Met het vergelijken van de situatie van ongevaccineerden met die van de Joden in de jaren 30 en 40 en het uit de hand lopen van protesten rondom het Israëlisch-Palestijns conflict, lijkt men het anno 2021 niet meer te schuwen openlijk uitlatingen te doen die kwetsend zijn voor de Joodse gemeenschap. De aanloop hiernaartoe is langer dan je misschien zou denken.

Door: Tijn Marinussen

“Corona heeft ertoe geleid dat er een zekere ontevredenheid is blootgelegd”, zegt Emile Schrijver, algemeen directeur van het Joods Cultureel Kwartier in Amsterdam. “Mensen zijn op zoek gegaan naar hyperbolen en al te sprekende voorbeelden. Het vergelijken van de situatie van ongevaccineerden nu met die van de Joden in de jaren 30 en 40 vind ik smakeloos. Ik ben niet van de school die alles meteen antisemitisme vindt en ik ga ook heel ver in het verdedigen van de vrijheid van meningsuiting, maar dit leidt er wel toe dat je een afvlakking krijgt van wat er niet meer mag. Het brengt een soort normverschuiving te weeg.”

Het Centrum Informatie en Documentatie Israël (CIDI) en het Centraal Joods Overleg (CJO) spanden in december een kort geding aan tegen FVD-voorman Thierry Baudet. Dit omdat hij op Twitter berichten had geplaatst waarin hij ongevaccineerden ‘de nieuwe Joden’ noemt en Kamerleden en bewindslieden die het coronabeleid steunen ‘wegkijkende uitsluiters’, ‘nieuwe Nazi’s’ en ‘NSB’ers.’

Sprong, de advocaat van Baudet, stelt dat de uitingen waarschuwingen zijn voor uitsluiting, dat Baudet de onwenselijkheid van uitsluiting onderstreept en daarmee niet de situatie van de Joden in de jaren 30 en 40 bagatelliseert.

Volgens de voorzieningenrechter liet de politicus zich ‘onnodig grievend uit’. Baudet moest binnen 48 uur de berichten verwijderen.

Volgens Schrijver weet Baudet dat de Oorlog nog altijd een gevoelig onderwerp is. Ulysse Ellian, portefeuillehouder antisemitisme van de Tweede Kamerfractie van de VVD, merkt dat er bij sommige incidenten echter wél enige onwetendheid bestaat. ”Het incident op Urk vind ik daarvoor exemplarisch. Jongeren speelden bepaalde scenes na gekleed in Nazi- en gevangenenkledij. De reactie daarna was dat ze het zo niet bedoelden en dat ze niet wisten wat voor een impact dit had. Dan zijn we dus inmiddels aangekomen bij een generatie mensen die niet meer begrijpt wat er überhaupt tijdens de oorlog is gebeurd en wat de Holocaust heeft betekend. Ik weet niet wat ik erger vind: mensen die bewust antisemitisch zijn of onwetendheid. Ik ben er nog niet helemaal over uit, maar het historisch besef neemt af en daar maak ik me wel zorgen over.”

Vergelijkingen van alle tijd?

Remco Ensel doceert Cultuurgeschiedenis aan de Radboud Universiteit en was verbonden aan het NIOD Instituut voor Oorlogs-, Holocaust- en Genocidestudies. Volgens hem is het trekken van parallellen met de Tweede Wereldoorlog niet nieuw. “Sinds 2000 is het goed zichtbaar. In eerste instantie vond het verwijzen naar de Tweede Wereldoorlog vooral plaats bij anti-Israëldemonstraties. Mensen deden uitspraken als ‘Zij doen nu hetzelfde als wat hen is aangedaan’ en ‘Zij zijn de nieuwe SS’ers.’ Sindsdien is het een trend geworden om over politieke kwesties met dat soort taal te gaan spreken. Huismannen en –vrouwen die vijftien jaar geleden dit soort taferelen op tv zagen en dachten dat je dan wel heel gek moest wezen, lopen nu zelf met grote kartonnen sterren op de borst. Dat is een opmerkelijke verschuiving.”

