Het zijn de rolmodellen van deze tijd. Namen van Nederlandse vrouwenvoetballers als Lieke Martens en Shanice van de Sanden zitten tegenwoordig in onze hoofden gegraveerd, maar dat is niet altijd zo geweest. Wat is de reden dat deze sport zoveel populairder is geworden? Hoe kijken we vandaag de dag naar vrouwen die voetballen? We zochten het uit.

Het is inderdaad waar: vrouwenvoetbal is populairder geworden. Wanneer je de vrouwelijke ledenaantallen in Nederland van begin deze eeuw vergelijkt met de huidige aantallen kun je daar niet om heen. In 2000 waren er ongeveer 70.000 vrouwen lid van een voetbalvereniging. Tegenwoordig (seizoen 2019/2020) zijn dat er een stuk meer, precies 162.471 dames.

 

Vrouwelijke voetballers 1998-2020 Mees22 | Onderzoeksredactie

 

In verhouding tot andere sporten in Nederland is vrouwenvoetbal ook gegroeid. Alleen hockey is bij de meisjes in de periode van 2005 tot en met 2020 harder gegroeid. Dat resulteert in het feit dat de KNVB de op twee na grootste sportbond is onder vrouwen. Het voetbal laat alleen de Gymnastiek- en tennisbond boven zich als het gaat om vrouwelijke leden.

 

14 grootste sportbonden onder vrouwen Mees22 | Onderzoeksredactie

 

Emancipatie

Voor de reden achter deze plotselinge groei moeten we terug naar 1971. Na flink aandringen van de UEFA nam de KNVB, min of meer gedwongen, vrouwenvoetbal op in de structuur. Dit betekende dat vrouwen officieel welkom waren bij voetbalverenigingen. “Het was toen niet normaal om als meisje te voetballen”, vertelt Agnes Elling, onderzoekster bij het Mulier instituut. Zij houdt zich al jaren bezig met de groei van de sport. Voetbal was en bleef een mannensport. “Meisjes die in voetbalkleding het veld op kwamen, werden heel raar aangekeken. Dat extreme beeld heeft nog erg lang geheerst.”

Ongeveer twintig tot vijfentwintig jaar geleden sloeg dat beeld helemaal om. “Het werd door een emancipatiebeweging in de sport veel ‘normaler’ om als meisje te voetballen. Dat veranderde ook de beeldvorming”, zegt Elling. De vrouwelijke ledenaantallen schoten omhoog. “Dat beeld is in de loop der jaren, door bijvoorbeeld rolmodellen in het vrouwenvoetbal, alleen maar versterkt.”

Zeker op jonge meiden heeft de emancipatiebeweging een groot effect gehad. “Zij waren voorafgaand aan deze beweging bang om gepest te worden. Toen het steeds ‘normaler’ werd om als vrouw te voetballen schoot het aantal voetballende meiden tot en met 18 jaar omhoog”, vertelt Elling. Dat zorgde ervoor dat er in 2003 voor het eerst meer meisjes dan volwassen vrouwen voetbalde.

 

Meisjes ten opzichte van vrouwen (Bron: Mulier instituut) Mees22 | Onderzoeksredactie

 

Geen ‘Oranje-effect’

Sinds het Europees kampioenschap vrouwenvoetbal in 2017 presteert het Nederlands elftal geweldig. Met een Europese titel en een tweede plek op het Wereldkampioenschap zijn deze sporters niet meer weg te denken uit ons systeem. Maar hebben deze goede prestaties gezorgd voor een boost in de toenemende populariteit van de sport? Dat is volgens Elling niet het geval. “Het heeft maar een zeer beperkt aandeel gehad. Het gebeurt zelden dat een sport na een goede prestatie van het nationale team groeit in populariteit. Toch denken veel mensen dat dit wel het geval is. Dat is een grote misvatting. Natuurlijk geeft het de sport meer naamsbekendheid, maar je ziet het nauwelijks terug in de ledenaantallen.”

