Tilburg – Supermarkten in heel Nederland staan voor een gigantische keuze: prijzen we af, doneren we het onverkoopbare voedsel of gooien we het weg? Uit eigen onderzoek blijkt dat afprijzen op langere termijn de beste optie is om het omzetverlies zo minimaal mogelijk te houden. Voedselbanken in het hele land komen hierdoor in de problemen. Het economische belang lijkt zwaarder te wegen dan het morele belang.

 Door Tigo van der Heijden en Youri van Heumen

22-9-2020

 

Voedselverspilling:

Het weggooien van producten die nog geschikt zijn voor consumptie.

Het is dinsdagavond 20:30 uur. Over een half uur gaat de supermarkt op de hoek van de straat sluiten, maar je bent nog enkele producten vergeten dus je doet je jas aan en stapt de deur uit. De koude wind en de duistere schemering heten je op een onaangename manier welkom. De laatste stroom klanten verlaat de winkel met bomvolle boodschappentassen. Een verkoopmedewerker van de broodafdeling is net begonnen met het uitscannen van de producten die de datum van vandaag hebben. Hele broden, snacks, broodjes en gebak verdwijnen zonder pardon in de vuilnisbak terwijl deze producten nog uiterst geschikt zijn voor consumptie. Dit fenomeen noemen we ‘voedselverspilling’.

 

Weggeven, weggooien of afprijzen?
(de opties in beeld: https://youtu.be/ZjAsSwqmy08)

Voedsel in supermarkten dat de THT-datum nadert moet worden weggegooid of weggegeven als het onverkoopbaar is. Een andere veelbesproken optie is het afprijzen van die producten – vaak tot meer dan 30 procent. Laatstgenoemde optie is het beste voor supermarkten om zo min mogelijk omzet in rook op te zien gaan. “Het meest gunstige scenario voor ons is om producten af te prijzen en op die manier nog proberen om de inkoopprijs eruit te halen”, vertelt Mirjam van der Graaf – afdelingsmanager Plus in Waalwijk.

Toine Timmermans – voorzitter Stichting ‘Samen tegen voedselverspilling’ vertelt ook dat afprijzen beter werkt dan weggeven om de hoeveelheid voedselverspilling zo laag mogelijk te houden.

Van alle producten die de retailer aanbiedt, bereikt 98 procent de consument. De 2 procent die overblijft eindigt als veevoer. Uit eigen interviews is gebleken dat de supermarkt geen zwaarwegende morele- als economische belangen heeft als het gaat om voedsel weggooien, omdat derving nou eenmaal een vaste kostenpost is. Over de derving wordt je later meer verteld.

De minst efficiënte optie is het weggooien van het voedsel. De realiteit is als we beter omgaan met ons beschikbare voedsel zouden we meer dan de helft van de wereldbevolking van voedsel kunnen voorzien. Van elke honderd calorieën graan die gevoerd wordt aan kippen, krijgen we slechts twaalf calorieën aan vlees terug.

Meer dan een derde van de granen ter wereld en 90% van de sojabonen wordt gebruikt als voer voor dieren in de vee-industrie. Dit is volgens een onderzoek van het Compassion In World Farming (CIWF) een zeer inefficiënte manier van voedselproductie. “De veeteelt is een omgekeerde voedselfabriek.”

De afgeprijsde voedselwaren hadden ook naar de voedselbank gekund, want alleen in Waalwijk leven 120 huishoudens per week van de voedselbank. In Rotterdam is dit aantal ruim 5000 per week. Door de combinatie van het coronavirus en het aangescherpte supermarktbeleid komen voedselbanken in problemen die op deze manier nauwelijks te overzien zijn. “Als de supermarkt geen eten meer aan ons geeft, kunnen wij landelijk gezien meer dan 151.000 mensen niet meer van voedsel voorzien. Mensen krijgen toch het meeste stress als er geen eten op tafel staat”, vertelt Anne-Mieke Lamers – woordvoerder Voedselbank Waalwijk.

Dit komt deels doordat voedselbanken voor de volle honderd procent afhankelijk zijn van giften, donateurs en supermarkten die hun overgebleven eten afgeven. Dit betekent dat het niet landelijk is geregeld hoeveel procent er wordt weggegeven, omdat het per supermarkt verschillend is. Supermarkt A kan 75 procent van de restanten afgeven terwijl supermarkt B slechts 10 procent afgeeft. Zelfs binnen een specifieke keten kan dit percentage nog verschillen.

Het ligt dus aan hTigo van der Heijden | Onderzoeksredactieoe ethisch het beleid in de supermarkt is opgesteld.

