Middelbare scholen in Nederland zetten zich meer in voor leerlingen uit de lHBTIQ+ gemeenschap. Scholen zijn sinds 2012 verplicht om aandacht te geven aan seksuele diversiteit, ook is het sinds 2020 verplicht om te zorgen voor de veiligheid van LHBTIQ+ leerlingen in de klas. Onderwijsinstellingen zijn vrij om te kiezen hoe ze daar invulling aan geven, zolang de kerndoelen maar worden nageleefd. 

Bekijk hieronder de mening van Sanna Heuts over LHBTIQ+ op school:

Zie hier wat andere LHBTQ+ leerling over hun school te zeggen hadden:

 

LHBTIQAP+ is een parapluterm voor mensen die anders zijn dan hetero of cisgender. Onder die term vallen dus veel verschillende individuen. Bijvoorbeeld mannen die op mannen vallen maar ook personen die voelen dat zij in het verkeerde lichaam geboren zijn. Het zijn twee totaal verschillende voorbeelden en toch worden ze onder dezelfde term gebruikt. Vroeger werden alleen nog de letters LHBT gebruikt. In de loop der tijd zijn er letters aan toegevoegd om een ​​inclusievere term te creëren. Niet iedereen is daar blij mee. Zo voelt belangenorganisatie De Roze Leeuw zich niet vertegenwoordigd door de nieuwe term. Zij gebruiken liever de term holebi. Dat staat voor homoseksueel, lesbisch en biseksueel. De organisatie is niet blij met de manier waarop holebi’s tegenwoordig worden vertegenwoordigd. De Roze Leeuw spreekt van ‘een regenbooglobby die doorbroken moet worden’.

In deze tool zie je waar alle letters voor staan:

Er zijn ook mensen die het wel fijn vinden dat deze inclusievere term gebruikt wordt. Ondanks de verschillen voelen deze mensen zich verbonden tot de LHBTIQ+ gemeenschap. Volgens groepsdynamica deskundige Monique Bekker komt dat doordat de groepsleden zich verbonden voelen omdat ze in de minderheid zijn. “Mensen kunnen bij een groep gaan omdat het iemands minderheidsgevoel vertegenwoordigd. Dat komt voort uit een oud overlevingsmechanisme: met elkaar kun je meer dan alleen.” Volgens Bekker speelt ook het zoeken van herkenning in de ander een rol.

Belang van seksuele vorming

De diversiteit in de klas is volgens seksuoloog Yuri Ohlrichs van groot belang bij seksuele vorming. Verschillende achtergronden, seksuele ervaringen en ideeën ziet hij als ‘heel bruikbaar’ om aan te tonen dat seksuele ontwikkeling iets heel persoonlijks is. Ohlrichs: ‘’Het is belangrijk om daar met elkaar over te praten en aan te geven dat iedereen anders over seksualiteit mag denken.’’

Wel vertelt de seksuoloog dat al die ideeën over mannelijkheid, vrouwelijkheid en verschillende seksuele oriëntaties sommige LHBTIQ+-jongeren kunnen belemmeren in hun ontwikkeling. ‘’Als je bijvoorbeeld leert dat homoseksuele mannen gek zijn op het Eurovisie Songfestival en geen ‘echte’ mannen zijn dan voel jij je als vijftienjarige jongen met homoseksuele gevoelens toch wat meer geremd om daarover in gesprek te gaan’’, aldus Ohlrichs. ‘’De bedoeling is juist dat je leert dat alle seksuele oriëntaties veel meer gemeen hebben dan dat ze van elkaar verschillen.”

Naast de grote verscheidenheid aan opvattingen over seksualiteit noemt Ohlrichs structuur als essentiële factor voor seksuele vorming. Door vastgestelde onderwijsdoelen vanuit de overheid is volgens de seksuoloog school een logische plek om op een gestructureerde manier hierin les te geven. Betrokkenheid van school is volgens hem belangrijk aangezien ouders soms geen complete voorlichting geven of omdat jongeren het lastig vinden om seksualiteit binnen het gezin te bespreken. Ohlrichs: ‘’Als je dan een docent hebt die dat goed doet en vooral ook de jongeren aan het woord laat, kan het veel meerwaarde hebben.’’

Gender & Sexuality Alliance

Omdat de LHBTIQ+ groep zo divers is, kan het voor een school moeilijk zijn om elke leerlingen die daar – in theorie – deel van uit maakt, te vertegenwoordigen. Op veel scholen is daarom een ​​GSA actief. GSA staat voor Gender and Sexuality Alliance. De leden van een GSA zetten zich in voor de acceptatie van LHBTIQ+ leerlingen. De club is er voor iedereen, dus ook voor hetero’s.

