Het aantal jongeren dat met een mes op zak loopt in Nederland is de laatste tijd sterk toegenomen. In grote steden als Amsterdam en voornamelijk Rotterdam neemt het probleem in sneltreinvaart toe. De Zuid-Hollandse stad was de eerste die onlangs met duidelijke cijfers naar buiten kwamSteekwapens zijn eenvoudig te krijgen en op sommige plekken lijkt het al meer de norm dan de uitzondering. Dat er iets moet gebeuren, daar zijn experts het over eens.  

Door: Anita Yeboah en Jesse Bais 

Huidige situatie
Op dit ogenblik is Rotterdam de eerste eenheid van de politie die cijfers over messengeweld onder minderjarigen op een rij heeft. Het aantal steekincidenten door met minderjarige verdachten is in Rotterdam en omgeving vorig jaar verdubbeld. Dat blijft uit de cijfers bij de politie-eenheid Rotterdam. In 2019 waren er 36 steekincidenten onder minderjarigen, in 2018 waren het er nog 19. 

De politie registreert degelijke incidenten op verschillende manieren, afhankelijk van het incident. Dat maakt het niet eenvoudig om cijfers te herleiden over het aantal messteekincidenten in het politie registersysteem. 

Bij CBS zijn nog geen gegevens over het messenprobleem vinden. Een mogelijke reden daarvoor was dat er nog te weinig gevallen van plaatsvinden en dat als ze die gegevens zouden vrijgeven, deze dan zouden zijn terug te leiden naar een bepaald (minderjarig) individu. Een andere mogelijke verklaring zou zijn dat het probleem nog te nieuw is en dat er daarom nog geen cijfers over zijn. 

Ad de Beer officier van justitie van Rotterdam, die zich bezighoudt met de strafbepalingen omtrent jongeren die betrokken zijn steekincidenten, erkent dit probleem. “Cijfers zijn er op dit moment niet, omdat de politie nog moet uitvogelen op welke manier er geregistreerd moet worden.” De Beer legt uit dat een steekincident op dit moment ook kan worden geregistreerd als er bijvoorbeeld: twee jongeren aan het klieren zijn op straat zonder dat er gestoken wordt, maar de een wel een mes op zak heeft. Dat is een hele onzuivere registratie waar je niks mee kunt, zegt De Beer. 

Waar komt messenverheerlijking vandaan?

Jongeren en messenbezit is niets nieuws. Begin jaren 90 bevroeg de Universiteit van Groningen Jongeren over ditzelfde onderwerp. Twintig procent gaf aan thuis een boksbeugel, stiletto of ander soort mes te hebben. Tien procent zei deze dan oowel eens mee te nemen tijdens het uitgaan. In een artikel van Trouw van eind februari 2020 gaf Hoogleraar Jeugdcriminaliteit aan de Erasmus Universiteit Frank Weerman aan dat er in de jaren 90 een piek was als het gaat over messencriminaliteit, die vanaf 2007 weer sterk afnam. “Dat geldt niet alleen voor Nederland, ook voor andere Europese landen. Een verklaring die je daarvoor vaak hoort is de opkomst van internet en sociale media. Jongeren zitten daardoor meer thuis en hangen minder op straat rond. Nu er signalen zijn dat de jeugdcriminaliteit weer toeneemt, zie je mogelijk de keerzijde van dat internetgebruik: jongeren die via video’s en foto’s de indruk krijgen dat wapenbezit normaal is.’’ 

Ook Criminoloog Rik Ceulen weet dat messenbezit onder jongeren niets nieuws onder de zon isSteekpartijen zijn al zo oud als messen bestaan, maar het is de laatste tijd wel enorm ontploft. De oorzaak daarvan is lastig te duiden, maar er is ongetwijfeld een rol weggelegd voor bijvoorbeeld de Drill rap’’, aldus Ceulen. 

Drill rap is een uit Engeland en daarvoor Amerika overgewaaide rapstijl waarbij geweld en agressiviteit centraal staan en messenbezit verheerlijkt wordt. De muziek bereikt via Youtube en sociale media op hoog tempo een jonge doelgroep. Ceulen vervolgt: ‘’Het heeft natuurlijk ook te maken met een bepaald sociaal milieu. Wat dat betreft zit het ene sociaal milieu er iets dichter tegenaan dan het andere. Het heeft ook gewoon te maken met een aantal factoren, waaronder bijvoorbeeld inkomen. Vooral in de achterstandswijken in Nederland worden dit soort clips opgenomen.

Loading...

Loading…

 

Hoe is het probleem ontstaan? 

Dr. Kees van Overveld is gedragsdeskundige en heeft een eigen trainingsbureau in Ridderkerk. Hij schreef eerder een onderzoek over messencriminaliteit en jongerenHij is expert op het gebied van voorkomen en aanpakken van gedragsproblemen, agressie, pesten en geweld binnen scholen. Jongeren willen vooral gehoord worden. Gezinnen met veel kinderen laten hun kinderen al op jonge leeftijd op pedagogisch gebied los, terwijl de jongeren een stabiele thuissituatie op dat moment juist het hardst nodig hebben. VanOverveld is ervan overtuigd dat armoede de hoofdoorzaak is. “Jongeren die met armoede kampen leven vaak in huizen die vrij krap zijn. Dit biedt meestal geen eigen kamer voor de jongelui. Wanneer zij huiswerk willen of moeten maken zijn ze gedwongen tot de huiskamer, waar meestal het hele gezin zit met de televisie hard aan. Dit veroorzaakt vaak frustratie. 

