Door: Nina Keijer en Noah King

Whatsappfraude bleek in 2020 booming business. De nieuwe vorm van oplichting groeide het afgelopen jaar enorm. De Nederlandse media zag het probleem en trok gedurende het jaar de aandacht met verhalen over enorme stijgingen in aangiftes en meldingen. Ondanks de oplopende cijfers is het terecht om vraagtekens te zetten bij de berichtgeving en de werkelijke grootte van het probleem. Uit eigen onderzoek blijkt dat er meerdere onderbelichte factoren spelen die een significante stijging verklaren en aantonen dat de cijfers onbetrouwbaarder blijken dan verwacht. 

“Hey mam. Dit is mijn nieuwe 06-nummer. Ik ben weg bij de Vodafone en zit nu bij KPN. Het oude nummer kan weg hoor,” luidt het berichtje. De ontvanger is de negenenzestigjarige Tiny Deriks die haar telefoon dagelijks gebruikt om te appen, bellen, Facebooken en om af en te eens wat op te zoeken. Ook internetbankieren doet ze vliegensvlug op het toestel, een handigheidje dat haar later die middag een berg geld zou kosten.

Foto: Nina Keijer

“Ik dacht dat het mijn dochter Mascha was die me het appje stuurde,” vertelt Tiny. Na een klein gesprekje vertelde de zogenaamde dochter van Tiny dat ze met een probleem zat, het had nogal haast. Vóór 17.00 zou ze twee betalingen moeten afronden op de KPN-webshop. Ze had hier een Rabobank scanner voor nodig, maar die had ze niet. Dus was de vraag of Tiny de rekening even kon betalen, ze zou alles vanavond terugkrijgen. “Omdat het zo’n haast had, heb ik niet twee keer nagedacht. Ik heb het betaalverzoek meteen betaald.”

De eerste betaling bleek echter niet genoeg, direct daarna wordt er gevraagd of Tiny ook nog wat achterstaande rekeningen kan voorschieten. “Dat was het moment waarop ik dacht: dit kan mijn dochter niet zijn.” Ze besloot het nummer te bellen, maar haar dochter vertelde dat haar nieuwe telefoon nog geen verbinding had. Ze kon pas bellen als de aansluitkosten betaald waren, zei ze. Dat was maar liefst 400 euro.

Voordat Tiny bereidt is het tweede bedrag over te maken gebruikt ze een slimme truc. Ze stelt een vraag die alleen haar dochter Mascha kon beantwoorden. De vraag wordt ontweken en even later krijgt Tiny geen reactie meer. Op dat moment beginnen de alarmbellen te rinkelen. “Ik wist niet wat er allemaal aan de hand was maar ik had wel door dat het helemaal mis was. Ik ben meteen naar buiten gerend en heb mijn man gehaald,” vertelt Tiny. “We hebben eerst de Rabobank gebeld en toen meteen de politie, maar het geld kon niet meer teruggehaald worden. Het was te laat. Ik heb er dagen van wakker gelegen.”

Booming Business

Het is niet voor niets dat deze vorm van oplichting ‘vriend-in-noodfraude’ wordt genoemd. Het slachtoffer heeft de indruk dat een bekende, vaak een zoon of dochter, om geld vraagt maar in werkelijkheid praat je met een wildvreemde. Criminelen beschikken over handige trucjes maar je hoeft geen technische genie te zijn om aan whatsappfraude mee te doen. Het proces begint natuurlijk bij het vinden van de juiste telefoonnummers. Uit onderzoek van RTL nieuws bleek eerder dit jaar dat callcentermedewerkers telefoonnummers en de bijbehorende persoonsgegevens op grote schaal verkopen. Niet alleen namen worden vrijgegeven; ook adressen, leeftijden en profielfoto’s worden kant-en-klaar aangeboden. Naast deze gegevens wordt er een handleiding aangeboden waardoor de fraudeur precies weet wat hij of zij moet zeggen.