Raymond Hintjes is docent op het Blariacumcollege en lid van de GSA. Hij beseft dat er veel verschillen zijn onder de LHBT-leerlingen. “Je wilt in de breedte laten zien wie er onderdeel zijn van een groep. Groepen mogen nooit versmald worden tot een paar mensen. Je wilt laten zien dat de uitbundigheid er net zo goed mag zijn als het lesbische meisje en de homoseksuele jongen die niks met deze uitbundigheid heeft. Die zegt: mijn seksualiteit is alleen dat ik op hetzelfde geslacht val en dat is het.”

Stijn van Peer, docent Engels en medeoprichter van de GSA op middelbare school het OLV in Breda, legt uit hoe een samenkomst van de GSA er ongeveer uitziet. ‘’Er staat een muziekje aan, er is wat eten en drinken en we kletsen gewoon’’, vertelt Van Peer. ‘’Het is vooral een groep mensen die bij elkaar komt omdat ze affiniteit hebben met dezelfde onderwerpen.’’ Ook GSA-begeleider Hans van de Moosdijk heeft het gevoel dat de LHBTIQ+-jongeren zich tijdens de samenkomsten vertegenwoordigd voelen: ‘’Ondanks dat deelname volledig vrijwillig is, heb ik nog nooit meegemaakt dat er minder dan twintig kinderen aanwezig waren.’’ 

Tegenstrijdig

Het onderscheiden van de rest, bijvoorbeeld in een GSA, kan ook een averechtse werking hebben. Monique Bekker legt uit waarom dat zo is. “Door jezelf te onderscheiden in een groep zien mensen jou als anders. Aan de andere kant is het ook belangrijk om jezelf te verbinden want dan krijg je vaker dingen voor elkaar. Het is tegenstrijdig.” Volgens Bekker kan een GSA ook een positieve werking hebben op hun ontwikkeling. “Juist op de middelbare school kijk je naar de identiteit van de opgroeiende jongeren. De idealen van vrienden worden dan de norm en leeftijdsgenoten worden rolmodellen. Je moet je dan wel kunnen identificeren met iemand. Het is heel moeilijk om jezelf te identificeren met de minderheid.”

De GSA moet volgens Raymond Hintjes niet als een onderscheidend en uitbundig clubje gezien worden: “Het zou niet een stereotype beeld moeten neerzetten. In mijn optiek is het ‘een groep leerlingen’ in brede zin. Als je onderdeel bent van een GSA zeg je niet dat je onderdeel bent van de LHBTIQ+ gemeenschap. Het is een groep leerlingen die er samen voor zorgt dat er op school meer diversiteit is. Laten zien dat er meer is dan man, vrouw en hetero. Ik ben zelf niet eens de kartrekker van de GSA, dat is een heteroseksuele docent die dit een belangrijk onderwerp vindt.”

Ook zijn er LHBTIQ+’ers die zich niet genoodzaakt voelen om een bijdrage te leveren aan Paarse Vrijdag of deel te nemen aan GSA-bijeenkomsten. Volgens Van Peer moet je mensen niet gaan dwingen om tot een bepaalde uiting van hun identiteit of seksualiteit te komen. ‘’Als je niet met zo’n regenboogvlag wil lopen of er überhaupt openlijk voor uit wil komen dan is dat helemaal goed”, aldus Van Peer.

Controleren van kerndoelen

Dan nog even terug naar de opgestelde kerndoelen. Deze zijn verplicht, dus zou elke onderwijsinstelling zich daar in principe aan moeten houden. Maar wordt dit überhaupt goed gecontroleerd? Volgens Daan Jansen, woordvoerder van de Onderwijsinspectie, is dit zeker het geval. De inspectie toetst dit namelijk op drie manieren. Als er een bepaald signaal binnenkomt, bekijken ze eerst of dit aanleiding geeft om onderzoek te doen. “Dat kunnen meldingen van ouders, leraren of andere betrokkenen zijn. Ook gebeurt het wel eens dat een bericht in de media aanleiding geeft om op school een onderzoek te starten”, geeft Jansen aan. Dat gebeurde bijvoorbeeld bij de middelbare school Gomarus in Gorinchem. Er kwamen in 2021 meldingen van oud-leerlingen die gedwongen zouden worden door de school om uit de kast te komen. De inspectie heeft na onderzoek vastgesteld in een rapport dat de school niet voldoende zorgt voor de veiligheid van LHBTIQ-leerlingen. 