Maar ook ver voor die tijd werd al gebruik gemaakt van vergelijkingen, stelt Ensel. “Het vergelijken met de Holocaust gebeurt al vanaf het begin van de Holocaust zelf. Het woord ‘Holocaust’ op zich is al een poging om iets te duiden waar nog geen woord voor was. De woorden ‘Holocaust’ en ‘Shoah’ bestonden namelijk al voordat de Jodenvervolging zich tussen 1933 en 1945 voltrok. In 1944 was het zelfs zo dat toen men in Polen hoorde wat er gebeurd was zei: ‘Dit lijkt wel op pogroms (gewelddadige aanvallen op een bepaalde bevolkingsgroep, red.) die we al eerder hebben meegemaakt.’ Vergelijkingen zijn deel van hoe wij praten en dat is nooit anders geweest. De Holocaust is daar ook deel van. Er worden nu geen mensen vernietigd en de vergelijking gaat dus mank, maar het is een manier om op extreme wijze onder woorden te brengen wat men voelt.”

‘Ohne Rücksicht auf Verluste’

“Het trekken van parallellen veroorzaakt een gevoel van onveiligheid bij een groep die toch al getraumatiseerd is”, aldus Schrijver. “De joodse gemeenschap kan soms heel heftig en vol emotie reageren op dingen die met de oorlog te maken hebben. Dat trauma zit in het hele systeem van die gemeenschap. Daar wordt in geroerd en daar moet je met rechte rug tegen blijven ageren.’’

Schrijver benadrukt dat het trekken van parallellen juist vaak afbreuk doet. “Roos Vonk was een hoogleraar aan de universiteit van Nijmegen. Zij vergeleek de wantoestanden in de vleesindustrie met een Holocaust. Dan kan je wel zeggen dat het aantoont hoe erg het is, maar die vergelijking gaat volledig mank. Je kan het niet me elkaar vergelijken! Je hebt blijkbaar geen ethische rem als je je beoogde effect probeert te bereiken over de ruggen van mensen met nog altijd aanwezig leed. Het negeren van dat leed vind ik smakeloos. Behoud de Holocaust voor de discussie over de Holocaust en gebruik andere krachtige termen voor andere punten. Je neemt niet in ogenschouw wat je onderweg kwijtraakt als je die vergelijkingen maakt. ‘Ohne Rücksicht auf Verluste’, zou men in het Duits zeggen.”

‘Ze zijn onder ons’

“Als er dingen ter discussie gesteld worden, komen er na loop van tijd altijd voor het gemak nog een paar Joden om de hoek in het narratief van de betrokkenen”, zegt Emile Schrijver. “Dat zie je nu bij complottheorieën over vaccinaties, maar je ziet het ook bij moslimterrorisme. In Parijs waren de aanslagen bijvoorbeeld gericht tegen Franse instituties, maar toen werd er voor de zekerheid ook nog even een kosher restaurant bij betrokken. Ik ben er nog niet helemaal uit hoe dat zit, maar het heeft een hele rare positie in dit soort agressie.”

Tijdens de pandemie was er een aanzienlijke groei in het gebruik van antisemitische zoekwoorden. Tussen de eerste twee maanden van 2020 (pre-pandemie) en 2021 (tijdens de pandemie), kan een zevenvoudige toename van antisemitische berichten worden waargenomen op Franstalige accounts en een meer dan een dertienvoudige toename van antisemitische opmerkingen binnen de Duitse kanalen.

