De Turken vormen de grootste groep mensen met een migratieachtergrond in Nederland. Volgens recent onderzoek voelen ze zich verbonden met Nederland. Toch ervaart een meerderheid van de Turken ook een sterke band met Turkije. Vormt dat geen belemmering voor hun integratie?

Door: Tringa Hasaj en Dominik Morawiak

Cijfers en geschiedenis
Op 1 november 2019 had ruim 24 procent van alle inwoners van Nederland een migratieachtergrond, blijkt uit cijfers van het CBS. Tot deze groep behoren inwoners die zowel in het buitenland als in Nederland geboren zijn en van wie tenminste een van de ouders een migrant is. De grootste groep mensen met een migratieachtergrond zijn de Turken. In 2019 woonden er 415.693 Turken in Nederland. Daarvan behoort 52,6 procent tot de tweede generatie: Turken die al in Nederland geboren zijn.

Hieronder staat een overzicht met de top-6 grootste groepen mensen met een migratieachtergrond:

Hoe is de Turkse migratie naar Nederland verlopen? De eerste Turken zijn naar Nederland geëmigreerd voor werk. Een reconstructie van de Turkse migratie vanaf 1960:

In 1960 registreert het CBS 100 mensen met de Turkse nationaliteit in Nederland, tot 1970 is dat aantal fors gegroeid naar 23.600. Het CBS publiceert vanaf 1975 iedere vijf jaar cijfers waarin het onderscheid maakt tussen de eerste en de tweede generatie Turken. Dit is te zien in de grafiek hieronder:

Beeld in Nederland
De Turkse integratie in Nederland blijft een actueel onderwerp. In juli 2016 vond er een poging tot staatsgreep in Turkije. NOS op 3 legt uit wat er gebeurd is:

De impact van de gebeurtenissen in Turkije bleek groot bij de Turken in Nederland. Veel Turken gingen de straat op om steun te betuigen voor president Erdogan, zoals in Rotterdam.

In april 2017 vond het referendum over de Turkse grondwet plaats. Door de wijzigingen zou Turkije van een parlementair systeem naar een presidentieel systeem gaan. Als gevolg hiervan krijgt president Erdogan veel meer macht. Zo hoeft hij zich niet meer te verantwoorden voor het parlement, kan hij zelf beslissen over de begroting en krijgt hij veel meer invloed op het benoemen van rechters. Critici zijn bang dat een persoon dan te veel macht krijgt. In Turkije was de uitslag van het referendum verdeeld: 51 procent stemde voor, 49 procent stemde tegen de grondwetswijziging. De opkomst voor het referendum onder Turken in Nederland was 45 procent. Daarvan stemde 71 procent voor de grondwetswijziging.

De steun voor Erdogan vanuit Turkse Nederlanders heeft tot veel ophef geleid in het publieke debat in Nederland. Men vroeg zich af wat dat betekent voor de loyaliteit en de integratie van de Turken in Nederland. Zijn ze wel voldoende geïntegreerd?

Onderzoek naar binding
De gebeurtenissen van 2016 en 2017 vormden voor het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid de aanleiding voor een onderzoek naar binding van Turkse Nederlanders met Nederland, uitgevoerd door Labyrinth Onderzoek & Advies. In de periode vanaf november 2018 t/m april 2019 heeft het instituut het veldonderzoek uitgevoerd: een combinatie van 30 diepte-interviews en 4 focusgroepen met respondenten die in gesprek zijn gegaan over hun Turkse en Nederlandse achtergrond. De respondenten zijn geselecteerd op sekse, opleidingsniveau, woonplaats en hun generatie om zo een gebalanceerd beeld te krijgen.