Nadat de ontvanger van een frauduleus appje een bedrag overboekt, moet het geld nog worden weggesluisd. Dat gaat vliegensvlug. Het bedrag wordt in eerste instantie overgemaakt naar de rekening van een geldezel, iemand die zijn bankrekening ter beschikking stelt voor dit soort vormen van fraude, vaak worden zij online of op straat geronseld. Wanneer het bedrag gestort is, wordt het zo snel mogelijk opgenomen bij een pinautomaat. Vanaf dat moment is het geld verdwenen en de fraude geslaagd.

Steeds meer criminelen ontdekten het afgelopen jaar de nieuwe manier van oplichting. Waar de Fraudehelpdesk in 2019 ongeveer 2.660 meldingen van Whatsappfraude telde, zijn het er in 2020 meer dan 11.600. Een stijging van zo’n 340%. Een groot getal, maar we hoeven ons geen zorgen te maken, denkt cybercrime specialist Rutger Leukfeldt van het NSCR. “Ik denk dat er een voor de hand liggende verklaring voor is,” vertelt hij. “Whatsappfraude is een vrij nieuwe vorm van oplichting. We zien dat criminelen altijd op zoek zijn naar nieuwe manieren om aan geld te komen. Wanneer iets lijkt te lukken, gaan anderen het kopiëren. Je zag dat dit tien jaar terig gebeurde bij phishing en ook toen ransomware werd geïntroduceerd. Alles wat nieuw is, begint op een nulpunt en zal daarna stijgen.” Daarnaast zijn er nog een aantal andere factoren die de groei kunnen verklaren:

De cijfers die volgen zijn gebaseerd op het aantal meldingen die Fraudehelpdesk de afgelopen jaren verzamelde. Een overzicht volgt waarin de stijgingen en momentele dalingen in het aantal meldingen worden toegelicht door middel van de oorzaken, maatregelen en invloeden van buitenaf.

  • MAART 2020

Het coronavirus drong begin 2020 Nederland binnen. Het virus verspreidde zich in rap tempo en de overheid kondigde daarom in maart een intelligente lockdown aan. De mensenmassa op straat verdween en een groot deel van de Nederlanders werkte voortaan thuis. Deze veranderingen hadden gevolgen voor de criminaliteit in het hele land. Straatcriminelen zoals zakkenrollers en criminelen die woninginbraken pleegden kregen het moeilijk. Het aantal ‘traditionele’ vormen van misdaad daalde in deze periode dan ook met tientallen procenten. Daartegenover stond in dezelfde periode een flinke toename van digitale criminaliteit.

“De stijging die we hier zien, komt waarschijnlijk voort uit een verschuiving van criminaliteit,” legt Rutger Leukfeldt uit. “Er zijn minder mogelijkheden op straat en ook inbraken gaan minder makkelijk. Criminelen zitten niet stil en gaan dus op zoek naar een andere manier om aan geld te komen. We weten dat er groepen zijn in Nederland die zowel offline crime plegen als simpele cybercrimes. Voor dat soort groepen lijkt het me logisch dat zij meer online delicten zijn gaan plegen. Simpelweg omdat die mogelijkheid er is, maar dat weten we niet zeker natuurlijk. Whatsappfraude is daarnaast een hele simpele vorm van fraude, iedereen met een mobiele telefoon kan en in principe aan meedoen. Het is enorm laagdrempelig.”

Ook werd in deze periode, om contact met familie en vrienden te onderhouden, steeds meer gebruik gemaakt van sociale media. Ouderen werden gedwongen zich te digitaliseren om met de buitenwereld in contact te blijven. Voor sommigen van hen is sociale media een vrij nieuw fenomeen. Het valt dan ook op dat juist zij, 55- tot 75-jarigen, het vaakst slachtoffer worden van vriend-in-nood fraude.

  • APRIL 2020

Naar aanleiding van de stijging in de eerste maanden van het jaar, maakte de politie het in april mogelijk om ook online aangifte te doen van Whatsappfraude. Voorheen kon dit alleen telefonisch of op het bureau en duurde dit vaak erg lang. Cybercrime team Oost-Nederland coördineert landelijk de bestrijding van Whatsappfraude. Teamleider Hajo Bersee vertelt: “Wanneer je de mogelijkheid creëert om online aangifte doen, neem je de drempel om een melding te maken voor slachtoffers gedeeltelijk weg. Omdat het nu een stuk makkelijker is om aangifte te doen, is het natuurlijk logisch dat je meer aangiftes binnen zal krijgen. Mensen die eerder geen zin hadden om naar het politiebureau te gaan, hebben nu wel de tijd om even alles in te vullen op de website van de politie.”