Bron: European Commission, Directorate-General for Justice and Consumers, Comerford, M., Gerster, L., The rise of antisemitism online during the pandemic: a study of French and German content, Publications Office, 2021

Volgens Remco Ensel zijn de complottheorieën vaak van dezelfde aard. “Je ziet een soort combinatie van Russisch, Duits en Frans antisemitisme opkomen rond 1900, waarin centraal staat dat Joden in staat zijn de wereld over te nemen. ‘Ze staan ver van ons af, maar zijn tegelijkertijd ook heel nabij. Het kunnen je buren zijn, mensen die je niet herkent als zijnde Joods. Ze zijn onder ons.’ Er zijn structuren op de wereld die we niet kunnen overzien, maar wel ons leven beheersen. Dat is misschien een gevoel van moderniteit in het algemeen. Joden hebben voor een groot deel de rol vervult om die onzichtbare structuren te belichamen. Dat valt deels te verklaren doordat het christendom en de islam, die na het Jodendom kwamen, zich lang tegen het Jodendom hebben afgezet. In de theologische traditie hebben Joden lang een rol gespeeld als tegenbeeld.”

Een veranderd beeld

In 2021 vonden er in ons land naast demonstraties rondom het coronabeleid ook weer demonstraties plaats rondom het Israëlisch – Palestijns conflict. Enkele daarvan escaleerden er ook. Zo werd er in Cuijk een Holocaustmonument beklad en waren er in Amsterdam verwijzingen naar de Slag bij Khaybar, waarbij in de zevende eeuw een Joodse stam werd uitgemoord, te horen. De kritiek op Israël lijkt steeds feller te worden.

“Heel lang heeft Israël kunnen profiteren van een bepaald beeld: ‘we zijn een klein land, we moeten overleven in een moeilijke omgeving. Die Arabieren lusten ons niet.’ Dat beeld verandert wanneer het hoogtepunt van Israël als sterke staat wordt bereikt in 1967”, zegt Peter Malcontent, universitair docent in de Geschiedenis van de Internationale Betrekkingen aan de Universiteit Utrecht. “Tijdens de Zesdaagse Oorlog slaagt het erin om het territorium met honderd procent te vergroten.  Dat is ook het moment waarop Gaza en de Westelijke Jordaanoever worden veroverd. En daar wonen veel Palestijnen van oudsher. Het verovert de hele Sinaï op Egypte. Kortom, het idee van een zwak Israël bestaat dan niet meer. ”

“In 1982 viel Israël voor een tweede keer Libanon in.  Dwars door de stellingen van UNIFIL-troepen (United Nations Interim Force in Lebanon, red.) heen. Nederlandse troepen kwamen tot de conclusie dat het verhaal waarmee ze waren opgevoed, dat Israël goed was en de Palestijnen slecht, niet helemaal correspondeerde met de werkelijkheid. Zij zien Israëlische tanks oprukken richting Beiroet en als gevolg daarvan moet de PLO (Palestine Liberation Organization, red.) naar Tunis vluchten.”

“Er waren nog wel vluchtelingenkampen in Beiroet aanwezig, onder andere Sabra en Shatila. Israël gaf Libanese christelijke milities toegang tot die kampen, wetende wat die milities dan iedere Palestijn zouden uitmoorden, omdat juist die christelijke milities er een hekel aan hadden dat de Palestijnen vanuit daar oorlog voerden tegen Israël. Al vrij snel werd duidelijk dat Israël de andere kant had opgekeken en min of meer de sleutel van de kampen had gegeven aan die milities.”

“Dat riep een beeld op van een ander Israël dan we gewend waren”, zegt Malcontent. “Dat die Israëliërs een probleem hadden met de Palestijnen vond men prima, want die Palestijnen waren zelf ook zeker geen lieverdjes. Maar het ging hier om vluchtelingen die in kampen zaten en dat was voor best veel mensen, ook in Nederland, best lastig te verteren.”