 

Vrouwelijke voetballers 2015-2020 Mees22 | Onderzoeksredactie

 

In deze grafiek is dat goed te zien. In de periode tussen 2015 en 2017, voor het Europees kampioenschap, namen de ledenaantallen met ongeveer 5,4 procent toe. In de periode tussen 2018 en 2020, na het EK en WK vrouwenvoetbal, namen de ledenaantallen maar met 2,6 procent toe. Er is dus helemaal geen sprake van een explosieve stijging. In tegendeel, de procentuele groei is zelfs afgezwakt.

 

De commerciële weg naar boven

Ook qua sponsoring en commerciële acties is het vrouwenvoetbal in Nederland de afgelopen jaren flink gegroeid. Dat was tot ongeveer vijf jaar geleden totaal niet het geval. “Het was allemaal heel minimaal. Daarnaast was de sport totaal niet zichtbaar voor consumenten. Je moest echt goed zoeken als je een samenvatting van een wedstrijd uit de Vrouwen Eredivisie wilde vinden. Het was bijna zo erg dat je de club zelf moest contacteren met de vraag of ze toevallig ergens een camera hadden staan”, vertelt Rick van de Kraats, sportmarketeer bij SportGen. Hij houdt zich voornamelijk bezig met het vrouwenvoetbal en volgt de Eredivisie op de voet. Die onbekendheid had geen positief effect op de sponsoring. “Wanneer je als sport, zowel op tv als op sociale media, totaal niet zichtbaar bent geeft dat sponsoren weinig redenen om interesse te tonen. Ook waren de bezoekersaantallen minimaal bij vrouwenvoetbal wedstrijden. Daar hoefde ze het dus ook niets van te hebben.”

Eefje Janus, sportmarketeer bij Flowsports, maakte die onzichtbare tijd van dichtbij mee. “In 2007, toen de Vrouwen Eredivisie werd opgericht, was er geen sponsoring. Het gebrek aan financiële middelen bij clubs zorgde ervoor dat je als speelster absoluut niet kon leven van het vrouwenvoetbal. Speelsters mochten van geluk spreken als ze een reiskostenvergoeding kregen.” Volgens haar was er totaal geen sprake van een topsporters gevoel. “De vrouwen moesten naast het voetballen gewoon werken of een opleiding volgen. Het was dus zeker geen rozengeur en maneschijn wereldje.”

Tegenwoordig melden steeds meer bedrijven zich voor het vrouwenvoetbal. “Het is nog maar een fractie van wat je bij het mannenvoetbal ziet, maar het gaat de goede kant op”, zegt Van de Kraats. Volgens hem heeft deze groei drie redenen. “Ten eerste profileren clubs in de Eredivisie zich veel beter. Dat zie je goed terug op sociale media. De platformen van Eredivisieclubs zien er beter en verzorgder uit dan een aantal jaar geleden. Daarnaast heeft de Vrouwen Eredivisie sinds dit seizoen rechten op sportzender ESPN. Dit zorgt voor veel meer zichtbaarheid op een zender waar veel sportliefhebbers in Nederland een abonnement op hebben. En als laatste hebben de Oranje Leeuwinnen met hun prestaties gezorgd voor meer naamsbekendheid.”

Het zijn niet alleen de clubs die steeds meer commerciële aandacht trekken. “Ook de speelsters zelf zijn door hun positieve uitstraling steeds interessanter voor merken”, vertelt Janus. Naast de Nederlandse bedrijven zien ook de multinationals vaker commercieel succes in de sport. Hier volgen enkele voorbeelden.

 

Van CAO tot levensredders

De toenemende sponsoring heeft clubs in de Vrouwen Eredivisie veel gebracht. “De geldkassen zijn uiteraard gegroeid. Zeker bij de bovenste drie clubs op de ranglijst. PSV, Ajax en FC Twente hebben hun speelsters een CAO aan kunnen bieden. Hierdoor kunnen ze rondkomen van het voetbal. Daarnaast heeft zo’n overeenkomst nog andere voordelen, zoals het feit dat de meiden doorbetaald krijgen wanneer ze zwanger zijn. Dat lijkt heel normaal, maar was tot een aantal jaar geleden nog ondenkbaar”, zegt Van de Kraats. Voor de kleinere clubs is het een soort levensmiddel. “Zonder die toenemende sponsoring zouden er waarschijnlijk een heleboel clubs failliet gaan. Zeker tijdens deze pandemie.”