De onderzoeksresultaten zijn in juli 2019 gepubliceerd in het rapport Turkse Nederlanders en hun binding met Nederland. Uit het rapport blijkt dat alle respondenten zich zowel met Nederland als met hun Turkse identiteit verbonden voelen. Turkse Nederlanders ervaren een binding met de Nederlandse samenleving wanneer ze zich verbonden voelen met hun woonplaats, buurt, school en werk. Het contact met Nederlandse collega’s/vrienden draagt daar ook positief aan bij. Respondenten hebben waardering voor de Nederlandse rechtsstaat en waarden als vrijheid, openheid en gelijkheid. Ze vinden het fijn dat ze zich in Nederland mogen kleden zonder te denken wat anderen daarvan vinden.

De Turkse identiteit betekent voor de meeste respondenten kennis hebben van de Turkse taal, cultuur, godsdienst en de normen en waarden. Respondenten zoeken bovendien graag contact met andere Turkse Nederlanders: familieleden, buurtgenoten of bij de moskee. Ze verschillen van mening over de politieke situatie in Turkije en over de mate van integratie van andere Turkse Nederlanders. Geïnterviewden gaven aan dat ze zelf ook kritiek op de Turkse regering hebben, maar soms toch de behoefte voelen om Turkije en de regering te verdedigen. Dit door de kritiek die zij ontvangen van de Nederlandse politiek en de media.

De groep Turken in Nederland voelt zich regelmatig niet als volwaardig Nederlander beschouwd door politici, werkgevers en andere medeburgers. Dit is de belangrijkste factor die de binding van Turken met Nederland negatief beïnvloedt. Voor Turken is hun verbondenheid met Turkije geen reden om zich minder verbonden te voelen met Nederland. Ze vinden dat de verbondenheid met het een niet ten koste hoeft te gaan van verbondenheid met het ander. De respondenten uit het onderzoek wilden niet gevraagd worden afstand te doen van hun bindingen met Turkije; ze willen niet hoeven te kiezen.

Keuze tussen twee nationaliteiten
Wat gebeurt er als je aan Turkse Nederlanders toch vraagt de keuze te maken: ben ik een Nederlander of ben ik een Turk? Dat hebben wij onderzocht middels een enquête. Onze resultaten geven een ander beeld aan ten opzichte van het rapport Turkse Nederlanders en hun binding met Nederland.

Hieronder de belangrijkste resultaten van onze enquête:

Uit de resultaten blijkt dat de tweede generatie Turken nog steeds een hechte band met Turkije ervaart, vaak zelfs sterker dan met Nederland. Vrijwel alle ondervraagden voelen zich Turks en minder dan de helft voelt zich Nederlands. Dat terwijl ze in Nederland geboren zijn en de Nederlandse nationaliteit hebben. Een ruime meerderheid zegt liever om te gaan met andere Turken dan met autochtone Nederlanders. Bij de laatste vraag stonden de ondervraagden voor een keuze: ik ben een Nederlander, ik ben een Turk of ik kan het niet aangeven. Een ruime meerderheid koos voor de optie ‘Ik ben een Turk’. 20% heeft gekozen voor ‘Ik kan het niet aangeven’. Dat is een verschil met de bevindingen van het rapport Turkse Nederlanders en hun binding met Nederland, waarin de respondenten beweren geen keuze te willen maken. De verwachting was dan dat de meerderheid ook hier geen keuze zou kunnen maken in de enquête. Dat bleek anders.

Drie Nederlanders van Turkse komaf: Ada, Selma en Kadir vertellen over hun identiteitsbeleving. Hieronder vind je hun verhalen (klik op blauwe bolletjes):

Integratie
Alle drie hebben andere ervaringen als het gaat om hun identiteitsbeleving. Terwijl de een zich meer Nederlands voelt en de ander twijfelt, zijn er echter nog Turkse Nederlanders die zich meer Turks voelen. Vormt die sterke band met Turkije toch geen belemmering voor hun integratie in Nederland?