De media en de Nederlandse politie schrijven massaal over explosieve stijgingen. De fraude wordt ‘razend populair’ genoemd, terwijl de lagere drempel om aangifte te doen niet wordt meegerekend. Ook Leukfeldt, die onder andere onderzoek heeft gedaan naar aangiftebereidheid bij slachtofferschap van internetfraude, stelt dat de cijfers wellicht geen accuraat beeld geven van het daadwerkelijke probleem. “Ik denk dat een groot deel van wat de politie ziet veel meer te maken heeft met aangiftebereidheid dan met daadwerkelijke criminaliteitscijfers.” De massale berichtgeving over vriend-in-noodfraude werkt stijgende cijfers verder in de hand: “We weten niet of het daadwerkelijk gegroeid is. Meer mensen hebben aangifte gedaan,” vult Leukfeldt aan. “Ik denk dat een deel van de politiestatistieken ontzettend vertekend is. Ik weet helemaal niet of het dit jaar überhaupt gegroeid is omdat er zoveel media-aandacht is geweest. Dit maakt het voor slachtoffers opeens heel toegankelijk om ook naar de politie te stappen. Dat soort effecten spelen hierbij ook een rol.”

De politie ontvangt dan ook steeds meer aangiftes van mislukte pogingen van whatsappfraude. Hier werd voorheen weinig aangifte van gedaan. “Het is makkelijker om aangifte te doen en mensen voelen zich wellicht meer begrepen, dus denken ze: ‘laat ik het toch maar doen, ook al ben ik zelf geen geld verloren. Misschien helpt het de politie om deze criminelen te vinden’”, legt Hajo Bersee uit. “Daar zijn wij heel blij mee, hierdoor hebben we inderdaad meer opsporingsindicatie vanuit die aangiftes.” Het kan dus zo zijn dat een groot deel van de nieuwe aangiftes gaat om criminaliteit die er eigenlijk al was, maar voorheen niet meegeteld werd. Als dat zo is, zegt de huidige stijging niet zo veel.

  • JUNI/JULI 2020

In de zomer van 2020 leek corona langzaam te verdwijnen. Het aantal besmettingen daalde, maatregelen werden versoepeld en de lockdown werd opgeheven. Het aantal slachtoffers van Whatsappfraude stabiliseerde tegelijkertijd. Het lijkt er dus op alsof het aantal slachtoffers van Whatsappfraude daadwerkelijk in verband staat met de coronamaatregelen. De politie voorspelde half juli dan ook dat terwijl het coronavirus langzaam zou verdwijnen, de aangiftes zouden blijven dalen.

Korpschef Liesbeth Huyzer vertelde destijds aan AD: “Je ziet nu alles alweer stabiliseren. Straks aan het eind van het jaar, als er tenminste geen tweede coronagolf komt, is het effect van corona weer verdwenen in de grote cijfers.”

  • OKTOBER 2020

Deze tweede golf kwam er echter wel, met opnieuw een lockdown als gevolg. Toch is daar in het aantal slachtoffers van Whatsappfraude niets van te merken. De coronamaatregelen werden steeds strenger, wat eerder in het jaar als oorzaak werd gegeven voor de stijging van het aantal slachtoffers, maar dit keer bleef dat aantal gewoon dalen. Het verband tussen Whatsappfraude en het coronavirus lijkt hier dus zwak.

Digitalisering van de politie

Ondanks dat het probleem al afneemt, wordt het probleem nog steeds serieus genomen door banken, de politie, justitie en in de politiek. Zo zijn er verschillende maatregelen opgesteld die slachtofferhulp bevorderen en oplichters bestrijden.