Volgens Janus heeft niet alleen het geld de Vrouwen Eredivisie veel opgeleverd. “De toegenomen zichtbaarheid is ook heel belangrijk. Die zorgt er namelijk voor dat de media steeds vaker over de wedstrijden schrijft. Ook worden er hierdoor meer speelsters geïnterviewd door sportbladen. Al deze ontwikkelingen zorgen er uiteindelijk voor dat een sport aantrekkelijk wordt voor sponsoren.” Dit kan volgens haar zorgen voor een hoger niveau. “Indirect wel. Als er meer aandacht komt voor de competitie is het voor grotere speelsters in het buitenland aantrekkelijker om naar Nederland te komen.”

“De toenemende sponsoring en de zichtbaarheid in het vrouwenvoetbal helpt enorm”, bevestigt Patrick Tenthof, algemeen manager van Eredivisieclub VV Alkmaar. “Maar het blijft, zeker als damesvereniging, lastig om rond te komen. Het coronavirus helpt daar ook zeker niet bij.” Tenthof had verwacht dit seizoen grote stappen te maken in de sponsoring. “Sinds dit jaar worden onze wedstrijden op ESPN uitgezonden. We hoopten ons door het extra bereik een stuk aantrekkelijker te maken voor sponsoren en een goede financiële stap te zetten. Maar ja, sponsoren houden liever de hand op de knip in een crisis als deze. De grote effecten van die verandering merken we dus nog niet.” Hij denkt volgend seizoen wel weer extra sponsoren aan te trekken. “Zeker als het coronavirus zo goed als weg is. Dan gaan we natuurlijk wel dat ‘ESPN-effect’ merken. Hiermee bedoel ik dat we door die extra zichtbaarheid meer sponsoren zullen aantrekken. Ook denk ik dat de supportersaantallen door de publiciteit zullen toenemen, maar dat gaan we hopelijk allemaal volgend seizoen zien.

 

Bekend maakt bemind

Volgens Van de Kraats is de extra zichtbaarheid één van de redenen dat vrouwenvoetbal populairder wordt. “Je ziet steeds vaker programma’s over vrouwenvoetbal op tv en sociale media. Ook maken steeds meer mensen kennis met de sport.” Janus sluit zich hierbij aan. “Vroeger was het vrouwenvoetbal nog nergens op te volgen. En je weet wat ze zeggen: onbekend maakt onbemind. Toen de sport zichtbaarder werd, zag je ook dat er steeds meer interesse kwam vanuit de Nederlanders. Hier hebben de sponsoren en grote bedrijven als ESPN en Veronica die vrouwenvoetbal uitzenden indirect invloed op gehad.”

“Het gaat de goede kant op, maar qua sponsering kan de sport nog enorme stappen maken”, zegt Van de Kraats. “Clubs hebben nog steeds veel moeite met het aantrekken van sponsoren, maar gewoon iets minder dan vroeger. Ik vind ook dat bedrijven nog steeds te weinig interesse tonen in het vrouwenvoetbal, maar dat hebben de clubs aan zichzelf te danken.” Zeker de kleinere verenigingen in de competitie kunnen nog veel stappen maken. “Ajax, PSV en Twente hebben het met hun CAO’s, financiën en faciliteiten goed voor elkaar. Helaas is dit niet overal het geval. De middelen van de top drie clubs in Nederland zijn niet te vergelijken met de rest van de competitie. Dat is ook niet bevorderlijk voor het imago van de competitie. Er ontstaan namelijk uitslagen van 9-0 omdat het niveau gewoon zo ver uit elkaar ligt. Dat moet je niet willen.”