“Je moet eerst goed definiëren wat integratie is”, vertelt Mehmet Day, onderzoeker bij het Verwey-Jonker Instituut en daarnaast werkzaam voor het Kennisplatform Integratie & Samenleving (KIS). Volgens hem kan integratie vaak anders geïnterpreteerd worden. Hij ziet integratie als een wederzijds concept dat vanuit verschillende kanten moet worden aangevuld. “Een voorbeeld: een vluchteling komt naar Nederland. Hij heeft hier asiel gekregen en gaat vanaf dat moment solliciteren. Dan zouden bedrijven hem moeten aannemen. Dat is ook een stukje van die integratie”, legt hij uit.

Dat sommige ondervraagden zeggen zich meer Turks te voelen, kan Day goed begrijpen. “Steevast zeggen heel veel jongeren dat dat stukje identiteit voelt alsof het er niet mag zijn, in dit geval de Turkse identiteit. Dan kruipen ze terug in hun schulp en die is natuurlijk wat ze van huis uit hebben meegekregen en een binding mee hebben. Als ze het even moeilijk hebben, zijn ze op zoek naar iets wat safe en comfortabel voelt. Dat is logisch.” Een probleem is het niet, zegt Day. Jongeren hebben als taak vanaf de puberteit om uit te vinden wie ze zijn en hoe ze zijn. Hij beschrijft de identiteit als ‘geen rocket science, maar lastiger dan rocket science’, omdat er zoveel variabelen zijn die invloed kunnen hebben op hoe iemand zichzelf definieert.

Het kiezen voor Turk zijn is geen probleem voor de integratie in Nederland. Zeki Baran, voorzitter van Inspraakorgaan Turken (IOT), bevestigt dat. “Sommigen hebben twee huizen en wij hebben twee landen”, grapt hij. Hij vindt dat het goed gaat met de integratie. Turken spreken de Nederlandse taal en ze gaan naar school. Sommigen hebben zelfs eigen ondernemingen. Ze doen mee met de samenleving. Daar is Murat Memis, voorzitter van de Eindhovense SP, erg trots op. “En dan vooral de acceptatie dat allochtonen ook onderdeel uitmaken van onze samenleving.” Hij gelooft dat het grootste deel van de Turkse samenleving goed geïntegreerd is en zich hier thuis voelt.

“Je kunt niet van twee walletjes eten.” Rudy Reker, voorzitter Lijst Pim Fortuyn

Rudy Reker, voorzitter van de Eindhovense Lijst Pim Fortuyn (LPF), verstaat onder integratie het meedoen met de grote stroom. Dus meewerken, omgaan met Nederlanders en het meevieren van Sinterklaas. “Als je in Nederland wilt integreren, prima. Wij laten zien wie we zijn, wat we kunnen bieden en wat we verwachten. Het is niet alleen geven maar ook terugvragen. En dat terugvragen is: je aanpassen aan de Nederlandse cultuur en kiezen tussen nationaliteiten. Je kunt niet van twee walletjes eten”, licht Reker toe.

Volgens Reker gaat het daarom helemaal niet goed met de integratie. “Er worden te veel eieren onder gelegd. De mensen worden niet gedwongen om iets te doen. Ze hebben bijvoorbeeld twee paspoorten. Maak een keuze. Je bent nu Nederlander, dan ga je je na een tijd automatisch Nederlands gedragen. Hoe moeilijk het ook is in het begin. Dat is aanpassen.”

Ongelijke kansen
De ondervraagden hebben bovendien in de enquête aangegeven of ze genoeg respect krijgen in Nederland en of ze vinden dat ze gelijke kansen hebben ten opzichte van autochtone Nederlanders.

,,Helaas zijn er wel ongelijke kansen. In de realiteit zie je dat Hassan moeilijker aan een baan komt dan Jantje of Pietje”, geeft Memis toe. “We proberen het met de politiek hard tegen te werken, maar dat lukt niet in een-twee-drie.” Hij ziet het als een taak van de ondernemers om niet naar de naam maar kwaliteit van mensen te kijken. “Dan zet je een mooie stap richting de inclusieve samenleving.”

