Jongeren lezen niet minder, maar wel op een hele andere manier dan vijftig jaar geleden. Waar jongeren tussen 15 en 25 jaar vijftig jaar geleden uit een boek studeerden, studeren jongeren nu vanaf hun laptop. Waar jongeren vijftig jaar geleden de krant lazen, lezen jongeren nu het nieuws via facebook of de NOS app. Kortom, de leescultuur onder de jeugd is in vijftig jaar veranderd. 


 

Wat is de leescultuur eigenlijk? Zo’n term is op verschillende manieren op te vatten. In dit onderzoek gaan we uit van de betekenis: ‘de manier waarop mensen met geschreven teksten omgaan’. 

 

 

 

Die leescultuur, was vijftig jaar geleden nog niet zo breed. Vijftig jaar geleden hadden jongeren namelijk lang niet zoveel keuze qua leesplatformen als nu. Toen konden jongeren bijvoorbeeld kiezen voor een boek of de papieren krant. Ook waren er rond het jaar 1970 nog geen smartphones en online kranten. De eerste smartphone kwam namelijk in 1992 op de markt en de eerste online krant was het Eindhovens dagblad en werd 27 jaar geleden, op 31 december 1994, gelanceerd.   

 

 

“Er zijn veel dingen voor literaire stukken lezen in de plaats gekomen, zoals sociale media” – Bart van Roosendaal, oud-Nederlands docent 

 

Keuze

Jongeren van nu hebben heel veel keuze over op welk platform ze iets willen lezen. Volgens Bart van Roosendaal, Nederlands docent van 1966 t/m 1999, is dit een van de redenen waarom de leescultuur is veranderd onder jongeren. Van Roosendaal: ‘’Er zijn veel dingen voor literaire stukken lezen in de plaats gekomen die veel makkelijker en sneller zijn, zoals sociale media’’.  Van Roosendaal denkt dan ook dat de komst van sociale media een van de oorzaken is van de vermindering van het lezen van literaire teksten onder jongeren. 

Uit onderzoek van Frank Huysman in het boek ‘Jaarboek voor Nederlandse boekgeschiedenis’ blijkt dat achter de terugloop van lezen een generatiemechanisme schuilgaat. ”Elke nieuwe generatie stapt op een lager deelnameniveau van lezen in en gaat met het ouder worden niet méér lezen”, aldus Huysman (Jaarboek voor Nederlandse boekgeschiedenis). 

 

”Moetje”

Oud-Nederlandsdocent Roosendaal merkt sinds de jaren 70 dat boeken lezen steeds meer een ‘moetje’ wordt, vooral voor school. Daarom probeerde Van Roosendaal in die tijd al de jongeren te stimuleren door ze zelf hun boeken te laten kiezen, die hen echt boeiden. ‘’Als een boek je niet boeit, dan wordt het een ‘moetje’. Als je een boek wel interessant vindt, kun je zo twee à drie uur lezen’’.  

Nederlandsdocent Karina Wit helpt de leerlingen juist met het kiezen van boeken. “Als ze zelf kiezen, gaan ze vaak toch voor de dunne boeken. En dat zijn soms juist de lastigste boeken. Of ze kiezen een boek alleen aan de hand van een titel of plaatje. Daarom probeer ik ze keuzes te bieden die bij ze passen. Of ik lees in de les een fragment voor uit een boek, dat kan ook heel goed werken.”

Lezen jongeren tussen de 15-25 jaar?

Maar doen de jongeren van nu dat ook, lezen? Deze vraag is niet zwart op wit te beantwoorden, aangezien ook onder jongeren de opvatting van het woord ‘lezen’ verschilt. Echter komt dit ook naar voren in onze enquête, waarin aan de respondenten werd gevraagd waar ze aan denken bij de term ‘lezen’. Zoals in de infographic hiernaast te zien is dachten 74 van de 125 respondenten  alleen  aan het lezen van boeken; de respondenten dachten daarnaast bij ‘lezen’ ook aan het lezen van nieuws, tijdschrijften en sociale media.  

 

74 van de 125 respondenten verstaat onder lezen alleen ”boeken lezen” door Nikki Vermeer

(125 respondenten tussen 15-25 jaar, waarvan 96 vrouwen en 29 mannen)

Onderzoek Stichting Lezen

Uit onderzoek van Stichting Lezen blijkt dat van de 1036 respondenten, ongeveer 9% iedere dag een boek leest. Dit percentage ligt wat hoger dan de uitkomst van onze eigen enquête, maar is alsnog relatief laag. Bijna 30% van de respondenten van het onderzoek van Stichting Lezen leest nooit boeken.