Van de Kraats heeft twee tips voor de kleinere clubs waardoor ze zich toegankelijker maken voor sponsoren. “Probeer je publiek te betrekken bij projecten. Je kan bijvoorbeeld sportdagen organiseren voor jonge voetbalmeiden. Daar zijn sponsoren gek op. Ik ken er genoeg die zich aan zo’n initiatief willen verbinden. Daarnaast kunnen clubs het ‘Ajax-trucje’ toepassen. ABN AMRO was jarenlang hoofdsponsor van de mannen. Uiteindelijk eindigde die samenwerking, maar is het bedrijf wel bij Ajax gebleven. Ze zijn namelijk hoofdsponsor geworden van de vrouwen. Dat is iets wat meer clubs kunnen en misschien wel moeten doen.” Door je als club toegankelijk op te stellen help je niet alleen jezelf. “Ook het imago van de vrouwencompetitie wordt verbeterd. De wedstrijden worden namelijk eerlijker en dat zorgt ervoor dat de sport interessanter en populairder wordt.”

 

Imago op pijl gebracht?

Nog niet zo lang geleden werd je als vrouw raar aangekeken wanneer je vertelde dat je lid was van een voetbalvereniging. Dat slechte imago heeft nog lang geheerst. Het ging zelfs zo ver dat de grote namen in de voetbalwereld dat imago versterkten. Zo zei FIFA-voorzitter Sepp Blatter dat vrouwenvoetballers beter in strakke broekjes kunnen spelen, omdat het er anders niet vrouwelijk genoeg uitzag. Dit moest er volgens hem voor zorgen dat de sport populairder zou worden. “Anders wordt het niets”, vulde hij nog aan.

De afgelopen vijftien jaar is dat imago een stuk beter geworden. Bijna iedere vereniging heeft vrouwenteams, er is een nationale voetbalcompetitie opgezet en de sport is steeds vaker op tv te zien. Een aantal grote ontwikkelingen in de acceptatie van het damesvoetbal, maar volgens sportpsycholoog Anne Spitse moeten we nog steeds niet te hard in onze handen klappen. “Door emancipatie is de situatie al een stuk beter dan vroeger, maar we zijn nog lang niet waar we horen te zijn. Er is nog steeds een grote groep mensen die een vooroordeel of seksistisch beeld heeft over vrouwenvoetbal, met name mannen. Zij hebben het gevoel dat de opkomende vrouwentak in het voetbal het territorium van de mannen bedreigt. Dat zie je niet alleen terug op sociale media, maar ook in de media en bij voetbalverenigingen.”

 

De achterafveldjes zijn vrij

“Het is inderdaad waar. Vrouwenteams worden vaker naar de achterste velden gestuurd”, vertelt William Kuipers, voorzitter van voetbalvereniging SV Brandevoort in Helmond. De club accepteert sinds de oprichting in 2008 vrouwelijke leden. “De vrouwen hoeven toch niet voorgetrokken te worden? Jongens zijn over het algemeen gewoon beter, daarom verdienen ze de beste velden.” Kuipers vindt er niets seksistisch aan. “Het is toch gewoon zo.” Ook Jan Lijten, bestuurslid van voetbalvereniging RKSV Mierlo Hout in Helmond, hanteert deze aanpak. “De beste teams spelen bij ons gewoon op het beste veld en dat zijn toch vaak de jongens.”

Drie vrouwenvoetbalsters: Julia, Lotte en Cynthia vertellen over hun ervaringen met een voetbalvereniging. Die verhalen zijn hieronder te lezen (klik op de icoontjes).

 

De stereotypen leven

Om meer inzicht te krijgen in het imago van vrouwenvoetbal, is er een enquête uitgezet over wat er speelt onder de Nederlanders. Kijkt iedereen op een negatieve manier naar vrouwenvoetbal? Of is het een vertekend beeld?

 

Imago framing

Blatter is niet de enige die zich in de voetbalwereld op een opvallende wijze uitsprak over het damesvoetbal. Ook in de media worden er vandaag de dag nog steeds gewaagde uitspraken gedaan. Zo zei oud-voetballer en sportjournalist Johan Derksen onlangs in een aflevering van het programma Veronica Inside dat vrouwenvoetbal nergens op lijkt. “Ik zal er nooit naar kijken. Het niveau is niet om aan te gluren. Naar mijn mening is het een B-sport.”