Een deel van het gedrag van jongeren valt te verklaren door te kijken naar risicofactoren in hun leven. Er is vaak sprake van meervoudige problematiek. De grootste problemen kunnen zich gaan voordoen op het moment dat er belangrijke levensfases plaatsvinden. Deze risicofactoren kunnen voorkomen gedurende de basisschool en middelbare school’’, geeft Dr. Kees van Overveld aan in zijn onderzoek.   

Hieronder zie je een overzicht van de risicofactoren ( bron: Dr. Kees van Overveld)

Kees van Overveld

 

Ook Fabian Keerveld, teamleider bij Stichting Jongerenwerk op Zuid in Rotterdam geeft kritisch aan dat er niet genoeg aandacht wordt besteed aan de leefdomeinen van de jongeren. “Er zijn vier domeinen waar jongeren dagelijks mee te maken hebben. Daarom is het belangrijk om met deze vier aspecten te beginnen om te snappen waar het precies is fout gegaan bij ieder kind.”  

Uit onderzoek van Van Overveld blijkt dat er regelmatig naar één domein gekeken wordt, terwijl het gaat om de verschillende leefgebieden van kinderen. Aan elk van die leefdomeinen moet aandacht besteed worden, want die hangen met elkaar samen.  

Volgens Keerveld is de thuissituatie belangrijk voor de structuur in het leven van het kind. Gaat dat al mis dan zoeken de jongeren dit op in jeugdbendes, ziet Keerveld terug. “Het begrijpen van de straatcultuur is daarom van essentieel belang om uiteindelijk goed te communiceren met deze jongelui. Conflicten kunnen beginnen of escaleren in het onlinedomein en dan mee worden genomen naar het buitendomein. Verder gaat Keerveld door dat de schoolontwikkeling van een kind kan aanduiden of er alarmbellen doen rinkelen, waardoor het kind zich getrokken voelt tot de straat. 

Loading...

Loading…

Geen simpele oplossing  

Een mogelijke oplossing voor het probleem is natuurlijk lastig te duiden. Criminoloog Rik Ceulen verwoordde het als volgt: Het is erg lastig. Ik denk dat je dat zo breed moet gaan insteken, beginnen bij de wortels. Eigenlijk moet je er al mee beginnen op school. Jongeren meegeven dat het juist niet normaal is. Zo lang er aanmoediging is, is er criminaliteit. Dus wat dat betreft zou je het dusdanig breed in moeten zetten dat je de voedingsbodem voor de criminaliteit weghaalt. Dat doe je door enerzijds voorlichting op het onderwijs te geven, maar ook anderzijds door de aanlokkelijkheid van criminaliteit steeds verder weg te nemen. Dus door jongeren perspectief te geven op een goede baan. 

Stichting Halt heeft tot doel grensoverschrijdend gedrag zo vroeg mogelijk te stoppen en genoegdoening te bieden aan de slachtoffers en aan de maatschappij. “Zo kunnen jongeren rechtzetten wat zij fout hebben gedaan, zonder dat zij in aanraking komen met het Openbaar Ministerie,” zegt Lida den Tuinder (Halt medewerker)  

Wanneer een first offender wegens messenbezit naar Halt verwezen wordt, worden er tijdens de Halt straf verschillende elementen ingezet. Tijdens de gesprekken bij Halt wordt het onderwerp messenbezit bespreekbaar gemaakt, gesignaleerd en krijgt een jongere leeropdrachten gericht op o.a. zelfreflectie, omgaan met groepsdruk (bewuste en onbewuste groep beïnvloeding) en oriëntatie op de toekomst.  

Daarnaast wordt er waar nodig doorverwezen naar hulpverlening. Lida vindt het vooral belangrijk dat minderjarige/jongeren terugkijken op hun gedrag en met elkaar wordt er bekeken wat een jongere de volgende keer anders kan doen. “Ik krijg vaak terug van de jongeren dat het zelf reflecteren helpt om te beseffen wat de gevolgen (kunnen) zijn en zo anders naar de situatie kijken.”

Onlangs gaf de Rotterdamse burgemeester Ahmed Aboutaleb in gesprek met Radio Rijnmond aan dat ouders van kinderen die voor de tweede keer met een mes betrapt worden een boete van 2500 euro kunnen verwachten.  

Ad de Beer geeft aan dat het belangrijk is dat de landelijke politiek in beweging komt. “Een landelijk messenverbod zou het antwoord kunnen zijn op het probleem. Wij als OM kunnen landelijk een aantal dingen aanpakken, maar wij hebben altijd als uitgaanspunt simpel gesteld dat wij niet reageren tot groepen maar tot personen, die iets doen wat niet mag. Anders hebben wij geen reden om daar iets mee te doen.”  

Tot Slot

Er is niet één oplossing die het messenprobleem onder jongeren gaat verhelpen. Wel is het duidelijk dat een landelijk beleid centraal staat bij het tegengaan van dit probleem. Niet alleen burgemeesters en deskundigestemmen hiermee, maar ook politieeenheden en het Openbaar MinisterieDe reden waarom dit landelijk beleid goed zou zijn voor het tegengaan van het probleem is onder andere het registreren van cijfers onder messenbezit.  Daarnaast zou een landelijk beleid ervoor zorgen dat alle gemeentes, die nu nog individueel het probleem proberen aan te pakken, samen kunnen werken in de strijd tegen het messenbezit onder jongeren. Het is aan de politiek om de gesprekken over dit beleid na de corona crisis weer op te pakken.