Yann Jansen voor NPO FunX

De sportwereld kan hard zijn. Duizenden Nederlandse sporters zetten alles op alles om topsporter te worden, maar halen uiteindelijk nét de top niet. Jarenlang draaide hun hele leven om het behalen van dat ene doel. Geen gekke feestjes, luie weekenden en lange vakanties: alleen maar trainen, trainen, trainen. Aan het einde van de rit haalt slechts tien procent van deze sporttalenten de top en daarom zien velen hun droom in duigen vallen. Dit is een harde klap die ze vaak op jonge leeftijd te verduren krijgen en die voor serieuze mentale problemen kan zorgen: “Je wordt gewoon aan je lot overgelaten.”

Sportbonden

Dat komt doordat sportorganisaties vrijwel alleen mentale begeleiding voor de absolute top regelen, terwijl mentale problemen ook bij subtopsporters opspelen. Het NOC*NSF is een goed voorbeeld van een sportbond die alleen mentale begeleiding regelt voor de absolute top. Om in aanmerking te komen voor begeleiding van het NOC*NSF moet je namelijk een A-, HP-, of selectiestatus hebben. Dit is alleen weggelegd voor een handjevol topsporters: zo moet je bijvoorbeeld voor een A-status een top 8-klassering hebben op een internationaal sporttoernooi zoals de Olympische Spelen of een WK. Sporters die geen (hoge) status hebben bij de NOC*NSF, worden doorverwezen naar een externe partij waar ze flink moeten betalen voor de begeleiding.

Ad Roskam, voorzitter van de Atletiekunie, zegt dat ook zij alleen mentale begeleiding regelen voor de absolute top. “Bij de andere talenten of semi-topsporters leggen we die verantwoordelijkheid bij de coach. Als de coach onvoldoende begeleiding kan bieden, is de sporter vrij om zelf begeleiding te regelen.”

Coach

Volgens Marit Dopheide, onderzoekster van het Mulier Instituut en professioneel sprintster, zit daar het probleem. “De meeste sporters vinden het helemaal niet fijn om met hun coach over hun problemen te praten, omdat ze vaak bang zijn om bevooroordeeld te worden. De meeste sporters willen hun hart luchten bij een onafhankelijk persoon, waar ze geen blad voor de mond hoeven te nemen.”

Ook zegt Dopheide dat niet elke subtopsporter mentale begeleiding kan bekostigen. “Niet elke sporter verdient evenveel geld. Soms ziet een sporter van mentale begeleiding af door het prijskaartje, terwijl diegene het wel nodig heeft.”

Mentale begeleiding

Hoe extreem de gevolgen kunnen zijn als adequate begeleiding ontbreekt, bewijst het verhaal van de 18-jarige Brit Jeremy Wisten wel. Hij werkte sinds jonge leeftijd keihard om zijn voetbaldroom waar te maken en wist het tot de jeugdopleiding van Manchester City te schoppen. Vorig jaar raakte hij zwaar geblesseerd waardoor hij de club moest verlaten. Die klap kwam zo hard aan, dat hij zichzelf afgelopen oktober van het leven beroofde.

Blessures

Kevin in de jeugdopleiding van Feyenoord
Bron: Feyenoord Academy

Net als bij Wisten, zijn blessures of andere gezondheidsproblemen een van de meest voorkomende redenen voor het einde van een topsportcarrière. Kevin Dercks (26) weet hoe het is als een blessure roet in het eten gooit. Hij doorliep de gehele jeugdopleiding van Feyenoord en speelde met spelers als Tonny Vilhena en Sven van Beek. “Ik heb van mijn vijfde tot ongeveer mijn achttiende bij Feyenoord gevoetbald. Ik had altijd als droom om het betaald voetbal te halen.” Die droom viel in duigen toen Kevin in zijn laatste jaar in de jeugd zwaar geblesseerd raakte. “Het was sowieso al een moeilijk jaar, omdat er veel concurrentie was. Door hard te werken kreeg ik veel speelminuten, maar dat veranderde toen ik in een competitiewedstrijd mijn voorste kruisband afscheurde. Ik voelde meteen dat het ernstig was, maar ik wist niet dat die blessure het einde van mijn profcarrière zou betekenen. Toen dat bij me binnendrong voelde ik me gewoon heel erg klote en down. Ik denk dat dat de lastigste periode uit mijn leven was.”

Gezondheidsproblemen

Lotte tijdens haar debuutwedstrijd voor VC Sneek.
Bron: Simon Bleeker

Er zijn ook talentvolle sporters die niet door blessures, maar andere gezondheidsproblemen noodgedwongen hun carrière moeten beëindigen. Zo ook de 29-jarige Lotte Gerland de Vries, die op jonge leeftijd werd gediagnosticeerd met jeugdreuma. Dat weerhield haar er echter niet van om op hoog niveau volleybal te spelen. Op haar zestiende kwam ze in het eerste damesteam van VC Sneek terecht. “Na het eerste seizoen in de selectie kreeg ik last van mijn knie. Ik dacht destijds dat het gewoon een blessure was door overbelasting, maar na een kijkoperatie bleek dat de reuma weer terug was gekomen.”