Cybercrime expert Rutger Leukfeldt stelt dat de politie op het gebied van online criminaliteit achter de feiten aan loopt en deelt een potentiele oplossing: “Het probleem is dat criminaliteit digitaliseert. We hebben high-tech crimes, daar heb je specialisten voor nodig. Daarnaast heb je een heleboel ‘gewone’ delicten zoals Whatsappfraude of phishing bijvoorbeeld. Ook heb je cyberstalking of cyberbedreiging. Eigenlijk hoef je dit soort delicten niet met enorm gespecialiseerde teams op te lossen. Dit is vrij normale criminaliteit en dit zou je dus ook met normale teams moeten oplossen.”

“Ik denk dat het grote probleem is dat de politie nu veelal gericht is op specialistische teams,” gaat hij verder. “Het moet juist in het DNA gaan zitten van de politie dat het normaal is dat iedere agent die in een normaal wijkteam of iets dergelijks zit ook weet hoe hij bijvoorbeeld Whatsappfraude aan kan pakken. Het is niet de bedoeling dat de agent naar een cyberteam moet bellen voor hulp. Nu is dat vaak wel zo en dat kan niet meer…”

Foto: Pixabay

Hajo Bersee specialiseert zich in Whatsappfraude en reageert hierop: “Een agent moet thuis zijn in de buurt, in de wereld en het web. Wereld, wijk en web, dat is allemaal met elkaar verbonden. Daar zal het in de toekomst ook steeds meer naartoe gaan. Het vereist echter nogal wat van de gemiddelde politieagent. Niet iedereen is even goed thuis in de onlinewereld. Het klopt dat er speciale teams zijn voor cybercrime. Dat noemen wij cybercrime in enge zin. Dan hebben we het echt over hacken en DDOS-aanvallen, zaken die een hoge graad van technisch vernuft vereisen dus. Alles wat technisch echter niet hoogstaand is maar wel wordt gebruikt voor oplichting is gewoon online fraude, vriend-in-noodfraude valt daaronder. Het is niet per se cybercrime in enge zin. Maar de computer wordt wel gebruikt. Vroeger kwamen ze aan de deur en nu gebeurt het online…”

Toch is ook Bersee het eens met het feit dat er verandering moet komen. Er is dan ook een overvloed aan vacatures te vinden voor specialisten die binnen de politie digitale delicten willen bestrijden. “Die vacatures staan online uit noodzaak want cybercrime neemt toe. De digitalisering van de wereld neemt toe. Online criminaliteit en cybercrime in enge zin neemt toe. Maar het is ook voorzorg, Als je nu niet investeert in digitale criminaliteitsbestrijding loop je over vijf jaar achter.” En niet alleen Rutger Leukfeldt maar ook Hajo Bersee zegt het: “wellicht lopen we al wel een beetje achter…”

Persoonsgegevens fraudeurs vrijgeven

Niet alleen de politie grijpt in. Ook de politiek denkt na over oplossingen en legt bij een van de maatregelen een verantwoordelijkheid bij de bank. Minister van justitie en veiligheid Ferdinand Grapperhaus maakte bekend dat banken vanaf januari 2021 persoonsgegevens van fraudeurs zou gaan delen met het slachtoffer. Deze maatregel moet ervoor zorgen dat de gedupeerde de mogelijkheid heeft om civielrechtelijke actie tegen de fraudeur te ondernemen. De politie kan natuurlijk niet elke zaak oplossen en de maatregel moet het slachtoffer een kans geven om het geld terug te krijgen.

Om te voorkomen dat mensen op een simpele manier de privégegevens kunnen krijgen van iemand die ze als fraudeur beschuldigden, moeten er eerst minimaal drie aangiftes zijn geweest tegen het betreffende rekeningnummer van de oplichter. Toch wekt het zorgen op, zo kan het de kans vergroten dat slachtoffers voor eigen rechter gaan spelen en de oplichter opzoeken met alle gevolgen van dien.

