Door Dirkje Blikman & Eva Scheffer

Onderzoek:

Er moet een wettelijke verplichting komen voor elk journalistiek medium om een ombudsman aan te stellen 

In dit onderzoek hebben we onderzocht of dat elk journalistiek medium verplicht een ombudsman moet aanstellen. Dit ter verbetering van de journalistiek tegenover haar lezer. Moeten we dit wel verplichten of zijn er ook andere mogelijkheden?

Wat is een ombudsman?

Via de site Nationale Ombudsman:
Een ombudsman of ombudsvrouw is een onafhankelijke en onpartijdige organisatie. Een ombudsman of –vrouw vertegenwoordigt u wanneer u een klacht heeft over de overheid of een organisatie. Hij of zij onderzoekt de klacht en doet daarover een uitspraak.  

Binnen een journalistiek medium:
De ombudsman helpt je op weg als het misgaat tussen jou en een medium. Hij of zij is een soort tussenpersoon voor de lezer/klachtindiener en de nieuwsredactie/organisatie. 

De huidige ombudsmannen:

Paspoortje ombudsman

Er is geen opleiding of cursus nodig om ombudsman te worden. Verplichte eisen heeft een ombudsman ook niet. Wel wordt er vaak gekeken naar werkervaring. Heeft de persoon journalistieke ervaring? Wat deed de persoon hiervoor?  

Zo beamen alle ombudsmannen dat ervaring een erg belangrijke rol is binnen het zijn van een ombudsman. Vaak zijn het dan ook mensen die jarenlang binnen de journalistiek hebben gewerkt. 

Het is belangrijk dat een ombudsman kennis heeft van de bestaande journalistieke codes en ethische regels. Denk bijvoorbeeld aan de Leidraad voor de journalistiek, elke journalist moet zich hieraan houden. Vaak heeft elk medium zelf ook een soort journalistieke code waar zij zich als medium aan houden, deze is vaak gebaseerd op de leidraad voor de journalistiek. Soms heeft ook het verleden van een krant nog invloed op de huidige code binnen het medium. Zo heeft Trouw nog een anti-vloekbeleid vanuit de periode dat zij echt nog een christelijke inslag hadden. Edwin Kreulen, huidige ombudsman bij Trouw licht toe: “Dat anti-vloekbeleid vergeten collega’s vaak. Laatst had een collega een reportage gemaakt van het uitgaansleven en daarin had iemand gezegd: ‘We konden hier verdomme lang niet meer uitgaan’. Die collega zegt: ‘Ja maar dat geeft gewoon weer hoe de sfeer daar was.’ Maar ons schrijfboek zegt dan toch: nee, dat mag niet. Dat moet je dan toch anders omschrijven. 

Het meest belangrijke is de onafhankelijkheid van een ombudsman. Zonder onafhankelijkheid is de functie niet te doen. Sjoerd de Jong, tot januari 2022 ombudsman bij NRC Handelsblad, licht toe: “Je moet niet alles goedpraten bij de lezer, maar ook niet alles afkraken bij de redactie. Je bent een verbinding tussen de lezer en de krant.”  

Je staat met de functie ombudsman boven de redacties, zo kan je als ombudsman ook een hoofdredacteur ergens op aanspreken. Zo vertelt Edwin Kreulen: “Het is wel eens voorgevallen dat ik iemand moest aanspreken die vroeger mijn baas was. Daar kan ik nu tegen zeggen: Ja, maar ik ben nu ombudsman en ik vind dat zo, daar heb jij verder niks over te zeggen.” 

Daarnaast vertellen de ombudsmannen van Trouw, Volkskrant en NRC Handelsblad dat het ook belangrijk is om goede communicatieve vaardigheden te hebben. Je moet als ombudsman nou eenmaal collega’s benaderen en aanspreken op zijn/haar fouten en daar moet je ook sterk in staan.  