Dat was een flinke klap voor Lotte “Die diagnose heeft echt een stempel gedrukt. Ik weet nog goed dat ik aan de dokter vroeg: ‘wanneer kan ik weer beginnen met trainen?’. Ze zei toen: ‘Nou je moet eerst maar eens goed zien te functioneren in het dagelijks leven’. Die zin kwam echt hard bij me binnen. In de weken daarna besef je eigenlijk pas wat dat voor je betekent. Ik belandde toen bijna in een depressie. Ik weet nog dat ik in de winter met mijn familie op Terschelling was. Ik ging toen buiten in de snijdende kou in de duinen zitten. Puur omdat ik iets wilde voelen.”

Sikkelcelziekte

Giovanni (links) bij de Independence Pirates uit Kansas
Privéfoto

Ook Giovanni Stuart (31) moest door gezondheidsproblemen zijn droom op een professionele sportcarrière opgeven. Hij speelde American Football in de Verenigde Staten, maar moest door sikkelcelziekte noodgedwongen stoppen. “Toen ik vijf was, kwamen dokters erachter dat ik sikkelcelziekte had. Hier heb ik gedurende mijn jeugd eigenlijk nooit last van gehad. Toen ik op mijn negentiende in Amerika speelde, kreeg ik na een zware wintertraining voor het eerst in 15 jaar een sikkelcelcrisis.”

Bij zo’n crisis raken je bloedvaten als het ware verstopt en dat levert enorm veel pijn op. Na een maand revalideren was Giovanni hersteld en later dat jaar kon hij op hoger niveau gaan spelen in Kentucky. “In Kentucky liep op het begin eigenlijk alles goed, maar ik kreeg steeds vaker aanvallen die ook steeds heftiger werden. De aanvallen werden zelfs zo heftig dat het mijn longen aantastte waardoor ik in het ziekenhuis belandde. Het ging bijna fout toen de zuurstofpomp – die ik nodig had om te ademen – uitviel terwijl ik aan het slapen was. Gelukkig merkten twee teamgenoten dat er iets mis was, anders was het waarschijnlijk verkeerd afgelopen. Dat was echt de druppel voor mij.”

Mentale problemen

Volgens Marit Dopheide kan de overgang van het topsportleven naar het maatschappelijke leven gepaard gaan met verschillende soorten mentale problemen die vaak het ‘zwarte gat’ worden genoemd. “De mentale problemen zijn niet voor elke sporter even groot, zwaar of langdurig”, vertelt ze. Dit ligt er namelijk aan of de topsporter noodgedwongen of vrijwillig zijn carrière heeft beëindigd. “De klap is vaak groter als een sporter bijvoorbeeld moet stoppen door een zware blessure dan wanneer diegene zelf dat besluit neemt. Dit komt omdat je een zware blessure vaak niet aan ziet komen en daarom geen rekening houdt met het plotselinge einde van je carrière.”

Mentaal spelletje

Toen Giovanni terug in Nederland kwam, was de overgang naar het normale leven moeilijk. Hij bleef aanvallen krijgen terwijl hij niet meer zo intensief sportte als in Amerika. Ook het werk dat hij in Nederland deed, was niet precies wat hij wilde. “Ik bleef in Nederland gewoon hard trainen in de gym, omdat ik nog altijd dezelfde drive had als toen ik topsporter was. Hoewel dat lang niet zo intensief was als in Amerika, bleef ik toch aanvallen krijgen. Dan begint het wel een mentaal spelletje te worden. Ook werd ik niet gelukkig van mijn werk, omdat dat niet het leven was wat ik jarenlang voor ogen had. Ik kan niet zeggen dat ik toen in een diepe depressie belandde, maar al die gedachtes spelen wel met je hoofd.”

‘Vanaf nul beginnen’

De mentale klap die deze sporters op relatief jonge leeftijd te verduren krijgen, kunnen ook maanden of jaren later voor problemen zorgen. Uit het onderzoek van het Mulier Instituut blijkt dat twee op de drie topsporters het lastig vindt om na hun carrière afstand te nemen van hun identiteit als topsporter. Ook vindt bijna de helft van de topsporters het lastig om nieuwe doelen in het leven te vinden.

“Je begint eigenlijk gewoon weer vanaf nul”, vertelt Kevin. “Het is lastig om je voetballeven los te laten als je gewend bent daar fulltime mee bezig te zijn. Je gaat dan kijken of je je op andere dingen kunt focussen, maar het liefst doe je dat niet. Het was eigenlijk een ontzettende klote periode. Ik had het geluk dat ik goed kon leren en ben me daarom op school gaan focussen. Toch zijn er ook jongens die minder goed kunnen leren en voor wie voetbal echt alles of niets is. Als zij de top niet halen, hebben ze helemaal geen vangnet meer.”