Tegen het zere been

Lang onderhield Nederland een warme band met Israël om de reden dat Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog het hoogste aantal Joodse slachtoffers had in West-Europa. Zo’n driekwart van de Nederlandse Joden werd vermoord. “Nu zag je opeens dat de Israëlische regering er de hand niet voor omdraaide om Westerse bondgenoten als Nederland nogal hard aan te pakken als die kritiek uitten. Ze wezen dan graag op het oorlogsverleden en dat was wel tegen het zere been van Nederland. Mede daarom is het beeld van Israël als een soort van kleine David, als een heldenstaat die zich staande houdt in een grote overmacht van Arabieren in het Midden-Oosten, ook wel minder geworden. Israëlische politici houden dat idee echter nog wel graag overeind. Juist door de toenemende kritiek vanuit de buitenwereld op de proportionaliteit van het geweld, zeggen de Israëli’s: ‘Zie je wel? De hele wereld is tegen ons. We staan er alleen voor, dus zijn we gerechtigd om veel geweld te gebruiken om te overleven.’’

Vereenzelvigen

Het beeld dat bestaat onder de Nederlandse bevolking is dus veranderd, maar de bevolking zelf is evengoed veranderd. “De groep niet-Westerse Nederlanders die emotioneel verbonden is met Palestina is met de jaren groter geworden en heeft dus zeker invloed op de publieke opinie,” stelt Malcontent. “Als je kijkt naar demonstraties in de afgelopen jaren, zie je dat een groot deel van de demonstranten een niet-Nederlandse achtergrond heeft.”

“Wat een rol speelt bij veel mensen die afkomstig zijn uit Noord-Afrika of het Midden-Oosten, is dat zij zich makkelijker kunnen vereenzelvigen met de Palestijnen. Evenals wij dat in het verleden met Israëli’s konden, omdat de staat Israël toch in eerste instantie is opgebouwd door Europese Joden. Als we naar het Midden-Oosten keken zagen we Arabieren met een andere kleur en een hoofddoek om en Joodse Israëli’s die er nagenoeg hetzelfde uitzagen als de gemiddelde Europeaan. Daar kon je je veel gemakkelijker mee identificeren. Dat geldt nu voor mensen met een migratieachtergrond uit Noord-Afrika of het Midden-Oosten ook: deels hetzelfde geloof en dezelfde cultuur. Misschien hebben ze zelfs wel het gevoel ook tweederangsburgers te zijn.”

De scheidslijn tussen kritiek op Israël en antisemitisme is soms  dun. Opvallend is dat er een piek te zien is in het aantal meldingen van antisemitische incidenten in 2014, wanneer er een militair conflict plaatsvond tussen Hamas en Israël in de Gazastrook.

 

Betekenisvol

Malcontent ziet ook dat demonstraties soms uit de hand lopen. “Tussen de demonstranten zitten natuurlijk een hele boel kleine jongentjes en raddraaiers die zonder enige moeite allerlei antisemitische uitspraken lopen uit te flappen. Of die dan ook écht antisemitisch zijn, is een hele lastig te beantwoorden vraag.”

In 2018 vroeg het European Union Agency for Fundamental Rights 16,395 Joden in 12 lidstaten van de EU naar hun belevingen omtrent antisemitisme. Onder hen waren 1,202 Nederlanders.
Zo’n 89 procent van de ondervraagde Europese Joden had het gevoel dat antisemitisme in de voorafgaande vijf jaar toenam.

Wanneer er werd gevraag om de dader te omschrijven van het meest serieuze meegemaakte incident in de voorgaande vijf jaar, omschreef de ondervraagde de dader in 30% van de gevallen als moslim-extremist, 21% als iemand met een linkse politieke overtuiging en 13% als iemand met een rechtse politieke overtuiging .