Laurens Messing is consultant informatiebeveiliging binnen Betaalvereniging Nederland, een overkoepelende organisatie die de Nederlandse bankensector vertegenwoordigt. Hij benadrukt duidelijk dat het idee niet vanuit hen afkomstig is maar dat de politiek erop heeft aangedrongen: “Dit is vanuit de politiek een wens geweest, vooral vanuit het ministerie van justitie en veiligheid. In algemene zin moest er meer aandacht komen voor slachtoffers van fraude en oplichting. Daar hebben de banken hun medewerking aan verleend. Er is een procedure opgesteld. Deze lijkt eigenlijk een beetje op de procedure die al bestond in het geval dat je onbedoeld geld overmaakte naar de verkeerde persoon. Je moet dan een brief schrijven waarin je vraagt of je het geld terug mag. Als dat niet terug wordt overgemaakt heb je na een aantal weken het recht om de gegevens van die persoon te krijgen.”

“Natuurlijk hebben we onszelf de vraag gesteld: ‘Moet je dit wel doen? Gaan mensen niet boos naar oplichters stappen en is er niet alleen maar meer kans op geweld?’ Er zitten verschillende voorwaarden aan vast. Deze maatregel zal vooral slachtoffers helpen met hun strijd tegen de fraudeurs dan dat het aantal zaken van fraude zal afnemen,” aldus Messing.

Schadevergoeding door banken

Ondanks deze nieuwe regeling met betrekking tot vriend-in-nood fraude is het niet de bedoeling dat banken gaan opdraaien voor schadevergoedingen of opsporingen. Alhoewel ook zij in het probleem worden betrokken blijft de verantwoordelijkheid bij andere sectoren en vooral bij het slachtoffer liggen: “Wanneer een crimineel je internetbankieren weet binnen te dringen en vanuit je account transacties weet te maken dragen de banken een wettelijke verantwoordelijkheid, zolang het slachtoffer niet grof nalatig is geweest. De bank moet de schade in dat geval vergoeden. Whatsappfraude is een hele andere vorm, het slachtoffer maakt zelf het bedrag over, weliswaar onder misleiding, maar dit betekent niet dat de bank verantwoordelijk is. Er zijn omstandigheden waarin banken uit coulance een deel van de schade vergoeden maar dit is er niet een van. Natuurlijk heeft de bank wel een zorgplicht over de klanten. Ook moeten ze hun best doen om bepaalde afwijkende transacties en rekeningen te herkennen.”

“Vanuit de politiek komt er veel druk op de banken te staan en de politiek wil dan ook dat de bank in dit geval een grotere verantwoordelijkheid gaat dragen,” vertelt Laurens Messing verder. “Maar in principe is de klant verantwoordelijk, die moet nadenken wat hij of zij aan het doen is. Een van de belangrijkste factoren die helpt bij het bestrijden van fraude en oplichting is toch wel dat het slachtoffer in zekere mate een eigen verantwoordelijkheid draagt. Als je die verantwoordelijkheid als slachtoffer niet hebt wordt er minder goed opgelet. Alles wordt in dat geval vergoed en daar kan vervolgens weer misbruik van gemaakt worden. Onderschat niet wat die eigen verantwoordelijkheid voor bijdrage levert aan het voorkomen van fraudegevallen.”

Verantwoordelijkheid:

Ondanks het vele vingerwijzen tussen sectoren draagt ook het slachtoffer een verantwoordelijkheid volgens Betaalvereniging Nederland. Dit benadrukt het belang van voorlichting en preventie. Neem bijvoorbeeld de preventiecampagnes die de politie in 2020 voerde, ze deden het tweemaal, zowel gericht op jongeren als op ouderen. Het creëert bewustwording onder de gebruikers van Whatsapp en zorgt ervoor dat de kleine groep mensen die slachtoffer wordt alsmaar zal krimpen.

De stappen die u zelf onderneemt om slachtofferschap te vermijden zijn het belangrijkst. Zet bijvoorbeeld een tweestapsverificatie aan en wees er zeker van dat u met de juiste persoon praat via Whatsapp door even te bellen voordat het geld wordt overgemaakt. Ondanks het feit dat Tiny Deriks slachtoffer werd trapte ze er geen tweede keer in door een vraag te stellen die alleen haar eigen dochter zou kunnen beantwoorden, een effectieve truc. Vertel ouderen in uw directe kring over vriend-in-noodfraude om te voorkomen dat zij slachtoffer worden. Het zijn slechts een enkele simpele oplossingen die een enorm verschil kunnen maken.