 

(bron: voedselbankennederland.nl)

Klein aandeel voor belangrijke factor

In de tijd waarin we nu leven is voedselverspilling vrijwel hetzelfde als een geautomatiseerd, ingeburgerd algoritme in onze samenleving. Uit onderzoek van milieu centraal is namelijk gebleken dat Nederlanders in 2019 gemiddeld 34,3 kilo eten verspilden, dit komt neer op een ruime 150 euro. Ondanks dat de consument met ruim 38% de grootste verspiller is, begint het allemaal bij de producent en de retailer. Supermarkten hebben echter een relatief klein aandeel in de totale verspilling, kijkende naar hun eigen operatie. Dat neemt niet weg dat zij een belangrijke factor zijn in de gehele voedselketen. De retailer bepaalt tenslotte de kwaliteitseisen voor de producten die worden aangeboden. Bovendien kopen supermarkten producten in grote hoeveelheden in, daarmee hebben ze directe invloed op de productie en de afspraken over het retour sturen van producten die niet aan de eerdergenoemde kwaliteitseisen voldoen.

Kwaliteitsnormen voor groenten en fruit zijn volgens de Voedsel- en landbouworganisatie (FAO) de belangrijkste oorzaak van voedselverlies in de primaire- en secundaire sector. Uit interviews is echter niet gebleken of supermarkten specifieke kwaliteitsnormen nastreven.

 

“De – meeste – supermarkten maken gebruik van

promoties als de houdbaarheidsdatum nadert.’’

 

Torenhoge derving

Derving:

Het mislopen van inkomsten die je normaal gezien wel zou hebben.

“Supermarkten lopen een schade op van bijna één miljard euro omdat verse producten onverkoopbaar zijn geworden, én door diefstal”, blijkt uit een onderzoek dat door de Universiteit van Wageningen is uitgevoerd. Kort gezegd zijn er drie manieren waarop voedsel wordt verspild in de supermarkt: als een product over de datum is, als de kwaliteit dermate onverantwoord is om aan de klant mee te geven of het productieafval. De meest voorkomende manier is als een product de THT-datum is gepasseerd.

Omdat er nog niet veel onderzoeken naar de derving in supermarkten zijn gedaan, is het niet mogelijk om te zeggen hoeveel de derving in supermarkten is gestegen. Op een totale omzet van bijna €34 miljard is de derving met €977 miljoen echter wel veel groter dan acceptabel is.

Voedsel wat over de THT-datum is, kent verschillende routes die bewandeld kunnen worden.

Elk product wat niet meer verkocht kan of mag worden, moet worden uitgescand in het systeem. Dit kan onder verschillende categorieën: de meest voorkomende zijn bederf, breuk en diefstal.

Bederf: als een product niet is verkocht op de uiterste THT-datum moet het worden uitgescand onder ‘bederf’. Dit wordt dus niet weggegooid want het is nog geschikt voor consumptie. Dit voedsel gaat bijvoorbeeld naar de voedselbank of in een ‘Too Good To Go’-pakket.

Breuk: als een product bijvoorbeeld schade heeft opgelopen tijdens het transport of in de supermarkt kapot is gegaan. Als een product onder deze reden wordt uitgescand is, wordt het weggegooid en is er een aanzienlijke mogelijkheid dat er veevoer van wordt gemaakt.

Diefstal: als een product wordt gestolen loopt de retailer inkomsten mis, dit wordt dus ook geregistreerd als derving. Ook wanneer eten door personeel wordt geconsumeerd kunnen hier zware sancties aan hangen, als er bijvoorbeeld een worstenbroodje wordt gegeten na sluitingstijd zonder ervoor te betalen kan dit leiden tot ontslag op staande voet. Er is echter wel gebleken uit onderzoek van de NOS dat 12 Lidl medewerkers hun baan terug hebben gekregen na een diefstalincident.

 

 

 

 Waardevolle investering

Derving is een vaste kostenpost in een supermarkt, maar na regen komt zonneschijn. Uit recent onderzoek is volgens de Rabobank namelijk gebleken dat investeren in voedselverspilling lucratief is. De helft van de bedrijven in het onderzoek van Champions 12.3 verdiende minimaal 14 euro per euro geïnvesteerd in het verminderen van voedselverspilling, blijkt uit een themabericht van de Rabobank.

Bij investeren moet je aan zowel geld als tijd denken. “Door structureel aan voedselverspilling te werken en verspilling tegen te gaan levert dat flink wat op. Zowel producent als retailer én consument kunnen fors gaan investeren in de verspilling want dit zal leiden tot een lagere co2-uitstoot. Uit de Food Waste Challenge in Nederland blijkt dat een reductie van 21% te realiseren is – en misschien nog belangrijker: een fikse kostenbesparing”, dit vertelt PR-manager Norbert Cappetti van de Rabobank.

Hoeveel bespaard kan worden, hangt af van de situatie en het verbruik. Als een supermarkt bijvoorbeeld te veel productieafval heeft valt hier aanzienlijk wat terrein te winnen door deze hoeveelheid terug te dringen.