Bron: Experiences and perceptions of antisemitism – Second survey on discrimination and hate crime against Jews in the EU (European Union Agency for Fundamental Rights)

Remco Ensel:
”Je kan je afvragen wat de Joden precies doen tussen de twee fronten van antiwesterse en nationalistische betogers. Joden hebben een lastige plek in de Nederlandse natie. Ze zijn een beetje, zoals Edward Said het zei, ‘out of place’. Ze zijn deel van de samenleving en dat wordt soms ook erkend, maar het feit dat het erkend moet worden wijst erop dat er ook iets tegen hen spreekt. Er is een soort onderstroom, niet alleen bij de extreme uithoeken van de samenleving, dat Joden een aparte positie innemen. Ze zijn nog net niet te gast.”

 

Het is vaak lastig aan te tonen dat een daad voortkomt uit een antisemitisch motief, maar Remco Ensel vindt niet dat je alleen kan oordelen of een daad antisemitisch is aan de hand van het motief van de dader. “Het gebeurt heel vaak dat iemand een uitspraak doet die door anderen als antisemitisch wordt omschreven. Soms gebeurt dat ook bij prominente mensen. Abdelkader Benali had dat laatst en mocht toen niet langer de 5 mei-lezing geven. Ik ken hem en hij is geen antisemiet, maar daar gaat het niet om. Het gaat om de uitspraak en het taaldelict. Je uitspraak kan dus zelfs antisemitisch zijn als je van jezelf weet dat je geen antisemiet bent.”

“Bij anti-Israëldemonstraties werden er vaak T-shirts meegedragen die met rode verf waren behandeld. Die demonstranten wilden erop wijzen dat het Israëlische leger bloed aan de handen heeft kleven, maar in feite waren het witte T-Shirts die ze bij de Hema gekocht hadden. Dus waar liepen ze nou eigenlijk mee rond? Een wit shirt met rode verf! Maar het gaat om wat het symboliseert. De betekenis staat centraal en die betekenis is, volgens mensen die hierover een aanklacht indienden, dat hier een antisemitisch stereotype wordt gebruikt. Namelijk dat Joden bloeddorstig, monsters of vampiers zijn. De demonstranten zagen niet in waar dat verhaal vandaan kwam en legden die associatie helemaal niet. Het is dus een ingewikkelde discussie. Sommige mensen zien meteen een antisemitisch stereotype en anderen vinden het vergezocht. Het gaat om taal en taal is symbolisch, betekenisvol en voor meerderlei uitleg vatbaar. Om een uitspraak of beeld te duiden zal het motief van de dader een rol spelen, maar het zal zeker niet het enige zijn. Als ik zeg dat ik minister X aan de hoogste boom wil opknopen, zal ik zeggen dat dat gewoon taal is en we dat zo zeggen in Nederland. ‘Dat is gewoon speels!’ Maar de rechter zal zeggen: ‘Nee, in de sfeer waarin we nu zitten is die uitspraak betekenisvol. We moeten aannemen dat je de stap zou kunnen zetten om dat daadwerkelijk te doen of iemand daartoe aan te zetten.’ Dat is voor uitleg vatbaar. Alleen maar het motief van de dader centraalstellen en ervan uitgaan dat iemand een diehard antisemiet is, is dus onvoldoende om op antisemitisme te wijzen.”

Open wond

De aanpak van onwenselijke uitingen is een heikel punt. “Ik ben blij dat wij als Joods Cultureel Kwartier niet zijn gevraagd om mee te doen aan het kortgeding tegen Baudet”, zegt directeur Emile Schrijver. “Ik zou het namelijk niet ondertekend hebben. Ik zou het veel prettiger vinden om dit geluid in de publieke ruimte tegen te spreken en niet in een rechtszaak. Dat vind ik uiteindelijk effectiever. Nu kan Baudet zeggen dat de vrijheid van meningsuiting in het geding is.”

“Vanuit de joodse gemeenschap moet je rustig, goed geïnformeerd en geserreerd dit soort geluiden tegenspreken. Je moet je niet op de kast laten jagen, want anders glijden mensen met een gestrekt been in een open wond. Ik geloof dat dit alleen maar in de publieke ruimte gepareerd kan worden. Bij een groter podium zal het tegengeluid nog heftiger zijn.”

