Noordoost-Brabant heeft last van verdroging in het landschap. Dorpen en steden zoals Uden hebben last van een droger wordend landschap, hetzelfde geldt voor de Maashorst. Sinds de recorddroogte van 2018, zijn betrokken organisaties wakker geschoten en worden er maatregelen getroffen. Ondanks alle plannen, duurt het lang voor er vooruitgang wordt gemaakt.

 

Door: Joris Velthausz en David de Vaan                                                                                    09-10-2020 

 

Augustus 2020, iedereen in Nederland zit waar mogelijk in de schaduw. Het is al dagen bloedheet en er lijkt geen einde aan te komen, een ware hittegolf. Na anderhalve week van hitte komt er plotseling een einde aan. Over geheel Nederland is er opeens code oranje, er zijn windstoten, hagel- en zware regenbuien op komt. Dit is een uitstekend voorbeeld van het veranderende klimaat in Nederland, de weersomstandigheden worden extremer. Wanneer je in augustus een wandeling door de plaatselijke natuur maakt, zie je de verdorde planten en scheurtjes in de grond, veroorzaakt door: verdroging. 

Steeds vaker is het op momenten, zoals in de zomer, kurkdroog op veel plekken in Nederland. Over een neerslagtekort over het hele jaar, valt niet te praten. Wordt er gekeken naar de seizoenen, dan wel. In de zomer is het heet en valt er weinig tot geen neerslag. Hierdoor bouwen gebieden binnen Noordoost-Brabant in korte tijd een groot tekort aan water op. De keren dat er neerslag valt, komt het steeds vaker met bakken uit de lucht. Tel de millimeters bij elkaar op en voilà, het regentekort bestaat niet. De regen die dus nu minder verspreid over het jaar valt, moet worden opgevangen. Dat gaat steeds beter, maar het heeft té lang de tijd nodig.

De kaart in figuur 1 hieronder, laat zien dat er in de zomer van dit jaar een regentekort van meer dan 300 millimeter was in de regio. Door de onregelmatigheid van de regen raken natuurgebieden zoals de Maashorst in rap tempo verdroogd.  

1: Het neerslagtekort in Nederland van april tot september. Bron: KNMI JorisVelthausz | Onderzoeksredactie

Een uitdaging voor iedereen

Sinds de droogte van 2018, zijn de gevolgen van droogte steeds beter te zien en te voelen in de regio (en Nederland). Hierdoor is een nieuwe uitdaging ontstaan; het voorkomen van schade aan landelijk en stedelijk gebied in de regio en het voorbereiden op een toekomst waar meer extremen bij zullen horen. 

 

Een van de grootste problemen is dat regenval niet meer verspreid over het jaar valt, maar op momenten, in enorme hoeveelheden. “De afgelopen decennia is er in Nederland vooral gefocust op het zo snel mogelijk wegwerken van het water. Daardoor is het nu lastig de grote hoeveelheid water die in kortere termijn valt, op te vangen. We raken het kwijt, terwijl we het juist hard nodig hebben”, stelt Ernest de Groot, lid van het dagelijkse bestuur bij waterschap Aa en Maas. “Wij moeten ervoor zorgen dat het water beter opgevangen wordt en niet meer alleen maar wordt afgevoerd door de Leijgraaf naar de Maas”. 

2: De Venloop in de Maashorst, normaal gezien hoort hier rond deze tijd water in te staan. Foto: David de Vaan

Een gebied dat het lastig heeft door de toenemende droogte, is de Maashorst. De verdroging is daar goed terug te zien. “Kijk bijvoorbeeld naar de bovenkant van bomen die hier staan. Als je door de top van de boom heen kunt kijken, oftewel het bladerdek boven op de boom is verdund, betekent het dat de boom te weinig water krijgt”, legt Ecoloog Nico Ettema uit. Hij vertelt daarnaast dat het gebied door boeren droog wordt gepompt. “Door het beregenen van de gewassen, zakt het grondwater in het gebied alleen maar verder. Zo sneuvelen veel van de planten die er nu in het gebied terug te vinden zijn”. Het steeds onregelmatiger worden van de regenval is de echte boosdoener, omdat boeren daardoor juist water moeten oppompen. En als de boeren droog land hebben, betekent dit hetzelfde voor het natuurgebied. Dat wordt daardoor alleen maar droger.  