Klachten per medium

Made with Visme

Raad voor de Journalistiek

De Raad voor de Journalistiek (vanaf nu ‘de Raad’ genoemd) is een onafhankelijke instantie van zelfregulering voor de media. Belanghebbenden kunnen er terecht met klachten over journalistieke producties die naar hun oordeel niet goed zijn afgehandeld door het journalistieke medium zelf. De Raad heeft een eigen Leidraad die door de meeste media wordt gevolgd waar men zoveel mogelijk naar streeft. Daarnaast heeft de Raad een eigen procedure in klachtenafhandeling. 

Daphne Koene, secretaris van de Raad voor de Journalistiek, vindt het belangrijk dat er een onafhankelijke instantie is op het hoogste journalistieke niveau. “Iemand kan hier op een laagdrempelige manier terecht met klachten over een journalistieke gedraging als de klager en het medium er niet uitkomen samen.”

Koene maakt duidelijk dat er door de Raad meer zelfregulering bestaat binnen de journalistiek. “Er wordt zelf geregeld hoe journalisten verantwoording afleggen. Als de sector het zelf niet goed regelt, kunnen er wettelijke regels komen en wij vinden dat zulke regels niet goed zijn voor de journalistiek. Het is een vrij beroep. Bij dit beroep gaat het om vrijheid van meningsuiting en persvrijheid.”

Nadat je klacht is verwerkt door de Raad, volgt er een oordeel. Wat het medium en de klager er daarna mee doet is aan hen. Ben je het er niet mee eens als klager is er geen hogere stap binnen de Raad waar je heen kan. De enige optie die je dan nog hebt is in hoger beroep gaan via een rechter. Dit kost vaak veel geld en duurt ook erg lang. 

Wat als er een mogelijkheid zou zijn om bij de Raad voor de Journalistiek ook in hoger beroep te kunnen? Volgens ombudsman Edwin Kreulen van Trouw zou er dan nog eens extra goed naar de zaak gekeken kunnen worden. “Het zorgt denk ik wel voor te lange procedures en belasting voor de media”. 

“De meerderheid van de Raad bestaat uit leken”

Ombudsman Jeroen Trommelen van de Volkskrant, ziet het niet in hoger beroep kunnen als één van de zwakke punten bij de RvdJ. Door zijn tijd als hoofdredacteur bij Investico heeft Trommelen twijfels gekregen bij de Raad. “Als je goed kijkt hoe de Raad beoordeelt dan bestaat de meerderheid van de raad uit leken. Namelijk een voorzittende jurist, twee leken en dan nog twee journalisten. Dus de niet-journalisten zijn altijd in de meerderheid in het oordeel over de journalistiek. Dat vind ik principieel onjuist. Dat is een van redenen dat ik denk van: dit is helemaal geen zelfregulering.”

Ook vindt Trommelen dat de raad inhoudelijk op een paar punten tekortkomt. “De RvdJ kent geen hoger beroep, er is maar één uitspraak en daar moet je het mee doen. Dus de rechtsgang in de tweede instantie, om te voorkomen dat er fouten blijven hangen, die is er niet. Dat vind ik echt een groot probleem. Een aantal kleinere dingen die ik kan noemen zijn: het duurt te lang, ze gooien er te weinig ‘flut’ klachten uit waardoor het aantal klachten enorm toeneemt. Omdat die procedures zo lang zijn ben je daar als hoofdredacteur ook ontzettend veel tijd mee kwijt. Bijvoorbeeld bij Investico, wij waren met een kleine club en hadden helemaal geen tijd voor al die procedures.”

Bereikbaarheid klachten

Diverse media erkennen de Raad voor de Journalistiek niet meer. Dit zijn onder andere de Telegraaf, Het Parool, RADAR en BNNVARA. Als de Raad niet wordt gesteund door het medium, wordt de klacht ook niet in behandeling genomen door de Raad. Tenzij het echt van principieel belang is.