Als tweede controleer-methode onderzoekt de inspectie eens in de vier jaar bij schoolbesturen hoe het er precies voor staat. Als laatste doet de Onderwijsinspectie veel themaonderzoek waarbij seksuele vorming en diversiteit een rol speelt. Volgens Jansen valt het dus wel degelijk goed te controleren.

Noodzaak uitleggen

Beppie Smit is fractievoorzitter van D66 Tilburg. Ook is ze actief bij de klankbordgroep Pride66, die zich op landelijke niveau inzet voor de LHBTIQ+ community. Hun leden denken na over onderwerpen rondom diversiteit en maken dit bespreekbaar binnen de politiek. Volgens haar zijn deze controles op de kernwaardes vooral op basis van vertrouwen.

Of de huidige doelen dan te vaag of incompleet zijn, is voor haar moeilijk te zeggen. “Als je deze namelijk minder ‘vaag’ maakt dan valt er altijd iets buiten. Dat wil je niet. Je wilt ook de vrijheid aan het onderwijs geven om zelf in te vullen wat het beste voor een doelgroep is die daar op school zit”, aldus Beppie. Vanuit de politiek probeert ze dit thema constant onder de aandacht te brengen. “We hebben in principe niks te zeggen over wat scholen qua lesinvulling doen. Het enige wat wij kunnen doen is gewoon elke keer weer de noodzaak ervan blijven uitleggen.”

‘De basis is zijn, wie je wil zijn’

Niet iedereen op politiek vlak deelt dezelfde mening als het gaat over LHBTIQ+. Zo sprak Geert Wilders zich hier meerdere malen negatief over uit, ook in onderstaande video:

Smit vindt deze uitlatingen heftig: “De basis is zijn wie je wilt zijn. Als je dat al niet kan, dan sta je als leerling ook niet open voor verdere ontwikkeling.” Geert Wilders draait die basisprincipes dus volgens haar om. “Hij zegt dat een leerling eerst maar eens moet leren rekenen en daarna kijken ze pas naar wie diegene is. Dat vind ik belachelijk”, zegt Beppie.

LHBTIQ+ tijdens Aardrijkskunde

Scholen kiezen er zelf voor hoe ze deze lessen indelen, waar ze over praten en wanneer ze dat doen. Zolang een school het kerndoel maar aftikt. Uit onderzoek van het nationaal expertisecentrum leerplanontwikkeling en het RIVM blijkt dat de meeste scholen hier aandacht aan besteden tijdens vakken als biologie, verzorging, maatschappijleer en levensbeschouwing. Ook wordt het onderwerp op verschillende scholen besproken tijdens mentorlessen. Om scholen op weg te helpen met deze lessen bestaan er verschillende lespakketten, lesbrieven, spelletjes, audio- en beeldmateriaal, counselingprogramma’s, gastlessen en theatervoorstellingen. 

Ook Gendi, een initiatief van Stichting School en Veiligheid, helpt onderwijsinstellingen op weg met tips, materialen en visuals over gender- en seksuele diversiteit. Bente van Gameren is adviseur seksuele integriteit binnen Gendi. Volgens haar komen veel scholen naar het platform toe met gerichte vragen. Daarvoor bestaat namelijk een helpdesk. Zelf zoeken ze binnen Gendi ook contact met docenten, zodat ze hun input en inspiratie kunnen geven over LHBTIQ-thema’s.

Bente motiveert docenten om deze lesmaterialen ook bij minder voor de hand liggende vakken te bespreken. “Bij geschiedenis zou je bijvoorbeeld een les kunnen geven over het eerste homohuwelijk en bij aardrijkskunde kun je via verschillende landen kijken naar welke wetten en regelgeving er zijn met betrekking tot LHBTIQ+.”

Een andere optie om leerlingen op middelbare scholen te ondersteunen met dit soort onderwerpen, is praten met een diversiteitscoach. Dat is het beroep van Monique van Dissel. Klik hieronder verder om te zien wat dat precies bevat:

‘Met praten kun je veel bereiken’

Zoals eerder genoemd worden er ook gastlessen gegeven over het onderwerp. Peter van Maaren is een van deze mensen die leerlingen meer probeert bij te brengen over de LHBTIQ+ gemeenschap. Van Maaren kent een bewogen verleden. In zijn buurt in Amsterdam werd hij niet geaccepteerd. Hij ging in gesprek met mensen van de Moskee. Binnen vijf minuten was het getreiter afgelopen. ‘Met praten kun je veel bereiken’, is zijn motto. Nu is Van Maaren bekeerd tot de Islam en geeft hij gastlessen over LHBTIQ+.