‘’Als je niet oppast, verandert het gebied straks in een woestijn.’’ 

Ettema benadrukt het belang om aan te passen op het veranderende klimaat. “Mocht het nu fout gaan in de Maashorst, dan kan het straks zomaar zijn dat je planten ziet die normaal gezien in de vegetatie van Zuid-Frankrijk staan. Dat is zonde, want de biodiversiteit die hier te vinden is, vind je nergens anders in Europa. Als je niet oppast, verandert het gebied straks in een woestijn”. 

 

Kijkend naar de stedelijke gebieden zoals Uden, is de droogte daar een minder probleem. Bob Coolen, adviseur riolering en water bij de gemeente Uden bevestigt: “Wateroverlast is juist waar hier vooral de focus ligt. Door de hoosbuien die steeds vaker voorkomen, moeten wij ervoor zorgen dat er genoeg capaciteit is om de boel weg te kunnen werken. Met de huidige riolering, staat het centrum blank als er een bui van 50 millimeter valt”, Hij zegt overigens dat de consument zelf zich meer bewust moet zijn van het probleem wat er speelt. “Het creëren van bewustzijn blijkt erg lastig te zijn, daar zijn wij wel achter gekomen. Zo hebben wij een regenton actie bedacht, in de hoop meer mensen te laten nadenken over het probleem. Vorig jaar verkocht de gemeente er rond de 100, de gemeente hoopt dat het er dit jaar meer zijn.

Feiten en cijfers

Voor de experts en betrokken partijen is het duidelijk dat er iets moet veranderen. Wanneer je de expertises van deze personen naast de cijfers worden de verhalen bevestigd. In figuur 3 hieronder staan de jaarsommen van 2018 en 2011 omtrent neerslag. Bij deze som is het totale aantal neerslag bij elkaar opgeteld, dit wordt daarna vergeleken met het gemiddelde van 1981-2010.  

 

In 2018 zie je dat er in geheel Nederland te weinig neerslag is gevallen vergeleken met het gemiddelde. Wanneer je naar het figuur van 2011 kijkt, zie je een heel ander beeld. De verschillen zijn significant, waar er in 2011 een verschil van 38.4 millimeter was, is dit in 2018 -147.8 millimeter. Hierbij kijken we dan naar de situatie in Noordoost-Brabant. Een verschil van maar liefst 180 mm. Daarbij moet wel gezegd worden dat 2018 een jaar van uiterste was. Deze gaan door de klimaatsveranderingen wel vaker voorkomen dan voorheen.

3: De jaarsommen van neerslag in 2018 en 2011 vergeleken met het gemiddelde tussen 1981 en 2010. Bron: Jaaroverzichten van het Weer, KNMI JorisVelthausz | Onderzoeksredactie

Door de klimaatsveranderingen worden onze weersomstandigheden extremer. Het zorgt niet alleen voor meer droogte en extra hittegolven, er komen ook meer stortbuien. In figuur 4 hieronder zie je het cumulatief van de gevallen neerslag in Volkel. Dit is een goed voorbeeld over hoe de klimaatsveranderingen je neerslag beïnvloedt.  