Identiteitsproblemen

Lotte wist na het beëindigen van haar volleybalcarrière niet goed meer wie ze was. “Volleybal was echt mijn leven en toen dat wegviel, voelde het net alsof ik een nieuwe identiteit op moest bouwen. Ik vroeg me letterlijk af: wie ben ik? Mensen kenden me als ‘Lotte de topsporter’, maar wie ben ik nu dan? Het heeft echt jaren geduurd totdat ik die vraag kon beantwoorden en mijn nieuwe identiteit gevonden had.”

‘Praat met iemand’

Hoe sporters over deze mentale problemen heen komen, verschilt per persoon. Volgens Marit Dopheide is het van belang dat ze iemand hebben om mee te praten. “De meeste sporters vinden het fijn om hun hart te luchten zonder een blad voor de mond te hoeven nemen. Ze praten het liefst met een onafhankelijk persoon en liever niet met hun coach. Sommige sporters zijn namelijk bang om door hun coach bevooroordeeld te worden, nadat ze over hun mentale problemen praten.”

Mentale begeleiding

Bron: Stephanie de Geus

Voor Lotte bood mentale begeleiding de oplossing voor haar problemen. Zo heeft ze verschillende EMDR-sessies gehad, waarbij het slechte gevoel van een heftige gebeurtenis weggenomen wordt. “Normaal wordt EMDR gebruikt bij trauma’s als een ongeluk of seksueel misbruik, maar het heeft me geholpen om over mijn mentale problemen heen te komen. Verder ben ik met verschillende coaches aan de slag gegaan en heb ik zo obstakels overwonnen en mijn reuma losgelaten. Ik heb nieuwe doelen in mijn leven weten te vinden en heb ook mijn identiteit als ondernemer gevonden.”

Nieuwe doelen stellen

Kevin bij zijn huidige club Excelsior Maassluis
Bron: Harry Noordhof

Voor Kevin en Giovanni hielp het vooral om op andere dingen te focussen. “Ik ben me na mijn carrière gewoon helemaal op mijn studie gaan focussen”, vertelt Kevin. “Ik wilde het gewoon zo goed en zo snel mogelijk afronden. Ook heb ik toen een tijd bijles gegeven op mijn oude middelbare school en ben ik weer begonnen op amateurniveau te voetballen. Je moet gewoon even de tijd nemen om alles een plekje te geven. Vaak zie je dat mensen zich meteen in iets anders storten, maar het is juist goed om alles even te laten bezinken en om met mensen in je omgeving te praten.”

Uitdagingen

Bron: Privéfoto

Giovanni focuste zich vooral op zijn fysieke gezondheid. “Toen ik terug in Nederland kwam, begon ik met afvallen. Ik wilde mensen helpen om ook af te vallen en haalde daarom mijn diploma voor personal trainer. Zo kwamen er steeds weer nieuwe uitdagingen op mijn pad waarbij ik dezelfde drive en mindset gebruikte als tijdens mijn sportcarrière. Ik heb nooit echt met mensen over mijn problemen gepraat, maar naarmate je ouder wordt ga je soms toch weer nadenken over waarom dingen zijn gelopen zoals ze gelopen zijn. Als ik tegen mijn jongere zelf iets zou mogen zeggen, zou ik zeggen dat ‘ie over zijn problemen moet praten.”

Verandering

Hoewel het oplossen van mentale problemen erg belangrijk is, vindt Marit Dopheide het ook belangrijk om deze problemen te voorkomen. “Daarvoor moet wel eerst een cultuurverandering in de sportwereld plaatsvinden”, vertelt ze. “Hoewel er steeds meer aandacht komt voor het mentale welzijn van sporters, is daar nog steeds veel taboe op. Als het taboe verdwijnt, kunnen clubs of bonden ook meer bijdragen aan het voorkomen van mentale problemen. Veel sporters moeten bijvoorbeeld na een bepaalde periode gecheckt worden bij de fysiotherapeut, maar wat zou het goed zijn als ze ook eens in de zoveel tijd met een sportpsycholoog zouden praten.”

Voorbereiden

Kevin vindt dat clubs of bonden jonge sporters beter moeten voorbereiden op het feit dat ze het misschien niet halen. “De waarheid is dat het grootste deel van de talenten de top niet bereikt”, vertelt Kevin. “Sommige sporters hebben nog een vangnet doordat ze bijvoorbeeld goed kunnen leren, maar dat is niet voor alle sporters weggelegd. Het zou daarom goed zijn als clubs of bonden jonge sporters voorbereiden op een leven buiten de sport. Zo kun je voorkomen dat ze in een zwart gat vallen na hun carrière.”

Lotte is het met Kevin eens. Volgens haar is mentale begeleiding nu vooral nog iets dat voor de absolute top geregeld wordt, maar niet voor de subtop. “Je wordt gewoon aan je lot overgelaten. Het zou echt goed zijn als clubs of- bonden ook mentale begeleiding kunnen regelen voor subtopsporters. Ik denk dat deze verantwoordelijkheid vooral bij de clubs zou moeten liggen, omdat subtopsporters niet echt in beeld zijn bij de sportbonden. Wel zou het goed zijn als bijvoorbeeld NOC*NSF campagne zou voeren voor mentale begeleiding bij topsporters in de subtop.”