Hier komt ook duidelijk bij naar voren dat het leesgedrag van de ondervraagde meisjes anders is dan bij de jongens. Maar liefst 41% van de jongens zegt nooit een boek te lezen, bij de meisjes is dat respectievelijk 16%. Dit maakt samen het gemiddelde van de eerdergenoemde 29%. 

 

 

“Ik ken niet veel boekenwurmen op school, de leescultuur is echt aan het opdrogen” – Caroline Hoogslag, Nederlandsdocent

 

School  

Het leesplezier dat Van Roosendaal vijftig jaar geleden al belangrijk vond is iets wat nu de overhand heeft op school. Huidig Nederlands docente Caroline Hoogslag vertelt: ‘’Waar vroeger het leesniveau belangrijk was, proberen docenten nu meer te focussen op het leesplezier. We zijn steeds minder streng over de titels die worden gelezen voor de lijst. We vinden het vooral belangrijk dat er íets wordt gelezen.”  

Het verschil van moeten lezen naar willen lezen is te zien als we kijken naar de hoeveelheid boeken die gelezen moeten worden op de middelbare school. Rond 1970 moest je in je examenjaar vijftien tot twintig boeken lezen en nu moet je ongeveer acht boeken lezen in de laatste drie jaar van je middelbareschooltijd.  

Boektoetsen

 Rond 1970 werd er gebruik gemaakt van boektoetsen om te toetsen of leerlingen een boek daadwerkelijk hadden gelezen. Leerlingen móesten toen dus wel lezen. Inmiddels is alle informatie over veel boeken online te vinden. Leerlingen lezen samenvattingen, structuren, thema’s en informatie over personages online. Boektoetsen verliezen dus als het ware hun controlerende factor. Hoogslag: “Als we nog een boektoets willen afnemen, moeten we echt prut (hele kleine details, red.) vragen om erachter te komen of ze het boek daadwerkelijk hebben gelezen.”

 Leerlingen kunnen nu in feite een boektoets maken zonder het boek te hebben gelezen. Hoogslag: “Ik ken niet veel boekenwurmen op school, de leescultuur is echt aan het opdrogen. We moeten een boek als het ware ‘verkopen’, willen we ze aan het lezen krijgen.” 

En dat is iets dat Van Roosendaal herkent van vroeger. “Het was een moeilijke zaak om alle leerlingen aan het lezen te krijgen, vooral voor school. Overigens was er wel maar een kleine groep die niet aan het lezen te krijgen was”, aldus de oud-Nederlands docent. 

 

Enquête door Emma van kampen

(17 respondenten tussen 65-75 jaar)

 

Andere manier  

Jongeren zijn misschien niet minder gaan lezen, maar wel op een andere manier. Als je de hele dag op sociale media scrolt, dan lees je namelijk ook. Misschien wordt er wel meer gelezen dan ooit. Als we het over elke soort van teksten lezen hebben in ieder geval. De jongeren van nu gebruiken hun telefoon meer dan ooit. Een appje hier, een appje daar,  Netflix ondertiteling, het zijn allemaal vormen van het lezen van tekst.   

 Hoogslag bevestigt dat er online heel veel gelezen wordt: ‘’Maar dat is echt een andere vaardigheid dan boeken lezen. Dit zijn korte berichten, maximaal 50 woorden. Eigenlijk zelfs een X aantal tekens. Dat lezen gaat in korte berichten en dan komt de beslissing: ga ik verder lezen? Net zoals je boven veel artikelen online ziet staan wat de leestijd is’’. Dit is een groot verschil met vroeger. Rond 1970 hadden jongeren niets om online te lezen. 

Nederlandsdocent Wit vult aan: “We leven in een maatschappij waarin alles snel en in rap tempo moet. Een boek lezen duurt vaak gewoon te lang voor jongeren.”

 

De verschillen tussen de leescultuur onder jongeren nu en in 1970:

1970

 

Taal

”Juist die opkomst van het online tijdperk en de sociale media, is funest voor de beheersing van correcte taal en spelling”, zegt Neerlandicus Jac van Ginderen. ”Jongeren lezen geen kranten meer, nog maar weinig boeken en Netflix viert Hoogtij. Een goed artikel lezen zit er volgens Van Ginderen niet meer in. Dat taal verandert is helemaal niet erg, sterker nog, dat is natuurlijk. Het kan me niets schelen of iemand te allen tijde of ten alle tijden schrijft. Maar bijvoorbeeld D/T fouten staan onverzorgd en slordig.”