“In de realiteit zie je dat Hassan moeilijker aan een baan komt dan Jantje of Pietje.” Murat Memis, voorzitter SP

Baran, Rekers en Day herkennen die ongelijke kansen net zo goed. Volgens Day zou discriminatie vooral vanuit stage en de arbeidsmarkt plaatsvinden. De sociale klasse zou hier ook mee te maken hebben. “Laagopgeleide ouders of ouders armer dan de norm zijn ook bepalend voor de kansen van jongeren. Dat is heel erg jammer”, zegt Day.

Baran vindt het juist belangrijk dat iedereen dezelfde kansen krijgt. “De mensen met een kleur hebben ook een toegevoegde waarde 9 van de 10 keer.” De overheid zou volgens hem hierin een hand kunnen hebben door bijvoorbeeld sancties toe te passen op het moment dat het gebeurt. Hij wil een gezamenlijke verbetering brengen aan de samenleving. “Het is ook zeker niet makkelijk. Maar iedereen kan een steentje bijdragen.” Reker noemt het gedrag van de sollicitanten een verklaring voor de ongelijke kansen. De een komt netjes in pak voor een sollicitatiegesprek terwijl de ander met een sjekkie half liggend in de stoel zit, beschrijft hij. Hij geeft heel duidelijk aan dat het gaat om de volgende vraag: hoe pas je je eigen aan?

Thuis voelen in Nederland
“Als er iets niet zou mogen, is het dat mensen zich hier niet thuis voelen. Daar moeten we met z’n allen aan werken”, vertelt Ineke Strouken. Ze heeft 32 jaar leiding gegeven aan het Nederlands Centrum voor Volkscultuur en het Immaterieel Erfgoed Nederland.

“Stel dat iedereen hetzelfde zou zijn. Oh, wat een saaie samenleving zouden we worden!” Ineke Strouken, traditie-expert

Volgens haar speelt angst vanuit de Nederlandse bevolking voor het onbekende een grote rol. De mensen hebben altijd gedacht dat als ze er maar niet over praten, het niet gebeurt en overwaait. Zij zegt juist dat de mensen met elkaar aan tafel moeten zitten en erover praten. “Het accepteren is een cruciaal iets. Accepteer dat niet iedereen hetzelfde is. Stel dat dat zou zijn. Oh, wat een saaie samenleving zouden we worden!” De diversiteit maakt een samenleving sterker, gevarieerder, interessanter en leefbaarder, zegt Strouken. “Je moet alleen die angst wegnemen door te praten en te accepteren.”

Verschillende culturen
Strouken vergelijkt de verschillende culturen met een gezin. In dat gezin krijgen de kinderen partners. Die partners worden in het begin heel erg met argwaan door ouders bekeken. Ze hebben andere gebruiken, normen en waarden en gewoontes. Maar na een tijdje zijn ze toch blij met ze. Zo gaat het ook met culturen, alleen duurt dit langer. “Culturen kunnen soms behoorlijk botsen. Bij de ene cultuur is homofilie absoluut niet acceptabel en voor ons is meisjesbesnijdenis niet acceptabel. Het gaat erom dat mensen hierover met elkaar in dialoog gaan en uitleggen waarom ze achter iets staan. Maar ook ingrijpen wanneer het uit de hand loopt. Je mag bijvoorbeeld homo’s niet pijnigen”, legt Strouken uit.

“Ik denk altijd: het duurt vier generaties voordat iemand echt helemaal geïntegreerd is.” Strouken benoemt wat er per generatie gebeurt. “De eerste generatie doet altijd heel erg z’n best. De tweede generatie begint zich al af te zetten. De derde generatie is nog op zoek naar de cultuur van waar die vandaan komt. En de vierde generatie gaat er gewoon makkelijk mee om. Integreren lukt daarom niet in een generatie. Absoluut niet. Laat het even met rust en zie hoe het zich verder ontwikkelt. Geef het tijd.”