 

In figuur 4, met cijfers van waterschap Aa en Maas, staat ook dat er in februari 2020 nog nooit zoveel neerslag is gevallen (honderdvijftig millimeter), terwijl het de maanden daarna niet tot nauwelijks heeft geregend. Dit herhaalde zich in juni en augustus, waar we eerst veel hoosbuien kregen, maar daarna een hittegolf. Het eindresultaat is niet verschillend met het gemiddelde, er is maar dertig millimeter minder neerslag gevallen dan normaal. Van de vijfhonderd millimeter is er al honderdvijftig gevallen in februari. Door twee tot drie maanden met extreem veel neerslag kom je uiteindelijk op het gemiddelde uit en lijkt er niks aan de hand. Als je nog een stapje verder gaat, dan waren de overige maanden kurkdroog, we gaan van uiterste naar uiterste in Nederland en hier moet op worden voorbereidt. 

4: Cumulatieve regenval in Volkel, je ziet hier duidelijk de extreme weesomstandigheden. Bron: Waterschap Aa en Maas JorisVelthausz | Onderzoeksredactie

Figuur 5 hieronder bevestigt wat Ettema heeft verteld, het is droog in de Maashorst. De grondwaterstand is gemeten bij een meetpunt in de Maashort. De pieken en dalen zijn kenbaar voor het veranderende klimaat. Wat verder in negatieve zin opvalt is dat de grondwaterstand in vier jaar geen een keer boven het punt van hoog grondwater is gekomen. De grond in de Maashorst is in de zomer kurkdroog.

 

5: De grondwaterstand in de Maashorst van de afgelopen vier jaar. Bron: Brabant in Zicht JorisVelthausz | Onderzoeksredactie

Naar de rechter voor water

Hoe zit de samenwerking precies in elkaar? Het waterschap is de bindende factor. Zij overleggen samen met organisaties zoals boerenvakbond ZLTO, gemeentes als Uden, Oss, ‘s-Hertogenbosch, Brabant Water, milieuorganisaties en maken afspraken. Zo proberen zij zoveel mogelijk overeenkomsten te creëren en belangenverstrengelingen te voorkomen. De provincie gaat behoudt het overzicht, met een oog houdend de politieke agenda.

 

Tot nu toe is gebleken dat alle partijen goed samen kunnen werken. De Groot: “De moeite zit hem niet in de belangen van verschillende partijen. Het is juist de hoeveelheid dat het lastig maakt, een ‘governance piece’. Momenteel zijn wij het beleid wat we hebben uitgevoerd aan het evalueren en zullen er aanpassingen volgen, waar nodig. Lastig is vooral dat wij constant moeten lopen, stilstaan, route aanpassen en weer doorgaan, omdat het probleem zich constant door ontwikkelt”. 

 

In de toekomst zou het De Groot niet verbazen als er juridische conflicten komen op het gebied rondom water. “Op een bepaald moment moet er gekozen gaan worden wie er wel en geen water krijgen”, haalt hij zijn schouders op. “Dat kan voor verhitte discussies gaan zorgen”.

 

Verschillen in gedachtegoed

We houden het voor nu op de belangen van de vier betrokken partijen. Om te beginnen bij het Waterschap, ze willen vooral de huidige ecologische situatie behouden. Dit uit zich bijvoorbeeld uit in het plaatsen van stuwen in beken. Maar ook als de beek na een periode van droogte leeg komt te liggen springt het waterschap te hulp. Zo proberen ze de dieren uit de beek te redden en over te zetten naar andere locaties, dit allemaal om de soort niet uit te laten sterven. 

6: Infographic met de belangen en oplossingen van de betrokken partijen. Door: Joris Velthausz & David de Vaan JorisVelthausz | Onderzoeksredactie

Het waterschap is dus niet alléén de bindende factor in de samenwerking, ook buiten de samenwerking is het waterschap een hoofdrolspeler. Dit komt omdat ze gaan over de plaatselijke waterwegen in het gebied. Het water wat bij de boer en de natuurgebieden komt, is het waterschap verantwoordelijk voor.