Ook Nederlandsdocent Wit vindt dat de woordenschat achteruit gaat. “Het verschil tussen bijvoorbeeld een leesboek en Twitter is de spelling. Hoe vaker jongeren een woord verkeerd geschreven zien staan, hoe meer ze daaraan gewend raken.”

Van Ginderen vindt dat je niet kunt verwachten dat mensen later gaan lezen, als mensen niet meer opgeleid worden om te lezen. “Het niveau daalt dramatisch, en je ziet vaak dat de mensen die jongeren opleiden ook zelf de taal niet beheersen. En dat is erg’’, aldus de neerlandicus. Ook Van t’ Hoff, Van Roosendaal en Hoogslag zijn van mening dat het lezen van boeken belangrijk is voor de taalbeheersing van jongeren.

 

 

“Vroeger lag er een boek op het nachtkastje, nu een iPad” – Caroline Hoogslag, Nederlands docent 

 

 

Actie-reactie

 Hoogslag: “Er is aantoonbaar rechtstreeks verband tussen leesplezier en taalontwikkeling. Het is actie-reactie: Ik vind lezen leuk – ik lees meer – er komen zo meer woorden binnen – ik leer meer. Het is ook belangrijk om te onthouden dat iedere leerling een ander niveau heeft, ook binnen één klas. Vroeger was dat erg, nu niet meer. Als iedere leerling maar persoonlijk uitgedaagd blijft. Ook het voorbeeld dat vanuit docenten wordt afgegeven speelt een rol: je ziet dat veel docenten zelf ook niet meer lezen. Vroeger lag er een boek op het nachtkastje, nu een iPad.” 

Uit onderzoek van Kidd en Castino (2013, blz. 13) blijkt dat volwassene zichzelf ook beter kunnen inleven in anderen als zij literaire stukken lezen. ”Als volwassene ben je door lezen succesvoller in het onderhouden van contacten met collega’s en kun je beter functioneren in complexe sociale situaties, zoals een sollicitatiegesprek”, aldus Kidd en Castino.

 

Boeken

”Jongeren tussen de 15 en 25 jaar kwamen rond 1970 vaak naar de bibliotheek met de vraag naar een streekroman of familieroman‘’, zegt bibliothecaris Lidy van ‘t Hoff. Van Roosendaal zag ook dat jongeren in die tijd veel opzoek waren naar spannende en dramatische romans.

Volgens Nederlands docent Hoogslag is het genre Human Interest het meest populaire boekgenre onder jongeren van nu. Maar uit onderzoek van Stichting Lezen komen deze drie favoriete boekgenres van jongeren (in dit onderzoek 12-25): spanning en avontuur, humor en verfilmde boeken.  

Een favoriet genre vaststellen is dus moeilijk, maar we hebben een heel populair boek onder jongeren in 1970 vergeleken met een populair boek onder jongeren nu. We hebben het boek ‘De donkere kamer van Damokles’ geschreven door Willem Frederiks Hermans en ‘Ik Ga Leven’ van Lale Gül vergeleken.

 

 

 

Belangrijk

Van ’t Hoff ziet vaak dat leerlingen naar de bibliotheek komen met de vraag naar een dun en spannend boek. Dit kan ook te maken hebben met het feit dat de leerlingen zo snel mogelijk klaar willen zijn met het boek dat ze voor school moeten lezen.  

Toch is en blijft lezen volgens Van ‘t Hoff heel erg belangrijk voor jongeren. Het blijkt ook uit onderzoek van Stichting Lezen (onwillige lezers: onderzoek naar redenen en oplossingen) dat lezen belangrijk is voor het ontwikkelen van sociale vaardigheden die onontbeerlijk zijn voor professioneel succes.

De Nederlandse schrijver Philip Huff stelt in De Correspondent (3 juli 2015) ook dat lezen kan helpen om adequater te reageren op andere mensen.

Volgens Nederlandsdocent Wit is het ook heel belangrijk om jongeren te laten lezen. Daarnaast is het wel een uitdaging, vooral nu. Wit: ”Leerlingen van nu moeten anders benaderd worden. Gewoon zeggen: ‘jongens, jullie moeten 5 boeken lezen’ werkt niet. Dus ik denk dat het wel haalbaar is, maar dat we er anders mee moeten omgaan. Maar ik denk dat het nooit meer wordt zoals in de jaren 70.”