“Het draagt bij aan het negatieve beeld wat er heerst over vrouwenvoetballers”, zegt Spitse. Volgens haar zijn het vooral de mannelijke sportjournalisten die het verpesten voor de rest. “Ik heb het idee dat zij heel neerbuigend kijken naar vrouwen die voetballen. Dat zie ik niet alleen terug in uitspraken die gedaan worden op tv, maar ook in algemene stukken over de sport. Het lijkt alsof ze er met veel minder interesse over schrijven. Het feit dat er bij veel mensen uit mijn omgeving, maar ook in de rest van Nederland, zo’n vermoeden heerst is naar mijn mening een schande voor de sportjournalistiek in dit land.”

Iwan van Duren, sportjournalist bij VI en vrouwenvoetballiefhebber, bevestigt dat het met mannen gevulde medialandschap af en toe nog steeds met een smerige blik naar het meidenvoetbal kijkt. “Er zijn nog heel veel mannelijke sportjournalisten die liever niet over vrouwenvoetbal schrijven. Ze vergelijken dan Ajax tegen Feyenoord bij de mannen met SC Heereveen tegen FC Twente bij de vrouwen. Daar hebben ze dan totaal geen trek in. Ik weet nog dat mijn collega door onze hoofdredacteur naar een Europees kampioenschap van de dames werd gestuurd. Toen hij dat nieuws kreeg trok hij helemaal wit weg, dat is iets wat ik nooit zal vergeten.”

 

Wat is de norm?

Maar wat is de norm dan voor vrouwelijke voetballers? Moeten zij zich mannelijker gaan gedragen om door iedereen geaccepteerd te worden? Volgens sportpsycholoog Thijs Wagenaar was dit tot ongeveer tien jaar geleden wel het geval. “Op het veld werd er verwacht dat ze zich opstelden als een mannelijke voetballer. Hiermee bedoel ik dat ze zich dominant, fel en agressief moesten gedragen. De vrouwen deden dit dan ook, omdat ze geaccepteerd wilden worden in de voetbalwereld.” Nu kijken de meeste meiden hier heel anders naar. “Het vrouwelijke komt steeds meer naar boven op het veld. Ze trekken zich steeds minder aan van die heersende ideeën, ook al staat dat haaks op de norm. Het is ook totaal niet bevorderlijk voor het imago van de sport, maar dat maakt de dames steeds minder uit. Ze willen zichzelf kunnen zijn, ook op het veld. Rolmodellen als Lieke Martens en Vera Pauw, die zich fel afzetten tegen deze normen in het vrouwenvoetbal, hebben flink bijgedragen aan deze wederopstanding.”

Er hangt dus nog altijd een negatief stereotype rond meiden en dames die voetballen. Als het aan sportpsycholoog Pleun van Ginneken ligt is het mogelijk om dit stereotype in de toekomst te doorbreken. “Ik zie hierin een grote taak weggelegd voor de rolmodellen in de sport. Een vrouw als Vera Pauw heeft al veel betekend voor het vrouwenvoetbal, maar zij heeft haar tijd gehad. Nu moet de nieuwe generatie vrouwenvoetballers opstaan. Dat heeft Lieke Martens bijvoorbeeld al heel goed gedaan bij het EK in 2017 en het WK in 2019. Ze liet toen duidelijk zien dat ze trots was op wat ze deed en dat je jezelf niet anders hoeft voor te doen om ver te komen.” Wagenaar vult haar aan met een extra punt. “De media en sponsoren moeten het damesvoetbal serieuzer gaan nemen. Hoe meer positieve aandacht zij de sport schenken, hoe beter het imago wordt.”

 

Stop met vergelijken

Volgens onderzoekster Agnes Elling komt alles uiteindelijk maar op één ding neer. “Of het nu gaat over de commercialisatie of het imago van vrouwenvoetbal, we zetten er gewoon te veel druk achter.” Volgens haar vergelijken we de sport te veel. “We zetten het veel te vaak af tegen het mannenvoetbal, wat al jaren de grootste sport van de wereld is. De sport is net aan het opkomen en dat moeten we niet vergeten. Er zijn ontwikkelingen en natuurlijk is nog niet alles perfect of zoals het hoort te zijn.” Elling vindt dat we nog even moeten wachten met oordelen. “Ik denk dat de sport over vijftien of twintig jaar wel uit zijn ontwikkelingsfase is. Dan mag je oordelen.”