BNNVARA en Radar vallen onder de NPO, en hebben dus een ombudsman. De andere bovengenoemde media hebben naast dat zij de raad niet erkennen, ook geen ombudsman in dienst. Dit kan ervoor zorgen dat lezers moeilijk of nergens terecht kunnen met vragen of klachten. Volgens de Telegraaf is dit niet zo. In een reactie van de secretaris van de hoofredactie, ligt Joost de Haas toe: “Een ombudsman achten wij niet noodzakelijk, lezers weten ons goed te vinden met eventuele klachten en deze worden altijd snel afgehandeld.” Ondanks dat lezers volgens de Telegraaf terecht kunnen met hun klacht, valt het op dat dit nergens op de website te vinden is. Er staat niet concreet aangegeven waar je terecht kan voor een klacht of vraag.

“Als je als medium constant kritiek voorschotelt moet je ook kritiek kunnen incasseren.”

Hetzelfde geld voor het Parool, op hun website staat niet duidelijk aangegeven waar je terecht kan met klachten. Klanten kunnen wellicht terecht met hun klanten via de aangegeven contact gegevens. Maar als medium ben je het verschuldigd tegenover je lezer om een duidelijke plek te hebben waar zij terecht kunnen met vragen of klachten. Dan neem je jezelf ook serieuzer. Oud ombudsman voor de Volkskrant, Bas Mesters vindt dat je als medium goed in de spiegel moet kunnen kijken. “Als je als medium constant kritiek voorschotelt moet je ook kritiek kunnen incasseren.”

Daarnaast gaat de Haas ook in op waarom de Telegraaf de RvdJ niet erkent. “Wij zijn geen partij bij de Raad voor de Journalistiek, omdat de hoofdredactie van mening is dat het oordeel over de rechtmatigheid van perspublicaties moet worden overgelaten aan de rechter. Die toetst op basis van de geldende wet- en regelgeving, inclusief het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens en de omvangrijke jurisprudentie op het gebied van mediarecht.”

Ombudsman Jeroen Trommelen vindt ook dat het soms beter is direct naar de rechter te stappen in plaats van naar de RvdJ. “Het is niet voor niets dat niet alle kranten zich aan de RvdJ onderwerpen. Dus als je gedupeerd bent door een publicatie en een medium heeft echt een grote fout gemaakt, waarin het niet uitmaakt of je het rectificeert, dan moet je naar de rechter stappen. Er is dan duidelijke jurisprudentie. Veel duidelijker dan bij de Raad over wat er wel en niet mag. Er ligt ook direct een sanctie op en dat is bij de RvdJ ook niet zo. Ik heb vrij veel vertrouwen in de Nederlandse rechter als het gaat om de bescherming van de vrijheid van meningsuiting, maar ook het op de vingers tikken van degene die over de grens heen gaan.”

 

Verplichting of niet? 

Wij concluderen uit ons onderzoek dat bijna iedereen het er mee over eens is dat bij elk serieus medium een ombudsman hoort. Echter wil niemand het woord plicht in de mond nemen. Het voelt als een taboeonderwerp, de Raad voor de Journalistiek (de Raad) is ook niet voor niks opgericht: om wettelijke verplichtingen te voorkomen vanuit de overheid. De discussie blijft een soort zweven tussen ‘eigenlijk zou het wel moeten’, máár ‘het zou geen plicht moeten zijn’.  Een verplichting hiervoor lijkt toch niet de oplossing.  

De ombudsman van de Volkskrant, Jeroen Trommelen, zegt: “Als je het vervelend vindt dat je nergens terecht kan met je klacht kun je misschien beter van krant wisselen.”   

Criteria voor een ombudsman

Een tegenargument voor een verplichting kan zijn dat sommige media het budget er niet voor hebben om een ombudsman aan te nemen. Wij zien dan ook voor ons dat deze verplichting pas geldt als een medium meer dan een bepaald aantal lezekers/kijkers heeft. Dit hebben we ook voorgelegd aan de ombudsmannen. Edwin Kreulen (Trouw): “Ik zou zeggen: laat een nieuwsorganisatie minstens 1 procent van de menskracht aan de ombudsfunctie besteden. Dat is eerder de norm dan het aantal lezers/kijkers. Bij Trouw met ca 100.000 abonnees hebben we dus 0,4 menskracht aan ombudsman, dat zou je ook kunnen nemen als maat.”  

