot en met 34 jaar) aangeeft zijn of haar telefoon weleens te gebruiken. Dit percentage was in 2019 nog maar 59,5 procent.

Jonge generatie: 15-34 jaar
Midden generatie: 35-54 jaar
Oude generatie: 55 jaar en ouder

Jongeren hebben volgens de enquête uit 2021 verschillende motieven om hun telefoon te gebruiken in het verkeer. Ze geven aan dat ze voornamelijk hun telefoon gebruiken om te appen, bellen, muziek te luisteren en voor het gebruik van sociale media. 

FOMO

Een verklaring voor het gedrag van de jonge generatie fietsers, is dat zij veel te maken hebben met het fenomeen ‘FOMO’ (Fear Of Missing Out). “Als iemand drie keer per jaar op vakantie gaat, en een ander ziet dat, wil diegene er ook graag bij horen en het niet het gevoel krijgen dat hij of zij iets mist”, vertelt FOMO-expert Chantal van der Leest. Het missen van een gebeurtenis komt bij FOMO over als een verlies. Van der Leest: “Mensen hebben een hekel aan verlies, daardoor zullen we er altijd alles aan doen om zo min mogelijk verlies te lijden. Volgens Van der Leest wordt FOMO versterkt door social media. Door social media weet je een stuk meer over wat er gebeurt in andermans leven. FOMO heeft dan ook meer invloed op de jonge generatie omdat zij opgegroeid zijn met social media. Hierdoor is FOMO een groter probleem onder deze generatie. Wanneer je last hebt van FOMO tijdens deelname aan het verkeer, kan dat je aandacht verzetten.

Selectieve aandacht 

De verzetting van je aandacht kan leiden tot een beperkte en selectieve aandacht. De jonge generatie wil door FOMO constant zijn of haar berichten checken. Het is een soort gokmachine volgens Van der Leest. “Als we een interessant bericht binnenkrijgen, verwachten we dit de volgende keer ook, terwijl sommige berichten niet eens interessant hoeven te zijn”, zegt Van der Leest. Doordat mensen zich ergens heel erg op focussen, bijvoorbeeld een appje, vergeten ze wat er voor de rest in hun omgeving gebeurt. Mensen moeten zich volgens Van der Leest realiseren dat je maar een beperkte aandacht hebt, hierdoor kan het erg gevaarlijk zijn als je op je telefoon zit tijdens deelname aan het verkeer.

Lage pakkans

Een andere verklaring voor het stijgende telefoongebruik in het verkeer is volgens verschillende experts de lage pakkans. “Als je door de stad fietst zie je overal mensen met hun telefoon in de hand fietsen, dat mag niet, maar er wordt amper tegenop gestreden. Hetzelfde geldt voor auto’s, nu zijn er pas een stuk of elf camera’s op viaducten in heel Nederland. Die rouleren wel van viaduct, maar nog verhogen die de pakkans niet. De huidige boetes zijn op zich hoog genoeg, maar het gaat uiteindelijk om de pakkans, die is echt te laag”, aldus Tertoolen. 

Naast camera’s op viaducten gaat de politie af en toe op onderzoek vanuit een hoge touringcar. “Op deze manier kunnen we auto’s vanaf boven inkijken om zo te zien of de bestuurder op zijn of haar telefoon zit”, vertelt woordvoerder van de politie Bobby Markus.

Ondanks dat Tertoolen de pakkans te laag vindt, is het aantal uitgedeelde boetes gestegen. Dat blijkt uit cijfers van het CJIB (Centraal Justitieel Incassobureau). In 2020 zijn er 168.033 boetes voor telefoongebruik in het verkeer uitgedeeld. In 2019 waren dit er 121.364. 

Pas sinds juli 2019 worden ook boetes aan fietsers uitgedeeld. Volgens het CJIB is dit een van de redenen dat het aantal uitgedeelde boetes is gestegen.

Gevolgen

De gevolgen van telefoongebruik in het verkeer kunnen enorm zijn. Het kan niet alleen leiden tot ongelukken maar ook tot flinke juridische gevolgen. 

In deze slideshow zie je wat de gevolgen en maatregelen zijn van telefoongebruik in het verkeer. In de slideshow zit een audio-interview met verkeersslachtoffer Nelly Vollebregt.

Aandacht

Er zijn al verschillende campagnes uitgezet, zo ook de MONO-campagne vanuit de Nederlandse Overheid. Zij werken nauw samen met grote verkeersorganisaties zoals ANWB en VVN. Samen willen zij mensen bewust maken van dit probleem; en vooral de jongere generatie.

In deze slideshow zie je op welke manieren instanties en organisaties campagnes voeren tegen telefoongebruik in het verkeer. 

Lesprogramma’s voor jongeren

Om ervoor te zorgen dat de boodschap bij jongeren terecht komt zegt Tertoolen dat er speciale lesprogramma’s moeten komen op scholen. In deze programma’s moeten leerlingen zelf onderzoeken wat de gevolgen zijn van telefoongebruik in het verkeer. “Als je het mensen zelf laat bedenken en uitzoeken, werkt dat veel beter dan dat iemand een verhaaltje komt vertellen. Dit heet self-persuasion”, aldus Tertoolen. 

Een andere manier om jongeren bewust te maken van het gevaar van telefoongebruik in het verkeer is door subtiele hints te geven in hippe TV-programma’s. Tertoolen: “Dit soort kleine subtiele tekenen, die door de populaire mensen in de serie worden gezegd, kunnen onbewust voor verandering zorgen.” 

Oplossingen

De huidige maatregelen en campagnes om telefoongebruik in het verkeer tegen te gaan blijken nog niet efficiënt genoeg. Tertoolen: “Veel mensen hebben het gevoel dat je nog makkelijk je telefoon kan gebruiken in het verkeer. Dit komt door het lage risicobesef, een lage pakkans, het overschatten van de eigen rijkunsten en omdat het nog sociaal geaccepteerd wordt.” Volgens Tertoolen zijn er wel mogelijkheden om de efficiëntie te laten stijgen. 

Om ervoor te zorgen dat de efficiëntie stijgt is het volgens Tertoolen vooral van belang om de pakkans te verhogen, er moet een sociale afkeuring komen, de campagnes moeten grootschaliger worden aangepakt en er moeten speciale lesprogramma’s komen voor jongeren. “Het is een traject waarbij je niet een van deze dingen moet doen, maar alles tegelijk, anders kom je nergens. Dus vooral met de combinatie van verschillende maatregelen en technieken, dan krijg je uiteindelijk iets voor elkaar. Daarnaast is het een proces wat tijd nodig heeft”, aldus Tertoolen.