Van Maaren vindt het belangrijk dat leerlingen hun gevoelens kunnen praktiseren. “Je merkt dat als je niet uit de kast komt en ook je gevoelens niet kan praktiseren, dit een probleem oplevert voor heel veel jongeren. Als je het niet zichtbaar en bespreekbaar maakt kun je ook niet oefenen in het aangaan van relaties. Ook anderen zien dan niet hoe dat gaat.” Tijdens een gastles van Peter in Amsterdam worden de leerlingen uitgedaagd om zichzelf bloot te geven. De leerlingen zitten in een kring en er worden stellingen voorgelezen. Als de stelling op jou van toepassing is moet je gaan staan, als dat niet zo is blijf je zitten.

Peter van Maaren tijdens een gastles in Amsterdam (vanwege AVG zijn de kinderen er af geknipt) Nick den Engelsman | Onderzoeksredactie

‘Mijn geloof is belangrijk dan liefde’

De eerste stelling: ‘ik heb ooit pindakaas gegeten’. De meeste leerlingen gaan staan en er wordt gelachen. Een inkomertje. Naarmate de tijd vordert worden de stellingen serieuzer. Zo is er een stelling: ‘ik heb een groot geheim’. Daarna ontstaat er discussie over het geheim dat iemand heeft verteld: homoseksualiteit. De meningen in de klas zijn verdeeld. De een is opgevoed met de gedachte dat iedereen gerespecteerd moet worden. De ander vind ook dat iedereen gerespecteerd moet worden, maar zou zelf nooit homo kunnen zijn. “Mijn geloof is het belangrijkste, belangrijker dan op wie ik verliefd wordt.”

De gastlessen van Peter zijn geen spreekbeurt. Hij wil de leerlingen met elkaar in gesprek laten gaan. Variërend van gesprekken over homoseksualiteit tot het praten over gebruik van verdovende middelen. Aandacht voor het onderwerp LHBTIQ+ is iets waar de meningen over verdeeld zijn tijdens de gastlessen. Sommige leerlingen zijn ervan overtuigd dat homoseksualiteit is aangeleerd. Aandacht voor het onderwerp kan leerlingen volgens hen beïnvloeden. Onzin volgens andere leerlingen, zij denken dat aandacht voor het onderwerp juist goed is. Ze zijn bijvoorbeeld in tegenstelling tot andere leerlingen enthousiast over Paarse vrijdag. Een van de leerlingen geeft aan respect te hebben voor homoseksuelen, maar als hij het zelf zou zijn, dan zou zijn vader hem niet accepteren. Een uitspraak waar Peter van schrikt.

Kritiek niet nieuw

Recente peilingen van Rutgers, die blootleggen dat meer dan de helft van de docenten ontevreden is over de aandacht die aan seksuele vorming wordt gegeven, is niet iets nieuws. Ook in 2016 blijkt voorlichting over seksuele diversiteit al een gevoelig punt te zijn. Onder meer Exprezo, een LHBTI-jongerenbeweging start een meldpunt genaamd ‘Slechte Voorlichting’. Na honderden meldingen komen ze in samenwerking met het COC met het Zwartboek Slechte Voorlichting. Hierin worden de landelijke problemen blootgelegd. De meeste meldingen gaan dan ook over scholieren die überhaupt geen voorlichting kregen. Verder waren er ook meldingen van leerlingen die zich door slechte voorlichting onveilig voelen en meldingen van gebrekkige voorlichting door geloofsovertuiging van scholen. 

Om scholen met een geloofsovertuiging te ondersteunen in het geven van seksuele voorlichting zijn er volgens Bente van Gameren ook specifieke tools en visuals beschikbaar.  “Ongeacht wat voor visie die school heeft, wij van Gendi ondersteunen ze. We bieden bijvoorbeeld ook speciale trainingen aan voor gereformeerde en christelijke scholen.” Verder zijn er ook initiatieven zoals Homo in de Klas, een groep voorlichters die op christelijke middelbare scholen les geven over seksuele diversiteit.

 Door Lukas van der Klaauw, Lot Niessen en Nick den Engelsman