Jeroen Trommelen ziet dat anders: “Het aantal lezers/kijkers lijkt mij geen bruikbaar criterium. Het gaat om de vraag of je jezelf wilt presenteren als een gezaghebbend, serieus te nemen nieuwsmedium.” 

“Waarom zou je een ombudsman laten afhangen van het aantal lezers van een medium?” 

Huub Evers: “Elke nieuwsredactie van enige omvang zou een ombudsman moeten hebben. Voor mijn part voor een of twee dagen per week. Waarom zou je een ombudsman laten afhangen van het aantal lezers van een medium?” 

Daarnaast is het ook niet nodig dat elk medium apart een ombudsman moet aannemen. Zo kan een medium er net als bij de NPO voor kiezen om als overkoepelende organisatie een ombudsman aan te nemen. Dus dat er bijvoorbeeld vanuit Mediahuis, Talpa of RTL een ombudsman wordt aangenomen. 

 
Hoger beroep

Het is momenteel niet mogelijk om in hoger beroep te gaan tegen een uitspraak van de Raad. Als een medium het niet eens is met een uitspraak van de Raad en vraagt om een herbeoordeling -met eventueel aanvullend bewijs- kan deze uitspraak niet worden herzien. Als de Raad de mogelijkheid geeft om media of burgers in hoger beroep te laten gaan, kan dit ervoor zorgen dat zij zich meer gehoord voelen. Zo blijven journalistieke mediums sneller de Raad erkennen. Dat is beter voor de algehele kwaliteit van de journalistiek.  

Ombudsman van de Limburger en oud lid van de Raad voor de Journalistiek, Huub Evers, vertelt dat er vaker discussie is geweest bij de raad om in hoger beroep te kunnen gaan. “Veel klagers vragen herziening aan omdat ze het niet eens zijn met de beslissing van de Raad. Die verzoeken worden dan vervolgens keurig volgens dezelfde procedure afgewezen, omdat een herziening geen hoger beroep is. Maar dat is de enige mogelijkheid die je hebt wanneer je niet naar de rechter wil gaan en dus doen veel klagers dat. Dat is ook het punt bij de invoering van een hoger beroep: iedereen die in het ongelijk wordt gesteld, gaat dat hoogstwaarschijnlijk doen. De Raad is daar niet voor toegerust en je kunt je ook afvragen of de Raad als een instantie voor zelfregulering een hoger beroep zou moeten kennen.” 

Dat laatste is de vraag voor niet alleen Huub. Moet je in de journalistiek in hoger beroep kunnen? Het is een vrij beroep en om zo eventuele straffen op te leggen. Dit zit bij sommige ombudsmannen ook niet goed. 

 

Verder onderzoek

Er zijn veel mitsen en maren bij de eventuele oplossingen en alternatieven voor het verplichten van een ombudsman. Er moet nog veel meer onderzoek gedaan worden naar de vraag of een ombudsman verplicht moet worden. Er blijven hier veel vragen openstaan. Wie zou het moeten verplichten? Wie bepaalt of iets een journalistiek medium is? Dit moet eerst duidelijk zijn voordat er een officieel advies hierover gedaan kan worden. 

Het zou de gehele journalistiek goed doen om te onderzoeken wat de behoefte is van de lezer voor opmerkingen, vragen of klachten duidelijker in beeld te brengen. Via eventueel een kopje op de site met klachten of duidelijker de aanspreekpunten weer te geven. 

Reflecteren binnen een journalistiek medium is belangrijk. Bas Mesters is daar ook mee eens. “Als je als medium zegt dat je journalistiek bedrijft, dan hoort het er eigenlijk wel bij dat je ook reflecteert op jezelf. Dus of jij als medium aan die onafhankelijkheids-, objectiviteits- en feitelijkheidsnormen voldoet en of je de mensen daarin behoorlijk behandeld.”