“Met het museum proberen we ook regelmatig te interveniëren in dit soort discussies. Zo hebben we de tentoonstelling ‘Zijn Joden wit?’ gemaakt. Die ging over de positie van Joden in het debat over ongelijkheid. We stelden de vraag: hoe komt het dat antisemitisme vaak geen deel lijkt uit te maken van de solidariteit tussen alle emancipatiebewegingen?”

Remco Ensel vindt daarentegen dat het recht zich wel goed leent voor het aanpakken van soortgelijke situaties. “In Nederland is collectieve belediging een hele ruime term, omdat antisemitisme als zodanig niet in het strafrecht is opgenomen. Als je onredelijke vergelijkingen bestempelt als Holocaustbagatallisering kunnen die worden geschaard onder collectieve belediging. De recentelijke uitspraak van de rechter over de tweets van Baudet laat aan mensen zien wat staatsrechtelijk wel en niet door de beugel kan. Mensen weten dat namelijk niet altijd goed. Het recht is er om grenzen aan te geven.”

”Als er sprake is van strafbare feiten met een antisemitisch karakter,” zegt VVD’er Ulysse Ellian, “dan is de opvolging vaak nog wel mager.  Als je Joodse mensen spreekt, zeggen ze vaak dat het zo hun zijn raakt als ze naar het politiebureau moeten. Politieagenten weten daarnaast vaak niet precies wat ze ermee moeten en dat is voor die groep echt verschrikkelijk. Er moet steviger gehandhaafd worden als er sprake is van een strafbaar feit met een antisemitisch karakter.”

Het benoemen van het antisemitische karakter van de daad bij het opleggen van zo’n sanctie, acht het Tweede Kamerlid eveneens van belang. ”De impact voor de slachtoffers is groot en het signaal dat je afgeeft door het incident niet als antisemitisch te bestempelen is dat ze vogelvrij zijn. Bewijstechnisch kan het soms problematisch zijn om het antisemitische karakter aan te tonen, want de verdachte zal natuurlijk ontkennen. Maar er zijn vaak genoeg incidenten waarbij uit de woorden van iemand blijkt dat er wel degelijk een discriminatoor karakter is. Het zeggen van ‘rotjood’ is bijvoorbeeld niet per definitie strafbaar, maar de woordkeuze in relatie tot de actie zal vaak voldoende moeten zijn om tot dat antisemitisch oogmerk te komen. Dan kan de officier van justitie ook een strafverzwarende omstandigheid doorvoeren. Als je in ieder geval maar het antisemitische oogmerk of discriminatore karakter benoemt, geef je de Joodse gemeenschap al het gevoel dat de staat achter ze staat in zo’n geval en dat is essentieel.”

Ook in de berichtgeving over de Joodse gemeenschap ziet Ellian verbeterpunten. ”Joodse mensen zijn medeburgers met hun eigen gebruiken, met leuke tradities. Ze hebben altijd in vrede naast ons geleefd. Het is belangrijk om ook die kant te laten zien, zoals we dat bij andere geloofsgemeenschappen vaak al doen.”

Volgens de VVD’er is voorlichting ook deel van de oplossing. ”Het is heel belangrijk dat Holocaustoverlevenden hun verhalen blijven doen en dat die verhalen worden doorverteld. Door natuurlijk tijdsverloop wordt de emotionele binding bij jongeren natuurlijk minder, maar er zijn nog heel veel manieren om indringend aan de jeugd te kunnen laten zien wat er gebeurd is. Je moet goed aan de samenleving uitleggen wat antisemitisme ooit heeft veroorzaakt en wat dat tot op de dag van vandaag nog betekent. De meeste Joodse mensen die ik spreek durven niet in het openbaar te laten zien dat ze Joods zijn. Zo ernstig is antisemitisme nog steeds.”