Naast het waterschap hebben we de belangen van de boeren, die worden vertegenwoordigd door de ZLTO. ‘’Het is de kunst om de boeren de bedrijfsvoering te laten verduurzamen, maar ze moeten ondertussen wel genoeg verdienen om brood op de plank te krijgen’’ zegt Johan Elshof, belangenbehartiger bodem en water van de ZLTO. Verder moet volgens Elshof de bodemkwaliteit van de percelen van goed niveau zijn. Een goede bodemkwaliteit zorgt niet alleen voor betere leefomstandigheden voor de teelt, maar ook dat het water beter in de grond kan infiltreren. Bij het project ‘Bodem-Up’ helpt de ZLTO de boeren om de bodem de juiste zorg te geven. Op het moment werkt de ZLTO met 540 boeren waar ze vier keer per jaar langsgaan om tips te geven. Uiteindelijk moet het het naar 3500 tot 4000 boeren in 2030.

Als derde partij hebben we de gemeente Uden, ze zijn verantwoordelijk voor het stedelijk gebied. De focus ligt hier nog altijd op het voorkomen van wateroverlast. Verder willen ze ook het groen behouden in het dorp om de bijkomende hitte te verminderen en de waterinfiltratie in het dorp te verbeteren.

Als laatste hebben we natuurorganisatie ARK, die ervoor pleitten dat de situatie op de Maashorst verbeterd moet worden. In 2014 begonnen zij met het aankopen van grond. Dit moet er onder andere voor zorgen dat de natuur zich kan herstellen. Verder moet het waterpeil rondom de Maashorst omhoog om de verdroging tegen te gaan.

 

 

 

 

De huidige situatie

De betrokkenen organisaties doen zeker hun best om maatregelen te bedenken. We kunnen wel stellen dat wanneer je puur naar de uitvoering kijkt, er nog niet veel is gedaan. Zo weet het ZLTO niet eens precies hoeveel boeren er gebruik maken van een sub-irrigatiesysteem.

Wel heeft het samen met Brabant Water en waterschap Aa en Maas een project uitgevoerd: ‘Bufferboeren Veghel’. Twan van de Laar, boer en eigenaar van een melkveehouderij in Veghel, heeft van het project gebruik gemaakt om gedeeltelijke subsidiëring te krijgen van het waterschap. “Het kost 3000,- per hectare om ondergrondse sub irrigatie aan te leggen. 1000 euro is gesubsidieerd, de rest heb ik zelf betaald. Voor een gebied van 19 hectare is dat een flinke investering, maar ik ben ervan overtuigd dat je het gewoon moet doen”, stelt hij standvastig.

In totaal doen dertig boeren in de regio die mee aan het project. Het project is gebaseerd op een initiatief van boeren in Lieshout. Zij gebruiken het restwater van Bavaria om hun grond te voorzien van water. Helaas zijn dit de enige boeren waarvan wij te horen hebben gekregen dat zij dergelijke installaties hebben. Dat er geen cijfers beschikbaar zijn, lijkt aan te geven dat de interesse er niet is of de risico’s te groot zijn.

 

 

‘’Wij moeten nog wel een eind voor we helemaal klimaatbestendig zijn ingericht, maar het gaat wel de goede kant op’’ 

 

 De gemeente Uden is bezig met het creëren van nieuwe infiltratiegebieden. “Wij kunnen ons nu al wapenen tegen hevigere buien dan voorheen, maar nog niet tegen de zwaarste”, vertelt Coolen. “Wij moeten nog wel een eind voor we helemaal klimaatbestendig zijn ingericht, maar het gaat wel de goede kant op”, concludeert hij. De gemeente heeft een aantal grote rioleringsprojecten klaar staan voor 2021, waar er in 2020 maar een aantal kleine zijn geweest.

Het waterschap is vooral bezig met het beleid zelf. “Uiteindelijk gaan wij alleen over de waterwegen, de rest moet worden gedaan door de boeren en andere betrokkenen”, legt De Groot uit. Het beleid wordt momenteel geëvalueerd en waar nodig aangepast. “Wij moeten ervoor zorgen dat iedereen met ons wil meedoen. “Daar ligt de uitdaging, maar tot nu toe is die niet te groot voor ons geweest.”