 

(bron: Rabobank.nl)

 

Egoïstische genen

Waar nog meer terrein te winnen valt is bij de consument. Uit een onderzoek van de FAO – in 2011 – bleek dat er toen al 1,3 miljard ton voedsel per jaar werd weggegooid waarin de consument een grote rol opeist. Het probleem hier is dat we wel willen veranderen maar daar niet toe in staat zijn.

De mens heeft last van een gedragskloof; we willen A en we doen B. “De meerderheid van de mensen wil hun levensstijl best aanpassen en meer rekening houden met het milieu, mensenrechten en biodiversiteit, maar ze doet het niet. Zo gebruikt maar 9% milieuvriendelijke producten en slechts 7% doet lichten en apparaten uit. De wil is er wel, maar de uitvoering loopt niet op rolletjes. Dit komt omdat we niet geprogrammeerd zijn om op de lange termijn voor onze planeet en elkaar te zorgen. We passen ons slechts aan de omstandigheden aan”, dit blijkt uit een artikel van hetnieuwegroen.

Daarnaast is uit datzelfde onderzoek gebleken dat onze genen egoïstisch zijn en dat we alleen denken aan pakken wat je pakken kan. En dat kwam goed van pas toen we als nomaden leefden: we aten de boel kaal en vertrokken weer. En dat was niet zo erg, want er was genoeg plek en de natuur kon zich weer herstellen als we vertrokken. Maar nu we op een plek wonen en hetzelfde gedrag nog steeds vertonen, wordt het een stuk problematischer. En waarom doen we daar niets aan?

Griskevicius, Cantu en Van Vugt zijn experts op het gebied van menselijk gedrag. Zij zeggen dat dit aan vijf kenmerken ligt: we zijn vooral geïnteresseerd in onszelf en daarna in onze familie en vrienden. We worden gemotiveerd door relatieve status (dus in vergelijking met de buren is ons gras groener) dan absolute status. Daarnaast kopiëren we het gedrag van anderen in ons onderbewustzijn. Ten vierde kijken we naar vandaag en de korte termijn, en worden zenuwachtig van de toekomst – die we uiteraard niet kunnen voorspellen. Tot slot negeren we problemen die te groot voor ons zijn en waar we geen invloed op hebben (global warming, smeltende ijskappen en fijnstof).

De enquête:
70,8%  van de respondenten vindt voedselverspilling een belangrijk onderwerp, maar ondanks dat gegeven is 52,3% niet bewust bezig met het probleem aan te pakken. 66,2% voelt zich wel eens schuldig na eten weggegooid te hebben.

Slechts 1 op de 4 (ongeveer 25%) eet nog voedsel dat de THT-datum is gepasseerd. 40% gooit het eten weg nadat het over de datum is zonder er überhaupt naar te kijken..

Gemiddeld genomen geven mijn respondenten zichzelf een – matige – 6 als ze moeten beoordelen hoe voedselverspilling bij hun thuis wordt aangepakt.

 

Verschillende initiatieven

Als het gaat om de vraag wat te doen met producten die bijna de THT-datum bereikt hebben zijn er al verschillende initiatieven in het leven geroepen.

De Magic box van ‘Too Good To Go’ is er daar een van. Supermarkten bieden producten die over zijn of bijna tegen de THT-datum aanzitten aan via deze app. Mensen kunnen via de app een ‘Magic box’ reserveren en deze later op de dag ophalen met de producten die de supermarkt op dat moment over heeft. Daarnaast is er nog een soortgelijke app genaamd ‘NoFoodWasted’. Naast de ‘NoFoodWasted Box’ kun je hier als consument ook losse producten kopen van supermarkten in de buurt. De ‘grote jongens’ zoals Plus, Albert Heijn, Lidl en Jumbo verkopen hun achtergebleven producten via deze apps. Er komen niet alleen initiatieven vanuit de appstore, zo is er ook een restaurant keten genaamd InStock. Zij kopen de onverkoopbare- of verouderde producten op bij supermarkten en producenten. Deze producten gebruiken ze om de menukaart op te vullen en de gasten een duurzamer diner voor te schotelen.

Ervaringsdeskundige Kimberley (31) herkent deze theorie. “Ten eerste zijn principes als Too Good To Go niet voor iedereen weggelegd, want je hebt nauwelijks invloed op wat je krijgt. Je moet veel lusten en daarom denk ik dat dit soort initiatieven geen zin hebben als je een moeilijke eter bent. Daarnaast kan het te duur zijn of te veel tijd – of moeite kosten. Je moet tot het bot gemotiveerd zijn om je voedingspatroon en -gedrag daadwerkelijk aan te passen.”

Wil je als consument meer leren over voedselverspilling? Speel dan de game!

https://view.genial.ly/5f69aa899dc4a60d99ac7dd5/game-breakout-voedselverspilling-the-game